Herfkens heeft niet goed nagedacht

Minister Herfkens maakt een grote fout door Foster Parents Plan gelijk te stellen aan medefinancieringsorganisaties als Novib en Icco. Ze gooit alle particuliere organisaties ten onrechte op één hoop. Voor organisaties als FPP kan ze beter een aparte geldstroom creëren.

De bezwaren tegen de toelating door minister Herfkens van Foster Parents Plan (FPP) tot het medefinancieringsprogramma, gaan wat ons betreft niet over geld, maar over principes.

De bijzondere waarde van Foster Parents Plan als ontwikkelingsorganisatie staat voor ons vast. Maar de uitgangspunten van het zogeheten medefinancieringsprogramma, namelijk structurele armoedebestrijding en maatschappij-opbouw, zijn gewoon niet van toepassing op de werkwijze van FPP.

Het besluit van minister Herfkens waarover de Tweede Kamer morgen spreekt, is ondoordacht en te snel genomen. Immers, er moet nog worden gesproken over de rol van particuliere organisaties in haar nieuwe landenbeleid. Het had voor de hand gelegen dat af te wachten en daarna een beslissing te nemen over de erkenning van Foster Parents Plan en eventueel andere organisaties als medefinancieringsorganisaties. De indruk wordt nu gewekt dat er eigenlijk niet zoveel verschil is tussen medefinancieringsorganisaties en overige particuliere organisaties.

Het is logisch dat verschillende particuliere organisaties met hun ontwikkelingswerk door de Nederlandse overheid erkend willen worden. Dat kan niet alleen een recht van de medefinancieringsorganisaties zijn. Daarom wordt het tijd voor een bredere kijk op het particuliere initiatief. Wij zijn van mening dat de rol van niet-gouvernementele organisaties en medefinancieringsorganisaties niet met elkaar vemengd dienen te worden. Voor beide typen organisaties en hun activiteiten moeten er aparte budgetten zijn.

Te gemakkelijk wordt vergeten, dat particuliere organisaties zijn begonnen met het geven van ontwikkelingshulp. Ze vervullen daarin een onmisbare rol. Terwijl overheden zich veelal richten op relaties met overheden, zijn particuliere organisaties nu juist in staat om maatschapplijke groeperingen te bereiken en is het daarom ook hun taak om dit te doen. Particuliere organisaties hebben hun eigen netwerken, zijn in staat fijnmazig te werken, op micro-niveau, dichtbij de mensen.

Daardoor is het mogelijk bij te dragen aan het versterken van het maatschappelijk middenveld. Voor goed bestuur, een van de harde criteria van minister Herfkens in haar landenbeleid, is een goed functionerend maatschappelijke middenveld noodzakelijk. De vier medefinancieringsorganisaties Cordaid, Icco, Novib en Hivos hebben hierin een jarenlange staat van dienst opgebouwd. Zij kunnen hun eigen beleidskeuzes maken, die de Nederlandse overheid niet maakt of niet kan makan. Zo zijn ze relatief meer in Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië actief dan de Nederlandse overheid. Dit wordt steeds belangrijker nu Nederland zich gaat concentreren op slechts enkele landen.

Het medefinancieringsprogramma heeft ook nadelen die op termijn het voortbestaan van dit programma zouden kunnen bedreigen. De grote financiële afhankelijkheid van de overheid beperkt de ruimte voor deze organisaties om zich als waarlijk onafhankelijke organisaties op te stellen en te gedragen. Ze laten te weinig van zich horen, niet alleen in kwesties die hun specifieke positie aangaan maar ook het debat over ontwikkelingssamenwerking in het algemeen. En dat is jammer, want dit zijn bij uitstek deskundige organisaties die hun geheel eigen invalshoek hebben.

Aan de andere kant lijkt de overheid in toenemende mate de medefinancieringsorganisaties te willen voorschrijven hoe en waar de eigen programma's uitgevoerd mogen worden. De afgedwongen deelname aan de uitvoering van het Nederlands deel van het Stabiliteitspact in de Balkan is daarvan een voorbeeld. In haar brief aan de Kamer over het particuliere kanaal kondigt de minister aan dat zij de ,,beleidskaders specifieker wil invullen''.

Al met al dreigt de oorspronkelijke plaats en functie van de medefinancieringsorganisaties verloren te gaan. Bovendien, als er naast Foster Parents Plan ook een fors aantal andere organisaties als medefinancieringsorganisaties toegelaten gaat worden -en dat is niet ondenkbaar- zal het medefinancieringsprogramma verwateren tot een particulier kanaal waarin de minister al haar subsidieverstrekking aan niet-gouvernementele organisaties onder brengt. Dat ontkent de specifieke rol die de medefinancieringsorganisaties binnen ontwikkelingssamenwerking hebben.

Het is de hoogste tijd, dat deze organisaties hun eigen posities weer gaan innemen en de minister zich beperkt tot het toetsen van hun beleid achteraf.

Naast het budget voor de medefinancieringsorganisaties die een eigen beleid kunnen voeren op de terreinen van structurele armoedebestrijding en opbouw en versterking van de samenleving zou er een tweede financieringskanaal kunnen komen. Daarmee zouden de overige particuliere organisaties ontwikkelingsactiviteiten die binnen de uitgangspunten van het nieuwe landen- en themabeleid passen, kunnen financieren. Gelet op de aard en de activiteiten van Foster Parents Plan voor kinderen zou dit type organisatie prima gebruik kunnen maken van dat tweede financieringskanaal.

De minister moet haar besluit heroverwegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden