Review

Henry II Fix, ontrukt aan de vergetelheid

Het is bijna blasfemie, maar na het lezen van ‘De avonturen van Henry II Fix’, sloeg ik toch driftig aan het googelen. Eerst naar de Zwollenaar Henry II Fix, al doet zijn naam al vermoeden hoe het met hem zit. Schrijver Atte Jongstra mag beweren de autobiografie van deze 19de-eeuwse Zwolse encyclopedist heus in een kist op een veiling in Leiden te hebben aangetroffen, heel lang trapt de in postmoderne pastiches gepokte en gemazelde lezer daar niet in. Alle wegen naar Fix gaan via Jongstra, zo blijkt rap, als je toch aan het speuren slaat.

Maar wat voor Fix geldt, geldt niet voor de rivaal in zijn levensverhaal: de Zwolse dichter Rhijnvis Feith. Ook van Feith had ik nog nooit gehoord, en dat lag toch echt aan mij, want Feith heeft echt bestaan. Hij heeft een grafsteen in Zwolle, een lemma in Wikipedia, en een al lang geleden gepubliceerd beroemd gedicht: ‘Het Graf’.

Een reputatie heeft Feith ook. Het was een slappe dweil van een dichter, begreep ik uit een radio-uitzending van afgelopen zondagavond. Feith was de grondlegger van het hyperromantische sentimentalisme, een stroming waar de 19de-eeuwse Nederlandse letterkunde niet van is opgeknapt.

U begrijpt, wie ‘De avonturen van Henry II Fix’ leest, betreedt een eerder ongekend 19de-eeuws universum, rijk aan historische details waarover je niet wist dat je ze wilde weten maar die je toch gretig tot je neemt. In een korte inleiding verhaalt Jongstra waar hij deze ‘autobiografische’ aantekeningen van de naar zijn idee te lang onbekend gebleven Zwolse ‘homo universalis’ zou hebben aangetroffen (de veilingkist in Leiden) en vervolgens laat hij Henry II Fix zelf aan het woord.

In 69 korte hoofdstukken schetst de Zwollenaar zijn weinig enerverende levensloop van pijnlijke geboorte (1774) tot laatste zucht (1843). De zoon van een rariteitenverzamelaar en rentenier (rijk geworden in de tulpenhandel) blijkt in zijn persoonlijk leven een niet al te fortuinlijk man te zijn geweest. En ook geen echte held. Fix had een horrelvoet, een vervelende tweelingbroer, een verstikkende moeder, een onverschillige vader, een nooit geconsumeerde liefde voor een weduwe, en veel gefnuikte ambities.

In het hoofdstuk ‘Fix versus Feith’ tekent aspirerend toondichter Fix bijvoorbeeld op hoe hij van Rhijnvis Feith per brief vernietigende kritiek ontving nadat hij zijn ‘wilgendicht’ aan hem had voorgelegd. Het dichten over graven kon Fix voortaan maar beter aan hem overlaten, aldus Feith. Voor Henry II Fix was dit verpletterende oordeel aanleiding om een pamflet tegen Feith op te stellen dat hij vervolgens vergeefs aan drukkerij/ boekhandel Tijl in Zwolle aanbood. De boekhandelaar wilde niet mee in de hetze want dankzij Rhijnvis Feith haalde hij zijn ‘beoogd debiet’.

Naast aspirerend toondichter was deze kamergeleerde een heer in gedachten, een zondagstekenaar en een verlichte geest, aldus Jongstra in zijn nawoord. Fix compenseerde zijn passieve, weinig avontuurlijke en licht verongelijkte levensinstelling in ruime mate met een intense, soms iets te bemoeizuchtige betrokkenheid op de wereld om hem heen.

Die wereld weet hij ook levendig te beschrijven. Fix verhaalt (onder meer) over zijn strenge opvoeding volgens Marcus 10 (‘velen eersten zullen de laatsten zijn, en velen die de laatsten zijn, zijn de eersten’), over zenuwtepels, over koplaarzen, over toneelkunst, over de Napeleontische bezetting, de achternaamkeuze, de slag bij Waterloo, de watersnood van 1825. Fix ontwerpt de contouren van een hoger orgaan dat verdere oorlogen moet voorkomen (denk: Volkerenbond), hij onderzoekt de bliksem en hij pleit voor een opwaardering van Zwolle als toeristenstad.

In interviews aangesproken op de authenticiteit van Henry II Fix, blijft schrijver/gastarchivaris Atte Jongstra onwillig om de zaken heen draaien. In 2003 werd Jongstra door het Zwolse gemeentearchief ingehuurd om het materiaal voor een groter publiek te ontsluiten. In Zwolle heeft hij nu een tentoonstelling ingericht met tekeningen en rariteiten die ook in het boek staan afgebeeld.

Oproer rondom Fix is er inmiddels ook, naar het schijnt is de biograaf van Rhijnvis Feith tegen de autobiografie in opstand gekomen. Of het waar is, doet er niet toe. Jongstra’s aanstekelijke relaas brengt wel meer ongewoons teweeg: wie zijn boek uit heeft, móet een keer naar Zwolle. Jann Ruyters

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden