Herfsten in luchtenland

Wieringen blijft altijd een beetje eiland, ook al is het bijna een eeuw vasteland. Een tocht door open, nuchter land.

Hij is duidelijk trots op zijn eiland, bakker Edwin Bellis in Hippolytushoef, Hiepo voor autochtonen. Zodra ik zijn zaak binnenloop vraagt hij of ik weleens tulen of de enige echte Wieringer jodekoeken heb gegeten. De koeken - vroeger met varkensvet en andere restanten en nu nog steeds met kruimels - staan hoog opgestapeld, voor de tulen moet ik tijdens de kermis terugkomen. Alleen dan bakt hij dit traditionele, met ham verrijkte witbrood. "Vroeger deelden de landheren na de jaarlijkse kerkmis, de kermis dus, dit brood uit om de boeren te bedanken voor het betalen van hun belasting - een tiende van de opbrengst. Lekker hoor, dus kom vooral terug."

Een mooie uitnodiging, maar eerst het nu; het dorp uit en de weidsheid in. De wind waait zoals de wind op zo'n dag wel moet waaien en het voelt nieuw en vertrouwd ineen. Op het land absorberen de planten de laatste krachtige zonnestralen voor ze als groenbemester worden ondergeploegd. Een man passeert met een schop in de hand en struik andijvie onder de snelbinders en op het veld ronkt een trekker.

Het is leeg hier. Leeg en hobbelig; de schapen staan op verschillende etages. Wieringen kent keileemruggen, zo'n 150.000 jaar geleden opgestuwd door gletsjers, afgedekt met dekzand en humus. De hoogte (wir op zijn Oud-Fries) gaf het voormalige eiland ook zijn naam; niet het wier, hoewel dat vaak gedacht wordt. Wier - zeegras - was hier immers nogal bepalend. Tot een schimmelinfectie ze in 1930 de das omdeed, lagen er voor de kust uitgestrekte zeegrasvelden waaruit dankbaar werd geoogst. Wier voor kussens en matrassen, wier als bemesting, wier voor de bouw van dijken.

De hoogte voorkwam overspoeling tijdens die vreselijke Allerheiligenstormvloed van 1170, maar sneed Wieringen wel af van de rest van het land. Plots was het een eiland, een Waddeneiland, en bleef dat tot de Zuiderzeewerken in 1924 voor de eerste 'aanlanding' zorgden.

Maar ja, eilanders zijn eigenwijs - dat maakt ze eilanders - en de echte Wieringer woont nog steeds óp Wieringen en niet ín. Wat wil je ook, als steeds die waddendijk weer is te zien.

De route leidt de dijk op. Plots is de lucht zilt en vol van vogelgeluiden. Scholeksters, kokmeeuwen en drieteenstrandlopers peuren in de dode wieren en algen. Even is er de verleiding de hele kop van Noord-Holland langs zee te ronden. In het achterland bots ik eerst op een stuitend lelijk recreatiepark. Moet soms doorbijten zijn voor de eigenheimers van dit eiland. Lang duurt de ergernis niet. Het kerkhofje van Stroe, compleet met herbouwde heidense kapel, en het uiterst kneuterige museum van Jan Lont verzachten het oordeel. Ook de herstelde tuunwallen, de erfafscheidingen die men hier, net als op Texel, placht te gebruiken. Omdat het grondwater te diep zat, waren sloten niet mogelijk en werden er met gestoken zoden lage walletjes opgeworpen, bekroond met een randje prikkeldraad.

Langs het pad onverbiddelijk verkleurde bomen en meidoorns met bessen; aan de herfst valt ook hier niet te ontkomen.

Na het gehucht Smerp leidt de route het veld in, door gras en langs akkers. Voor even maar - eerst moet de N99 nog worden overgestoken - maar na tijdelijke misère en een stuk ongemaaid pad krijgt het pad zeedijk-allure; net zo hemels en verheffend. Het licht betovert ondanks of misschien wel dankzij een herfstig karakter en de lucht ruikt licht kruidig.

Langszij een wierdijk; een van de weinige die gespaard en zelfs gerestaureerd is. Ik lees en leer dat wierdijken waren opgebouwd uit enorme wierhopen, aan zeezijde versterkt met palen en later - na een aanval van paalwormen - stenen, en dat voor een meter dijk van twee meter hoogte maar liefst 14 kubieke meter wier benodigd was. Wat een werk, wat een geploeter, hoe onzinnig dat romantische gedoe rondom die goede oude tijd.

De wierdijk wordt grasdijk en slingert zich door het land. Aan de voet geen zee of andere woelige baren, maar slechts een armetierig slootje. Dat heb je zo in een land dat meter voor meter op het water is veroverd.

Mijn pad meandert van onder naar op de dijk, de geur van schapen en stront komt in vlagen en de kaalheid is indrukwekkend. Een landschap voor luchten. Luchtenland.

Hoe mooi moet het ook zijn met jagende wolken, onweer en striemende regens. Hoe indrukwekkend ongenaakbaar en ik weet nu al dat ik op een dag met zuidwesterstorm terugkom.

De leegheid is mooi, maar is wel erg leeg. Er zijn geen hazen. Een teken aan de wand. Op het kale, tot het bot afgemaaide veld vinden zij geen kruiden meer, laat staan dekking. En niet alleen zij; ook vogels, vlinders, bijen en andere insecten hebben er niets te zoeken. En trouwens, waar zijn de koeien? Moeten die allemaal binnen blijven? Jammer, maar de kronkelende dijk is simpelweg te mooi.

Verderop wordt de dijk een heerlijk fietspad, dwars door de velden. In gebruik bij scholieren zo te zien. Voor hen geen landschap maar mobieltjes. Ze groeten en joelen.

Route

De route is een rondwandeling vanuit Hippolytushoef. Lengte 15,8 km. Te vinden op waddenwandelen.nl (zoek onder kopje 'dagwandelingen'). Bewegwijzerd met knooppunten: 81, 51, 52, 66, 64, 65, 47, 21, 81. (let op: kleur bewegwijspijl is afhankelijk van het knooppunt).

Openbaar vervoer: bus 135 vanuit NS Den Helder of NS Hoorn, uitstappen N99. Vanuit Den Hoorn tunneltje onderdoor en richting kerk lopen. Vanuit Den Helder stap je aan de 'kerkkant' uit.

Horeca: in Hippolytushoef, nabij kpt. 52 en iets voorbij kpt. 65.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden