Herfkens voldoet niet aan eigen criteria

Een deel van de landen die minister Herfkens hulp wil blijven geven, voldoet niet aan haar eigen criteria. Ze hebben geen goed bestuur of zijn te rijk. Bovendien is het ministerie bij de selectie afgegaan op eigen waarneming, en is er niet gekeken naar onafhankelijke onderzoeken.

Er waait een frisse wind door het Ministerie van ontwikkelingssamenwerking. Zo lijkt het tenminste. Minister Herfkens heeft besloten om minder landen rechtstreekse bilaterale ontwikkelingshulp te geven. Dit is nodig om de effectiviteit en kwaliteit van de hulp te verzekeren. Voortaan krijgen alleen zeer arme landen hulp die bovendien voldoen aan de criteria van goed beleid en bestuur. Vrijdag presenteerde Herfkens de lijst met landen die uitverkoren zijn voor rechtstreekse hulp.

De 22 landen die voortaan in aanmerking komen voor bilaterale ontwikkelingshulp zijn: Bangladesh, Bolivia, Burkina Faso, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Ghana, India, Jemen, Macedonië, Mali, Mozambique, Nicaragua, Pakistan, de Palestijnse gebieden, Sri Lanka, Tanzania, Uganda, Viëtnam, Zambia, Zimbabwe en Zuid-Afrika.

Herfkens verkondigt dat ze zich bij haar keuze heeft laten leiden door drie criteria. Ten eerste moet een land heel arm zijn en dus behoefte aan hulp hebben. Als uitgangspunt gold de lijst van landen die in aanmerking komen voor zachte leningen van de Wereldbank, verstrekt door de International Development Association (IDA). De toegang tot IDA-hulp wordt mede bepaald door de relatieve armoede van het land, en de IDA hanteert op dit moment een inkomensgrens van 925 dollar voor het jaar 1997. Hoewel deze grens goed meetbaar en bruikbaar is, heeft Herkens toch besloten om een uitzondering te maken voor Egypte en Zuid-Afrika. Bovendien voldoen Bolivia en Macedonië strikt genomen niet aan dit armoedecriterium omdat deze landen net te rijk zijn.

Ten tweede moet een land een 'goed bestuur' hebben. Regeringen met slecht beleid zouden het geld immers verkwisten. Van schurkachtige regeringen kan niet worden verwacht dat ze zich inzetten voor de armste mensen. Deze landen kunnen beter via andere kanalen, bijvoorbeeld via ngo's als Novib, worden gesteund. Bij de selectie van landen moet dit criterium van 'goed bestuur' van groot gewicht zijn volgens Herfkens. Zij zegt dat er bij de toetsing van dit criterium in het bijzonder is gelet op democratisering, naleving van de mensenrechten, het voorkomen van corruptie, de scheiding van de machten en rechtszekerheid. Dit criterium is in wezen vaag en het is zeer moeilijk om te beoordelen of een land hieraan voldoet of niet. Wanneer is een land voldoende democratisch? Wanneer is er sprake van goed bestuur?

De ambtenaren van Ontwikkelingssamenwerking hebben het gepresteerd om binnen een paar maanden te beoordelen of landen democratisch genoeg zijn. Knappe koppen moeten dat zijn! Het is jammer dat ze zo in hun eigen deskundigheid geloven en niet andere lijsten hebben geraadpleegd. Zo classificeert het Freedom House, een wetenschappelijke organisatie, al sinds 1973 landen naar de mate van goed bestuur. Elk jaar kijken deskundigen in hoeverre een land een goed bestuur heeft. Uit deze gegevens blijkt dat Viëtnam en Jemen zeer slecht scoren: het zijn corrupte en ondemocratische landen die niet in aanmerking zouden moeten komen voor rechtstreekse hulp.

Herfkens geeft toe dat de Palestijnse gebieden ook niet aan de criteria voldoen, maar wil voor deze gebieden een uitzondering maken. Weer drie landen die 'onterecht' uit het potje van bilaterale hulp mogen snoepen. Dit terwijl op basis van de criteria arme landen als Benin, Honduras, Malawi en Mongolië veel betere kandidaten zouden zijn geweest...

Herfkens derde criterium is de aanwezigheid van een goed sociaal-economisch beleid in een land. Wat is een adequaat economisch beleid? Bestaan er arme landen met een goed economisch beleid? ,,Dit criterium omvat het macro-economische beleid, het economische structuurbeleid en ook het sociale beleid. Bij het sociale beleid is met nadruk gekeken naar de samenstelling en armoedegerichtheid van de overheidsuitgaven'', aldus Herfkens. Vager en vatbaarder voor een subjectief oordeel kan haast niet, maar haar ministerie is er blijkbaar in geslaagd om de afgelopen maanden de overheidsuitgaven van alle arme landen van de wereld te bestuderen en te beoordelen.

Met dit derde criterium kan ik niet uit de voeten, maar toetsing van het eerste en tweede criterium levert al genoeg op: maar liefst zeven van de 22 landen staan volkomen onterecht op Herfkens lijstje. Bij Egypte, Zuid-Afrika, Bolivia, Macedonië, de Palestijnse gebieden, Viëtnam en Jemen lijken andere overwegingen een rol te hebben gespeeld. Deze landen hebben een langdurige hulprelatie met Nederland en ze behoren, met uitzondering van Macedonië, tot de landen die in 1997 veel hulp ontvingen.

Volgens de criteria zouden Honduras, Malawi en Mongolië eerder in aanmerking komen voor bilaterale hulp, maar de hulprelatie met deze landen was onder Pronk minder innig. Daarom is te gemakkelijker de bilaterale hulp met deze landen stop te zetten. Een innige hulprelatie in het verleden weegt zwaarder dan de criteria van armoede en goed bestuur in het heden.

Tot slot moet er worden benadrukt dat Costa Rica, Bhutan, Benin en Suriname voorlopig ook nog tot de uitverkoren landen behoren en bilaterale hulp krijgen. Met deze landen is een duurzaam ontwikkelingsverdrag gesloten en Herfkens wil deze relatie pas in 2001 evalueren. Het moge duidelijk zijn dat drie van deze landen niet voldoen aan de gestelde criteria: Costa Rica en Suriname zijn te rijk en Bhutan heeft geen goed bestuur.

Tijd om de balans op te maken. Herfkens leek alles anders te gaan doen. De koek voor bilaterale ontwikkelingshulp van 1,4 miljard gulden zou verdeeld worden over negentien arme landen met een goed bestuur.

Dat was althans het plan. Nu blijkt de lijst te zijn uitgebreid tot 26 landen op grond van andere overwegingen. Bovendien voldoen tien van deze 26 landen niet aan de gestelde criteria. Voor meer dan een derde van de landen zijn de criteria niet consequent toegepast.

De frisse wind van Herfkens blijkt een storm in een glas water.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden