Henriëtte uit Togo slaaf in Frankrijk

In de strijd tegen mensenhandel in Europa wist een huishoudster uit Togo een doorbraak te forceren. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kwam in haar zaak tot een cruciale uitspraak.

Vijftien uur per dag klaar staan voor de familie, geen cent salaris, een matje op de grond om op te slapen, geen ontbijt, geen telefoon en alleen toestemming het huis te verlaten om boodschappen te doen of de kinderen op te halen. Hoogstens af en toe op zondagochtend naar de kerk.

Zo wordt het leven van de Togolese Henriëtte Siliadin als ze in 1994 in Frankrijk aankomt. Een landgenote had haar een toekomst met een opleiding in Parijs beloofd, ze moet alleen bij een familie huishoudelijk werk moeten doen om haar vliegticket terug te betalen.

Eerst werkt Henriëtte zeven maanden bij een vrouw die ook nog een ander meisje blijkt vast te houden.

Dan belandt zij bij de familie Bardet, welgestelde Parijse intellectuelen. De boeddhistische Vincent Bardet is de zoon van de oprichter van Seuil, een prestigieuze uitgeverij waar hij zelf ook werkt. Hij is er verantwoordelijk voor de afdeling spiritualiteit en religie. Maar het is vooral zijn vrouw Yasmina die zich ontpopt als een ware slavendrijver.

Naar de politie kan Henriëtte niet, want ze is illegaal. Haar paspoort is afgepakt. Haar redding komt van de buurvrouw, die het Comité Contre l’Esclavage Moderne (CCEM) waarschuwt, een actiegroep tegen moderne slavernij en mensenhandel. Het comité begint een procedure die zeven jaar zal duren en eindigt met een baanbrekende uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

In eerste instantie worden de Bardets veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zeven maanden voorwaardelijk. Maar in hoger beroep worden ze vrijgesproken. De rechtbank oordeelt dat Henriëtte weliswaar afhankelijk en kwetsbaar was, maar dat de omstandigheden waaronder zij werkte niet onverenigbaar zijn met de menselijke waardigheid. De Bardets moeten alleen 15.245 euro overmaken aan Henriëtte. Later komt daar nog een bedrag van ruim 30.000 euro aan niet uitbetaald loon bij.

Intussen had het CCEM na de vrijspraak de zaak voorgelegd aan het Europees Hof in Straatsburg. Dat concludeert dat Frankrijk in gebreke is gebleven.

Artikel 4 van de Europese Conventie van de Rechten van de Mens legt vast dat ’niemand kan worden vastgehouden in slavernij of onderworpenheid’. Lidstaten van de Europese Unie hebben volgens het Hof de plicht strafrechtelijk op te treden tegen slavernij.

De uitspraak is van groot belang, omdat het landen zoals Frankrijk die slavernij niet expliciet hebben opgenomen in het strafrecht, aanspoort dat wel te doen. Wie zich er nu in Frankrijk aan schuldig maakt, riskeert vijftien jaar gevangenisstraf, zelfs twintig jaar als het slachtoffer minderjarig of kwetsbaar is.

Daarbij heeft het Hof een definitie gegeven van onderworpenheid en slavernij. Hiervan is sprake als het slachtoffer het paspoort is ontnomen, van zijn vrijheid is beroofd en in mensonwaardige omstandigheden moet leven en werken.

Henriëtte mag in Frankrijk blijven. Ze geeft geen interviews meer, ze wil het verleden laten rusten.

Ze is getrouwd, moeder geworden en werkt als verpleegkundige in Parijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden