Review

Henri Osewoudt huilt alleen van buiten

Als 'De avonden' van Gerard Reve een sitcom is, dan is 'De donkere kamer van Damocles' van W.F. Hermans een thriller. Ik heb de titel altijd een wat gezochte contaminatie gevonden maar daarmee hielden mijn bezwaren ook direct op, want de dag dat ik het boek kreeg, zo te zien op zeventienjarige leeftijd, las ik het in één ruk uit. Het is (net als 'Het glinsterend pantser' van Simon Vestdijk) zo'n roman die de brug van jongensboeken naar 'echte' literatuur slaat: spannend en complex aan de oppervlakte maar met daaronder een diepere, noem het filosofische boodschap die je ongemerkt tijdens het lezen mee krijgt, over de onkenbaarheid van de wereld.

Het verhaal maakt vooral bij eerste lezing een onuitwisbare indruk. Je weet nog niet hoe deze oorlogsgeschiedenis afloopt, je leeft mee met hoofdpersoon Henri Osewoudt, door wie je de wereld bekijkt, en je komt er allengs achter dat hij in niets van wat hij beoogt, slaagt. Alle latere lezingen zijn anders, minder leesgenot, meer speurwerk: je probeert gewetensvol het raadsel in kaart te brengen, het geheim op te lossen. Is Osewoudt wellicht een psychopaat, net als zijn moeder? Het slachtoffer van een ongelooflijke vergissing? Toen ik het boek die eerste keer las had ik het gevoel eindelijk iets van de benauwenis van de oorlogstijd te ervaren, een oorlog waarvan ik niets had meegemaakt maar die door mijn ouders en grootouders in mijn bloedbanen was meegestuurd.

In 2002 is er van die reminiscentie aan beruchte donkere dagen eigenlijk nog maar weinig over. Zoals het geval van de Nederlandse verrader Anton van der Waals, waarop het verhaal losjes is gebaseerd, vrijwel niemand meer iets zegt, zo is ook onze hele kijk op de oorlogsjaren grondig veranderd. Dat er minder helden dan meelopers waren en minder meelopers dan stilzitters, weet inmiddels iedereen en ook dat er tussen 1940 en 1945 talloze dagen waren waarop niks bijzonders gebeurde.

Kortom, de directe omgeving van het boek, de Tweede Wereldoorlog, is intussen grondig van aanzien veranderd, minder jongensachtig spannend geworden zeg maar. Ik kan me voorstellen dat een schrijver van nu met meer belangstelling gekeken had naar de voorbijtikkende tijd tussen de zomer van 1940 en de zomer van 1944, een periode die bij Hermans volstrekt onbesproken blijft, en waarin de hoofdpersoon kennelijk gelaten in zijn sigarenwinkel klanten bedient. Maar 'De donkere kamer van Damocles' is nog een volstrekt rusteloos boek, volgestouwd met actie en veelbetekenende momenten.

Zo'n vijfenveertig jaar na de eerste verschijning blijkt de geschiedenis van Henri Osewoudt getekend door een zekere nadrukkelijkheid. Het lijkt wel of de schrijver zelf voortdurend getroffen wordt door het bordje in Osewoudts winkel 'Hebt u niets vergeten'. Zo wordt bijvoorbeeld het dubbelgangersmotief wel heel expliciet door Osewoudt zelf uit de doeken gedaan als hij zich tegenover zijn vriendin uitlaat over zijn alter ego Dorbeck:,,Ik had een gevoel of ik een verlengstuk van hem was, of zoiets als een deel van hem. Toen ik hem voor het eerst zag, dacht ik: zoals deze man is, zo had ik moeten zijn.' Ook over zijn frustraties laat hij niemand in het ongewisse:,,Alles wat ik gedaan heb, glipt door mijn vingers,' jammert hij ergens aan het eind van het boek. Bijna alsof Hermans bang is dat onoplettende lezertjes de thema's en motieven zullen missen. Het doet denken aan niet mis te verstane reclameboodschappen uit de jaren vijftig: Mevrouw, zonder dit afwasmiddel kunt u niet! Daartegenover staat een koele registratie van de innerlijke en uiterlijke verwikkelingen die nog steeds wél functioneert. Nergens in het verhaal wordt gepsychologiseerd en dat terwijl we toch zo'n beetje alles meemaken vanuit het perspectief van Osewoudt. Zo blijft de psychische wanhoop waaraan hij ten prooi moet zijn, stelselmatig buiten beschouwing. Juist die afwezigheid van enig geestesleven (zo heel anders dan bij Hermans' tijdgenoten als Anna Blaman of Simon Vestdijk) zorgt ervoor dat 'De donkere kamer van Damocles' cultuurpsychologisch moeilijk te dateren valt. Een karakteristieke passage is die waarin Osewoudt zijn dode kindje aanschouwt: ,,Osewoudt's ogen schoten vol tranen, de omgeving werd onzichtbaar of er een dikke plaat ijsglas voor zijn hoofd werd gehouden. Op de tast vond hij het koude steen van de tafel, legde de bloemetjes neer en zonder naar de knecht om te zien, ging hij de trap op en rende de gang door. De tranen bleven uit zijn ogen stromen, zonder dat hij eigenlijk het gevoel had te huilen.' Een puur fysieke, koude scene op een van de gevoeligste momenten in het verhaal.

Het geheim van de blijvende populariteit van 'De donkere kamer van Damocles' zit 'm denk ik vooral in die fusie tussen veelbewogen gebeurtenissen en zakelijke beschrijving. Het boek vertoont voor een bejaarde opmerkelijk weinig rimpels, misschien omdat het nooit jong, gevoelig en zachthuidig is geweest. Het handjevol tegenstanders in het koor van bewonderaars, kon het om die reden bij verschijning nog een 'perfide' en zelfs een 'fascistoïde' boek noemen. Maar zulk moralisme is ons allang vreemd geworden en juist een boek als 'De donkere kamer van Damocles' heeft aan die ontwikkeling bijgedragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden