Heren die het even niet zien zitten

Pascal Mercier en Peter Bieri schrijven bestsellers. De een als literator, de ander als filosoof. Ondertussen zijn zij één en dezelfde persoon. Hoe die persoon zijn evenwicht vindt, vertelt de roman ’Perlmann’s zwijgen’ over een wetenschapper die in een diep dal terecht komt. En er weer uit klautert. Verklaart dat hoopvolle einde Merciers succes? En schrijft hij nu mannen- of juist vrouwenboeken?

Pascal Mercier: Perlmann’s zwijgen. Uit het Duits vertaald door Gerda Meijerink. Wereldbibliotheek, Amsterdam. ISBN 9789028421875; 623 blz. euro 24,90

Pascal Mercier: Lea. Carl Hanser Verlag, München. ISBN 9783446 209152; 253 blz. euro 19,90

Mannen van middelbare leeftijd in een levenscrisis, dat zijn de favoriete personages van de schrijver Pascal Mercier. En ook veel lezers verplaatsen zich graag in de sombere overpeinzingen van heren die het even niet meer zien zitten. Merciers ’Nachttrein naar Lissabon’, over een leraar oude talen die er de brui aan geeft om in de Portugese hoofdstad zichzelf te zoeken, werd een internationale bestseller en beviel ook het Nederlandse publiek bijzonder goed: nog steeds staat het hoog genoteerd in de bestselllerlijsten.

Daarom was het geen gekke gedachte van uitgeverij Wereldbibliotheek om eens naar eerder werk van de Duits-Zwitserse schrijver te kijken. Twee romans gingen aan ’Nachttrein’ vooraf: ’De pianostemmer’, over een tobbende componist, en ’Perlmann’s zwijgen’, over een linguïst die de draad kwijtraakt. De keus viel terecht op ’Perlmann’s zwijgen’, het debuut van Mercier uit 1995. Terecht, want ’De pianostemmer’ is, evenals Merciers zojuist verschenen novelle ’Lea’, van duidelijk mindere kwaliteit.

’Perlmann’s zwijgen’ is Merciers beste. De roman onderscheidt zich van de andere drie door zijn eenvoudige, heldere compositie en de strakke eenheid van plaats, handeling en perspectief. Mercier gaat in zijn debuut voorzichtig en verstandig met zijn mogelijkheden om en waagt zich niet zoals in zijn latere boeken aan vormexperimenten of aan plots met meerdere lagen.

Met ’Perlmann’s zwijgen’ vestigde de literaire laatbloeier – Mercier was al over de vijftig toen de roman verscheen – in één keer zijn naam als schrijver.

Misschien lukte zijn debuut zo goed omdat de hoofdpersoon, Philipp Perlmann, veel weg heeft van de schrijver zelf. Perlmann is een succesvol linguïst, die tot de top van zijn vakgebied behoort. Een rijke sponsor stelt hem in de gelegenheid een seminar te organiseren in een luxehotel aan de Ligurische kust. Zeven toplinguïsten bespreken er vijf weken lang onder zijn leiding hun nieuwste werk. Maar van meet af aan kampt Perlmann met een onoverwinnelijke blokkade: hij ontdekt dat hij over zijn vak niets meer te melden heeft.

Onwillekeurig gaan de gedachten naar de auteur. Pascal Mercier is net als Perlmann een succesvol wetenschapper. Onder zijn echte naam, Peter Bieri, is hij hoogleraar analytische filosofie aan de Vrije Universiteit van Berlijn. Het ligt voor de hand te vermoeden dat aan Bieri’s besluit om romans te gaan schrijven een zelfde crisis ten grondslag lag als die hij zijn personage Perlmann toedicht. Hij laat Perlmann ontdekken dat de wetenschap hem compleet van het leven heeft vervreemd.

Alleen zal bij Bieri die crisis waarschijnlijk niet zulke extreme proporties hebben aangenomen als bij Perlmann. De auteur drijft zijn personage tot ondraaglijke wanhoop. In plaats van zijn referaat voor het symposium te schrijven stort Perlmann zich op het vertalen van een Russische tekst, geschreven door een linguïst die door visumproblemen niet op het seminar kon komen.

Tegelijk vervalt Perlmann in zwaar neurotisch gedrag. Hij rookt excessief, slikt slaaptabletten, verliest zich in sentimentele herinneringen aan zijn pas gestorven vrouw en zoekt geborgenheid bij zijn dochter.

Als de dag gekomen is dat hij zijn werk moet presenteren, beschikt hij alleen over de vertaling van de Russische tekst maar niet over een eigen verhaal. Dan arriveert alsnog de Russische auteur in het hotel en brengt Perlmann in een lastig parket.

Perlmann scheert langs peilloze psychische afgronden. In uiterste vertwijfeling beraamt hij een moord, die slechts op een haar na mis gaat. De deelnemers aan het seminar merken echter niets van Perlmanns crisis. Als de vijf weken voorbij zijn, nemen ze tevreden afscheid van elkaar. „Er was niets gebeurd,” luidt de laatste zin van de roman.

Ruim zeshonderd pagina’s zonder dat er iets is gebeurd? Natuurlijk is er iets gebeurd. In zijn crisis ontdekt Perlmann de essentiële tekortkoming van zijn vak. De tekst die hij uit het Russisch vertaalt, gaat over het linguïstische idee dat onze persoonlijkheid en onze geschiedenis niets anders dan producten van de taal zijn. Wij bestaan slechts uit verhalen. Dat betekent dat zoiets als ‘tegenwoordigheid’, de directe en concrete ervaring van het hier en nu, principieel onmogelijk is. Tegen die consequentie verzet Perlmann zich uit alle macht.

Zo ongeveer moet het ook Bieri zijn vergaan. Op betrekkelijk jonge leeftijd werd hij hoogleraar in de analytische filosofie. Die tak van de wijsbegeerte houdt zich vooral met taal bezig en met wat men daarin wel en niet zinvol kan zeggen. De analytische filosofie neigt met zijn strenge logica en rationele argumentaties tot abstractie en steriliteit. Voor Bieri was, zo legde hij later in interviews uit, de keuze voor de literatuur tegelijk een keuze voor meer nabijheid tot de wereld en het leven. „De systematische analyse van begrippen is prima,” zei hij, „maar ik wil ook wel eens in de irrationale lagen van personen doordringen.”

Een ander aspect van Perlmanns crisis betreft de academische cultuur. In de afgeslotenheid van het seminar ontwikkelt Perlmann een enorme afkeer van de wetenschappelijke mores. Achter de schijnbaar beleefde en democratische omgangsvormen op het seminar gaan haat, nijd en afgunst schuil. Perlmanns crisis opent hem de ogen voor de academische slangenkuil en hij besluit zich er voortaan zo min mogelijk mee in te laten.

Perlmann keert de academische wereld niet compleet de rug toe. Net zomin als Bieri. Die is bewust op zoek gegaan naar een balans tussen zijn wetenschappelijke en literaire activiteit. Aanvankelijk ging hij nog van de onverenigbaarheid van beide uit. Daarom koos hij voor zijn literaire werk een pseudoniem. Hij dacht dat zijn universitaire collega’s zijn romanschrijverij niet op prijs zouden stellen.

De laatste jaren neemt hij die scheiding niet meer zo strikt. Zo schreef hij bijvoorbeeld ‘Het handwerk van de vrijheid’ (2001), een zuiver filosofische verhandeling die vanuit academisch oogpunt nogal onconventioneel is en opmerkelijke literaire kwaliteiten bezit. Het werd een bestseller.

In dat boek houdt Bieri een messcherp betoog over vrijheid en verantwoordelijkheid zonder de lezer te vermoeien met geleerde voetnoten en citaten van collega’s. Hij illustreert het betoog vooral met passages uit de roman ‘Misdaad en straf’ van F.M. Dostojevski.

In Dostojevski’s roman beraamt de student Raskolnikov een moord op een woekeraarster. Voor en na de daad put hij zich uit in nu eens koele dan weer hysterische redeneringen die de misdaad moeten rechtvaardigen. Die passages hebben ook model gestaan voor ’Perlmann’s zwijgen’. Perlmann rechtvaardigt zijn vertwijfelde moordplannen met gedachtegangen die net zo ingenieus, grotesk en paranoïde zijn als die van Raskolnikov.

Maar in de wending die Mercier aan Perlmanns psychische crisis geeft, verschilt hij sterk van Dostojevski. Terwijl bij de Russische schrijver de tragische afloop onvermijdelijk is, komt Perlmann in Merciers roman uiteindelijk tot zelfinzicht en verzoening. Aan het eind van de roman keert Perlmann gelouterd terug naar de collegezaal.

Zo’n slot is kenmerkend voor Mercier. Al zijn romans eindigen in gelaten aanvaarding en levenswijze kalmte. Misschien is dat ook het geheim van hun succes. Uiteindelijk komt telkens weer de filosoof Bieri achter Mercier te voorschijn, die de lezer zijn stoïcijnse levenshouding voorhoudt, waarmee elke crisis valt te overwinnen.

Bieri zelf lijkt zich namelijk geheel met zijn dubbelleven te hebben verzoend. Ondanks zijn successen onder de schrijversnaam Pascal Mercier draait hij nog altijd keurig zijn wijsgerige colleges taalfilosofie aan de Berlijnse universiteit. Alsof hij met zijn eigen, bedachtzame bestaan wil onderstrepen wat hij in zijn romans laat zien: dat er na de crisis op middelbare leeftijd nog hoop op leven is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden