Herbronning? Politiek vakwerk zul je bedoelen

Zelfverzekerd en met elan voert het CDA oppositie. En keert daarmee ook nog eens terug in het centrum van de macht. 'We hebben nu onze handen vrij.'

Kritisch met een rechte rug. Het beeld dat van het CDA bestaat, is de afgelopen jaren wel eens slechter geweest. Werden de christen-democraten voorheen nog afgeschilderd als het vleesgeworden compromis waarvan onduidelijk was wat het nu eigenlijk zelf vond; na een serie rapporten vol evaluaties en aanbevelingen lijkt er vorige week opeens een kentering te zijn ingezet.

Het begon allemaal op dinsdag, toen fractieleider Sybrand Buma de recente speech van de Britse premier Cameron aangreep om zijn eigen punt nog maar eens duidelijk te maken: de EU moet zich tot haar kerntaken beperken. Een aantal bevoegdheden zoals regels omtrent zwangerschapsverlof en persvrijheid moet van Brussel teruggehaald worden naar Den Haag, betoogde Buma. En hoewel dit iets is wat het CDA al langer vindt, leek het de fractievoorzitter eigenlijk om iets anders te doen: blootleggen hoe verdeeld de coalitie is over Europa.

In het woondossier werd een soortgelijk schaakspelletje gespeeld. Daar zitten de regeringspartijen VVD en PvdA weliswaar op één lijn, maar ontberen zij de steun van andere partijen die hen ook in de Eerste Kamer aan een meerderheid kunnen helpen. Een uitgelezen kans voor het CDA dus om het eigen verlangenlijstje bij minister Stef Blok (wonen) in te dienen.

In het centrum van de macht
Zo bevond het dertien zetels tellende CDA zich opeens niet alleen in de headlines van de nieuwsbulletins als een serieus te nemen oppositiepartij, maar ook in het centrum van de macht, namelijk: aan tafel bij Blok. En ook al had dat misschien niet het gewenste effect - de bewindsman ging uiteindelijk op zoek naar andere partijen om zijn plannen te steunen - toch mocht het CDA trots op zichzelf zijn: het had zijn poot stijf gehouden.

Hoe anders was dat vier maanden geleden toen de partij het kritische rapport-Rombouts onder ogen kregen over de bittere verkiezingsnederlaag waarbij ze acht Kamerzetels moesten inleveren. "Het komt niet vanzelf goed. Dit gaat eerder jaren dan maanden duren", klonk het toen nog onheilspellend door de congreszaal. Of, nog wat langer terug, toen de kranten bol stonden van het 'herbronningsproject' van het CDA dat resulteerde in drie rapporten.

Zo was er het rapport van dominee Jacobine Geel, 'Nieuwe woorden, Nieuwe beelden', waarin de uitgangspunten van het CDA in een nieuw jasje werden gestoken. En het rapport van oud-minister Aart Jan de Geus, 'Kiezen en verbinden', waarin de christen-democratische koers voor de komende tien à vijftien jaar werd uitgestippeld. Pagina's munitie om het zo flets geworden CDA weer smoel te geven.

Pijnpunten van het kabinet
Maar of de smoel die vorige week boven kwam borrelen ook te danken is aan de herbronningsprojecten? "Die rapporten hebben zeker voor inhoudelijke punten gezorgd", zegt Arrie Vis, voorzitter van het CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA. "Maar wat we afgelopen week gezien hebben was puur oppositie voeren. De fractie heeft gewoon ontdekt waar de pijnpunten van het kabinet zitten. Dit was het politieke vakwerk, zullen we maar zeggen."

Paul Schenderling, oud-hoofdredacteur van de discussiesite Christendemocraat.nl en lid van de commissie-Geel, valt hem bij. "Het oppositie voeren werkt ook nog een andere kant op. De schroom is nu van ons af gevallen, doordat we zelf niet meer in de regering zitten. In de campagne moesten we ons nog verantwoorden voor onze deelname aan het eerste kabinet-Rutte. Nu hebben we onze handen veel meer vrij."

Wat dat betreft mag het CDA blij zijn dat het na de laatste Kamerverkiezingen van september vorig jaar in de oppositie is beland. Herbronnen terwijl je kabinetsbeleid moet verkondigen gaat nu eenmaal iets lastiger als je bedenkt dat een regeerakkoord doorgaans is gebaseerd op compromissen.

Andere mentaliteit
Maar het zijn niet louter de oppositiebankjes waardoor het CDA nu meer zichzelf kan zijn. De rapporten waren niet alleen de basis voor het laatste verkiezingsprogramma, maar gaven de christen-democraten ook weer vaste grond onder de voeten. Grond waarop een nieuw zelfvertrouwen gebouwd kon worden. "Het rapport-De Geus heeft acht belangrijke thema's op een rijtje gezet", zegt Jeroen van Velzen, oud CDJA-voorzitter en lid van de commissie-De Geus, terugblikkend. "Allemaal heel mooi en ook heel breed en het komt ook terug in het verkiezingsprogramma. Maar volgens mij ging dat rapport niet eens zo zeer over herbronnen, maar vooral om de mentaliteitsverandering die we echt nodig hadden. We leven namelijk niet meer in die luxe tijden dat er af en toe een zeteltje bij kwam of een zeteltje afging. Daarom moest het CDA niet langer alleen afhankelijk zijn van zijn omgeving, maar ook op eigen kracht kunnen varen."

De omslag vond volgens Van Velzen plaats op het partijcongres in Maarssen, begin vorig jaar, waar de rapporten van zowel De Geus als Geel werden gepresenteerd. "We waren weer zelfverzekerd in plaats van alleen defensief. De vraag die werd opgeworpen was opeens: waar sta je als CDA zelf voor? In plaats van als onderdeel van een kabinet? Dat was een positieve trendbreuk", herinnert hij zich. Wat volgens hem ook geholpen heeft bij de nieuwe CDA-spirit, is de grote vernieuwing van de fractie. Van de dertien Kamerleden zijn er zes nieuw. "Die vernieuwing leidt tot een andere insteek. Je kunt dan weer blanco in discussies stappen. "

De CDA-fractie mag nu haar handen vrij hebben en bestaan uit een grotendeels nieuwe club mensen, wat Vis betreft is het nog steeds zaak om consequent te blijven. "De commissie-Rombouts oordeelde dat we onze kleur hadden verloren. De fractie moet dus weer profiel krijgen; scherper en duidelijker zijn in wat we vinden en willen."

Maar niet alleen de fractie, vindt Schenderling, óók partijgenoten die hoge posities in maatschappelijke sectoren bekleden, moeten het CDA-gedachtengoed consequent uitdragen. "Dus als je als partij besloten hebt dat rentmeesterschap een uitgangspunt is, dan moet je als financieel directeur van een zorginstelling je niet alleen om de financiële getallen bekommeren maar ook om het belang van de patiënt.", vindt hij. "CDA'ers die zulke voorbeeldfuncties bekleden maar niet conform ons gedachtengoed handelen, moeten we daar voortaan openlijk op aanspreken. Anders zijn we als CDA niet geloofwaardig."

Bestuurderspartij
In de politiek betekent dat vooral dat het CDA kritisch moet kunnen zijn tegen nieuwe kabinetsplannen, maar nooit tegen bestaande plannen waar het in verleden zelf aan heeft meegewerkt, stelt Vis. Agiteren tegen een langstudeerboete die je zelf hebt geopperd, zoals Buma in het begin van de laatste verkiezingscampagne deed, is dus blijkbaar uit den boze. Vis: "Op het gebied van zorg moeten we op de winkel passen. Hetzelfde geldt voor maatregelen omtrent scheefhuren, die zijn immers in het vorige kabinet ingezet door minister Donner en daarna minister Spies. Plannen waar je eigen bewindspersonen voor geijverd hebben kun je nu niet opeens gaan bekritiseren. Anders ligt dat voor die heffing voor verhuurders die twee miljard moet opbrengen. Die komt tenslotte uit de koker van dit kabinet. "

Tenzij het CDA eigenlijk voor zo'n kabinetsvoorstel is natuurlijk, benadrukt Vis. Sommige oppositiefracties mogen dan te werk gaan volgens het principe 'als je het kabinet dwars wil zitten, kun je altijd tien argumenten bedenken waardoor je als fractie toch tegen een goed regeringsvoorstel kunt stemmen', wat Vis betreft houdt het CDA zich daar verre van. "Als we vóór zijn, moeten we ons constructief opstellen. Daarvoor is het CDA nog steeds te veel een bestuurderspartij. Anders word je een opportunist en dat is niet goed."

Niet ja en amen knikken
Maar constructief opstellen betekent niet langer dat de fractie louter ja en amen knikt, zegt Van Velzen. "Ook in de oppositie hadden we in die bestuurlijke reflex kunnen blijven zitten. Dat was ook de tendens toen we in de jaren negentig opeens een oppositiepartij werden. Nu wordt die verantwoordelijkheidskaart minder snel getrokken." Hij kan dat wel waarderen. "Natuurlijk moet je altijd het beste voor het land willen, maar als je echt denkt dat een maatregel of plan niet goed is, dan moet je niet onder het motto van 'constructief willen zijn' toch maar door gaan."

Als voorbeeld haalt Van Velzen de geklapte besprekingen tussen het CDA en het kabinet over de woningmarkt aan. "Indien de ruimte beperkt is, moet je je niet in allerlei bochten gaan wringen. Het is heel verleidelijk om mee te besturen, maar in het rapport staat niet voor niets: opereren vanuit eigen kracht. We moeten niet langer de partij van de compromissen zijn."

Evenmin wil Van Velzen een CDA dat enkel schopt tegen het regeringsbeleid zonder zelf alternatieven te bieden. "En dat moet verder gaan dan zeggen dat regels omtrent zaken als zwangerschapsverlof niet langer door Brussel geregeld moeten worden." Dit kabinet is namelijk bij uitstek een kabinet waarnaast het CDA zich kan profileren, denkt Van Velzen.

"PvdA en VVD willen bijvoorbeeld een heleboel zaken van boven af opleggen. Zoals Blok bezig is met zijn woningbouwplannen of minister Plasterk met zijn superprovincie. Daarin staat het CDA heel anders en als wij alternatieven kunnen uitwerken kun je als partij heel ver komen. Maar dat vraagt wel om een uitwerking van onze plannen, om een verdiepingsslag."

En dán komen al die dikke rapporten over gedachtengoed en verkiezingsnederlagen toch maar weer goed van pas.

Welke rapporten waren er ook al weer?
Verder na de klap november 2010
Toen het CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 een forse verkiezingsnederlaag leed (van 41 naar 21 zetels), werd de commissie-Frissen ingesteld.

Die kwam met het rapport 'Verder na de klap' waarin onder andere stond dat het CDA 'te weinig oog heeft gehad voor de taal en codes van de samenleving van de 21ste eeuw en zichzelf om die reden onvoldoende verstaanbaar heeft kunnen maken'. Daaruit voort vloeiden drie commissies. Het Strategisch Beraad van Aart Jan de Geus ging over de inhoud, de commissie onder leiding van Jacobine Geel over de grondslag. En dan was er nog een - minder belangrijke - werkgroep over de organisatie.

Nieuwe woorden, nieuwe beelden januari 2012
Onder leiding van dominee Jacobine Geel ging het CDA sleutelen aan haar fundering. In dit rapport van Geel worden de vier uitgangspunten van het CDA (gespreide verantwoordelijkheid, publieke gerechtigheid, solidariteit en rentmeesterschap) in een nieuw jasje gestoken. De term compassie, waarover veel discussie ontstond, is eveneens hieruit afkomstig. Geel ziet compassie niet als medelijden, maar als mededogen. "Een tegenstoot tegen onverschilligheid en cynisme."

Kiezen en Verbinden januari 2012
In dit rapport, dat is geschreven onder leiding van oud-minister Aart Jan de Geus, wordt de lange-termijn-koers tot en met 2025 uitgestippeld. Voor de uitvoering van deze 'strategische agenda' wordt gekozen voor het radicale midden. Oftewel: 'heldere keuzes in het beleid, en de verbinding tussen oud en jong, geboren en nieuwe Nederlanders, stad en platteland, alsook de wereldschaal van de economie en de menselijke maat van de gemeenschap'.

Om eenheid en inhoud oktober 2012
In dit rapport onder leiding van burgemeester Ton Rombouts van Den Bosch de Tweede Kamerverkiezingen van september 2012. Zijn conclusies: het verlies was te wijten was aan de drie O's: onduidelijkheid, onenigheid en onbekendheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden