Herbie Hancock, de muzikale kameleon

Herbie Hancock werd deze week in de studio gesignaleerd met de hippe producer Flying Lotus. De zoveelste metamorfose in de carrière van Hancock?

Wat ervan komt, weten we nog niet precies, maar deze week stuurde producer Flying Lotus videobeelden de wereld in, waarop hij met Herbie Hancock in een studio aan het dollen is. Flying Lotus, de 29-jarige elektronicaproducer die graag met jazz flirt, en Herbie Hancock, de 72-jarige jazzlegende die graag met elektronica flirt, het klinkt als een gedroomde combinatie.

Een samenwerking zou sowieso goed binnen de carrière van Hancock passen. Als tiener speelde hij nog klassiek piano, en in de decennia daarna bewees hij zich als een muzikale kameleon, die in haast ieder denkbaar genre school maakte. Trouw zet de metamorfoses op een rijtje, in zes sleutelplaten.

1. Takin' Off (1962)
Tjonge, denk je als je zijn eerste soloplaat weer eens opzet: Herbie Hancock begon ooit als rechttoe-rechtaan jazzpianist. 'Takin' Off' staat vol met vloeiende hardbop met een bluesachtige ondertoon, het soort muziek waar het label Blue Note in die jaren per strekkende meter in handelde. Hancock wordt bijgestaan door usual suspects Freddie Hubbard en Dexter Gordon. Niet heel bijzonder, wel heel goed.

2. Maiden Voyage (1965)
Rond 1964 voelden veel jazzartiesten zich bekneld door het strakke keurslijf van de hardbop, en zochten ze naar muzikale vrijheid, die zich eerst vooral in veel gepiepknor uitte. Herbie Hancock gooide het in 1965 over een andere boeg, en leverde met 'Maiden Voyage' zijn eerste echte jazzklassieker af. Geen springerige atonale free jazz, maar akkoorden die zich juist lui uitstrekken in de nummers, waarover uitgesponnen muzikale meditaties klinken, allemaal geïnspireerd door de zee, het thema van deze plaat.

3. Mwandishi (1971)
Halverwege de jaren zestig sloot Hancock zich aan bij het kwintet van Miles Davis. Op Davis' baanbrekende fusionalbum 'Bitches Brew' speelde hij niet mee, maar zijn eigen 'Mwandishi' is een vergelijkbaar tijdsdocument. Het album bestaat uit slechts drie, nogal uitgerekte, nummers. Hancock speelt geen piano meer, maar een Fender Rhodes. Hij laat free jazz op psychedelica botsen en experimenteert met geluidseffecten en rare maatsoorten.

4. Head Hunters (1973)
Je zou dit album net als 'Mwandishi' onder het kopje 'fusion' kunnen scharen, en zoveel tijd was er ook niet verstreken tussen de twee platen, maar ze verschillen als dag en nacht. Waar Mwandishi nogal wijdlopig was in de geluidsexperimenten, is Head Hunters juist aards en funky: strakke ritmes houden alles onberispelijk in het gareel. Ook als je hem nog nooit hebt opgezet, komt hij je waarschijnlijk bekend voor: de plaat werd later door rappers vrij enthousiast leeggesampled. En terecht.

5. Future Shock (1983)
Grappig, de plaat die Hancock 'Future Shock' noemde, klinkt bij nader inzien gedateerder dan veel van zijn andere werk. Hoewel met name de single 'Rockit' een bona fide popklassieker is. Met dit album zette Hancock zijn electro-fase in: hiphop- en electroritmes, synthesizers en scratchen. Hoe robotachtig het allemaal klinkt, de funk blijft altijd aanwezig.

6. 1+1 (1997)
Deze rondtocht door de verschillende genres moet wel uitmonden in het album '1+1', dat hij midden jaren negentig opnam met saxofonist Wayne Shorter. Want dat kun je eigenlijk niet meer bij een specifiek genre indelen: we horen twee veteranen die met slechts piano en sopraansax spontaan tien miniaturen improviseren waarin je in haast iedere noot een leven lang muziek maken terughoort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden