Review

Herboren Concertgebouw beleeft eeuweinde opnieuw

AMSTERDAM - Wat is de grote zaal van het Concertgebouw mooi geworden! Alle steigers zijn er uit, de uiterst lichte geur van nieuwe verf totaal verdwenen. Als een goed gearticuleerde symfonie, zo ervaar je de totale ruimte.

De opbouw van de muren met classicistische kolommen en niveau-verdelingen valt nu tot in detail op. De roomwitte kleur van de wanden komt goed overeen met die op enkele tekeningen die kort na de opening in 1888 van de zaal werden gemaakt.

Het was in deze ambiance dat vrijdagavond het eerste concert werd gegeven in de vervolgserie 'Einde van een eeuw'. De jaren 1897 en 1899 waren er prominent in aanwezig, en zo beleefde de herboren zaal het eeuweinde opnieuw met een wereldpremière van toen: 'Orchesthymne' van Alphons Diepenbrock. Hij schreef het werk voor het Orkest van het Concertgebouw zoals dat toen nog heette en Willem Mengelberg bracht het in 1899 tot klinken.

Diepenbrock verbouwde daartoe een stuk voor viool en piano tot orkestwerk; de eerste en tweede violen kregen daarin de rol van sologroep. Die melodische lijn is uiterst bevallig; zij heeft het karakter van de sierlijke bewegingen die de Jugendstil kenmerkt; de andere orkestgroepen vormen de kleurende partijen bij de steeds hoger stijgende en lichter klinkende vioollijn. Vanuit de diepte, zoals een waterlelie (in Jugendstil een geliefd motief) vanuit de donkere modder opwaarts gaat en wit uitbloeit, zo klinkt het in dit orkeststuk. Diepenbrock bewerkte de partituur later, maar nu ging het, als een nieuwe wereldpremière, na bijna honderd jaar weer in de eerste versie.

Edo de Waart en het Radio Filharmonisch Orkest werkten met veel zorg, maar met teveel kracht deze prachtige partituur uit. Het klonk me teveel als Richard Strauss: te fel en te nadrukkelijk. Diepenbrock hield van fijne klanken, van nuanceringen; het is in dit verband opmerkelijk dat hij helemaal niet zo onder de indruk was van Richard Strauss toen die aan het eind van de vorige eeuw debuteerde met eigen werken bij het Concertgebouworkest. Hij zal er de geestelijke gevoeligheid in gemist hebben, die hij later bij Mahler wel bespeurde.

Overigens was dit concert een mooi voorbeeld van goede programmering op het thema 'Einde van de eeuw'. Interessant om er Mahler met een zestal orkestliederen uit 'Des Knaben Wunderhorn' in te plaatsen. De mezzo Anne Gjevang viel in voor de aangekondigde Birgit Remmert; zij is fenomenaal als vertolkster in Wagners 'Ring' (momenteel is zij Waltraute in 'Götterdümmerung'), maar haar dramatisch-brede geluid bleek te zwaar voor de beweeglijkheid van Mahlers lied.

Met de zelden gehoorde tweede symfonie van Alexander Zemlinsky bracht Edo de Waart een waardevol repertoire-stuk aan het licht. Er zitten prachtige momenten in deze vierdelige symfonie uit 1897 die deels nog in de laat-romantiek van Brahms en Bruckner hangt, maar in kleurigheid vooruitwijst naar de latere Zemlinsky van de 'Lyrische Symphonie'. Edo de Waart en het uitstekend spelende Radio Filharmonisch wisten er goed raad mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden