HERFSTBOS WORDT WAKKER

Het is nog vroeg. Het gras is nog een beetje nat van de dauw. De zon is al meer dan een uur op, maar er is nog niemand te zien. Niet in de straat en niet op het speelveld achter de huizen. De meeste mensen slapen uit op zondagmorgen.

Eksters hippen rond in het gras. De eerste vliegen meteen in de bomen, als Joris in zicht komt. De andere zijn stoutmoediger en wachten af wat de teckel doet. Die heeft nauwelijks belangstelling voor ze en rent naar het speelbos, waar hij allerlei heerlijke geuren opsnuift. Hij volgt zigzaggend tussen de bomen en struiken door een onzichtbaar spoor en is doof voor mijn roepen. Luisteren is van teckels toch al niet de sterkste kant en dat houdt helemaal op als ze de geur van een loopse teef in de neus krijgen.

Ik laat hem maar even begaan en geniet van het zonlicht, dat gezeefd door het dunnende lover op de bruine bosgrond valt. Om me heen tikkeren roodborsten, wel een stuk of vier. Af en toe barst er een in luid gezang uit, een snel weer afgebroken lied van heldere, ronde toontjes. Ze horen hier niet thuis, deze roodborsten. Er broedt hier minstens een paar, maar daar heb ik wekenlang al niets van vernomen. Die zijn waarschijnlijk op hun beurt weggetrokken, het bos overlatend aan deze trekkers uit noordelijker of oostelijker gebieden die hier vannacht zijn neergestreken.

De kalende berken kleuren al flink goudgeel en de bodem ligt bezaaid met donkerbruin opgekruld blad van de populieren. Er zijn erbij met heel dikke bladstelen, die schroefvormig zijn gedraaid. Als je zo'n geval openmaakt, zitten er blauwgrijze bladluizen in, die deze galvorming veroorzaakten.

Gewoon nagelkruid en klein springzaad zijn uitgebloeid, zie ik. Het springzaad heeft alleen nog wat blad aan de top van de stijve stengels, de rest ziet er nu uit als nattige bruine velletjes. Er zitten nog wat langwerpige vruchtjes aan, die bij aanraking ontploffen en hun bleke zaden soms meters ver weg schieten.

Paddestoelen

Op de grote liggende boomstam groeien nu behalve paarse korstzwammen ook elfenbankjes. Ik vind een schoon plekje om op te zitten en fluit Joris. In het gras aan mijn voeten groeien groepjes slanke franjehoeden, glimmend bruine kegelvormige hoedjes op lange, bleke stelen.

In de verte krijst een gaai. Slaat hij alarm voor de hond? Het duurt nog zeker tien minuten voordat de teckel aan komt snellen in het struikgewas. Ik hoor hem snuiven in het losse blad van de krenteboompjes, die nu in prachtige donker oranje tooi al flink aan het uitvallen zijn.

De rode kornoelje zit weer helemaal vol platte witte bloemtrosjes. Het is een beetje merkwaardig gezicht, die bijna volle bloei als in juni, terwijl het blad nu hier en daar rood verkleurt. Je zou eerder de blauwzwarte bessen verwachten, maar die kan ik niet vinden, hoe goed ik ook zoek. Als je een blad van de rode kornoelje stuk trekt, blijven de taaie vaatbundels in de nerven een eindje als haren uit de nerven steken op de plek van de breuk. Dat zie je ook bij de grote weegbree, als je de bladeren van hun steel trekt. Probeer het maar eens.

Er vliegen nog hommels op de laatste bloemen van de sneeuwbes. De bruine zijn akkerhommels, maar er zijn ook een paar zwarte bij met gele en witte banden: aardhommels. Binnen een maand zijn de hommelkolonies uitgestorven. De koninginnen hebben zich diep ingegraven om onbereikbaar voor de winterkou tot het voorjaar te slapen. De werksters gaan allemaal dood voordat de winter invalt.

Joris begint als een bezetene te graven in de helling van de houtwal, waar de Indische aardbei nog steeds met gele bloemen bloeit. De kluiten vliegen in het rond. Zijn hele neus zit onder de aarde. Hij kauwt op iets, maar ik kan nooit ontdekken wat hij uit de grond eet. Kriekje, de rode Abessijn, vangt geregeld veld- en bosmuizen in de tuin, die ze voor de keukendeur legt. Die eet Joris dan krakend op, terwijl de poes toekijkt. Maar ik denk niet dat hij nu zelf aan het muizen vangen is.

In de bosrand bloeit de paarse dovenetel nog alsof het volop zomer is. Deze zomer breidde het akkerklokje zich zo uit dat de bosrand in augustus blauw zag van de bloemen. Nog steeds bloeien hier en daar planten met lange aarvormige trossen van hangende klokjes.

We lopen terug naar de plek waar regelmatig tuinafval wordt gedumpt. Er staat nu een massa knopkruid, een composiet die in 1863 voor het eerst in ons land opdook en oorspronkelijk uit Midden-Amerika komt. Het heeft hoofdjes met een geel hartje en witte lintbloemen, zoals zoveel kamilleachtige planten, maar de lintbloemen zijn zo gering in aantal dat ze geen gesloten krans om de gele buisbloemen vormen. Dit is kaal knopkruid, de gewoonste van de twee soorten. Het andere is harig knopkruid, ook uit Amerika, dat pas in 1920 in ons land kwam, en van het kale knopkruid is te onderscheiden door de dichte witte beharing van de zijtakken. Het knopkruid komt vast en zeker niet uit een tuin, maar zulke afvalplekken zijn juist een goede groeiplaats.

Een paar gewone melkdistels en muur hebben nog bloemen aan de rand van het grasveld. Dat veld ziet er nog lekker ruig uit, met lange halmen van kropaar en Engels raaigras, met de uitgebloeide dorre stengels vol vruchten van de gewone bereklauw. Knijp zo'n bereklauwvruchtje eens stuk tussen de nagels en ruik dan eens. De geur komt van een etherische olie.

Van de brede wespenorchissen in het bosstrookje naast de school resten alleen nog vergeelde stengels en tussen het robertskruid is de grote keverorchis helemaal niet meer terug te vinden. Op korte afstand van zijn groeiplaats vinden we nu en heksenkring van paddestoelen ter grootte van een hand. De hoeden lijken bedrieglijk op pannekoeken door de fijne schubjes, die in het midden het talrijkst en het donkerst zijn en meer verspreid naar de rand. De gelijkenis met pannekoeken wordt bij de spitsschubbige parasolzwam nog versterkt doordat de steel heel kort is.

Als een muisje

Een boomkruiper tiereliert in een populier. Joris scharrelt tussen de sneeuwbessen. Ik zit weer op de boomstam en speur naar de kleine bruine klauteraar. Hij roept vaak en is daardoor niet moeilijk te ontdekken. Dicht tegen de gegroefde schors hipt de kruiper omhoog, als een muisje. Met zijn fijne kromme snavel peutert hij insektjes uit de schorsspleetjes. Is het een van het stel dat hier deze zomer broedde? Boomkruipers zijn geen trekkers, maar zwerven in de winter rond over een flink gebied.

Houtduiven vliegen klapperend op uit het bos. Dan treft een zacht kwebbelend melodietje mijn oor. Het wordt een paar meter verderop overgenomen en al snel klinkt het overal uit de boomtoppen. De koperwieken zijn terug. Ik hoorde hun trekroep al in de met sterren bespikkelde nachthemel. En die noordelijke lijsters zingen in dit bos. In de vorige winter haast elke dag, maanden lang. En dat vind ik nou aardig van zo'n bos vlak bij huis, nog geen honderd meter lang en breed.

NATUUR DEZE WEEK

Het is paddestoelentijd: in geen enkele tijd van het jaar vind je zoveel goed herkenbare soorten als juist in deze en de volgende week. In het gras staan geschubde inktzwammen, grote parasolzwammen, akker- en weidechampignons, loodgrijze bovisten en reuzenbovisten. Onder berken en dennen groeit de vliegenzwam, rood met witte stippen, zoals elke kleuter weet. Ook braak- en rode russula, de fijn gespikkelde zandboleet en de rosse melkzwam groeien bij voorkeur onder naaldhout. Speciaal onder berken staan berkeboleet, gewone krulzoom en berkeridderzwam. Oranje bekerzwammen heb ik vooral op bospaadjes en op de heide gevonden. Nevelzwam, paarse schijnridder, knolparasolzwam, witte kluifjeszwam, kastanje-, heksen- en fluweelboleet staan het meest onder loofhout en niet zelden in stadsparken. De straatchampignon lijkt op de paddestoelen die je in de winkel koopt, maar is wel vijf tot tien keer zo groot. Hij groeit inderdaad op straat, aan de voet van straatbomen en soms zelfs tussen de trottoirtegels. Op kwijnende en dode bomen parasiteren berkezwam, platte tonderzwam, zwavelzwam, reuzenzwam, gerimpelde, gele en paarse korstzwam en honingzwam. Talrijk zijn de soorten die dood hout verteren tot het als molm uit elkaar valt. - De vooral onder eiken groeiende groene knolzwam is een levensgevaarlijke verwant van de vliegenzwam, die ook giftig is, maar door zijn uiterlijk daar al voor waarschuwt. De groene knolzwam lijkt op een gewone champignon en wordt daarom wel eens per ongeluk verzameld door paddestoeleneters. Vergiftigingsverschijnselen doen zich pas na een etmaal voor en dan is medische hulp tevergeefs, omdat de lever dan al onherstelbaar verwoest is. Zelden worden Nederlanders het slachtoffer, want wij zijn niet zulke zwammeneters uit de natuur. Maar voor Turken en Marokkanen bijvoorbeeld is paddestoelen zoeken voor de consumptie de gewoonste zaak van de wereld.

EN VERDER

Vanmorgen begint om 9.30 uur een wandeling van de Vrienden van het Amsterdamse Bos aan de Nieuwe Kalfjeslaan ter hoogte van de Boswachterij en het clubhuis van hockeyclub Hurley. - Vandaag houdt Natuurcentrum Zon Alom van de natuurvereniging De Ruige Hof, Abcouderstraatweg 77 in Amsterdam Zuidoost (tussen het AMC en Abcoude) van 10 tot 16 uur open huis. Er is een herfstexpositie, men kan een beschreven wandeling maken of het herfstnatuurpad door het natuurgebied Klarenbeek volgen, kijken naar een demonstratie sloten schonen, mee op excursie om 13 uur en als kind deelnemen aan speciale activiteiten. - Paddestoelenwandelingen voor het publiek van het IVN: vandaag twee uur lang voor volwassenen en jeugd op de Prattenburg te Veenendaal, om 10 uur parkeerplaats naast de administratie van het landgoed aan de Cuneraweg 426-428; morgen in de Appelbergen bij Groningen, om 14 uur van de parkeerplaats; bij Lierop (N.B.), om 14 uur van de kerk; in het Achterpark van Het Loo, om 14 uur van de parkeerplaats bij de ingang aan de Amersfoortseweg tegenover de Pijnboomlaan. - Morgen kan men om 11 uur eigen stenen of fossielen laten determineren op het stenenspreekuur in het bezoekerscentrum Veluwezoom, Heuvenseweg 5A in Rheden. - Woensdag is in datzelfde centrum om 14 uur een ontdektocht voor kinderen over de herfst. - Van vrijdag 21 tot woensdag 26 oktober houdt de plantenwerkgroep van de Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie voor jongeren tussen 12 en 25 jaar een kamp in de Noordoostpolder in het Kuinderbos, beroemd om zijn paddestoelen en varens. Info: Rik Huiskes, 085-621276. - Tot 30 oktober duurt de tentoonstelling 'Droombos' in het Bosmuseum bij Meerzicht in het Amsterdamse Bos. Het is de traditionele herfsttentoonstelling met paddestoelen en verkleurende bomen, verlevendigd met de fantasie- en droomfiguren van Jean Custers. Dagelijks open van 10 tot 17 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden