Column

Henning Jensen was een liefhebber schuine streep broodvoetballer

Beeld Maartje Geels

Het is dus echt begonnen: er worden gaten in je jeugd geslagen, in het meest bewust dan wel intensief beleefde voetbalverleden. Johan Cruijff was vorig jaar meteen een krater. Dinsdag overleed de Deen Henning Jensen, ook pas 68 jaar.

Wat vond ik dat een mooie voetballer. Jensen speelde twee jaar bij Ajax, van 1979 tot 1981. Hij was 30 jaar, toen hij kwam - Ajax kocht nog goede routiniers. Hij kwam van Real Madrid - dat kon toen nog. Hij speelde vaak met afgezakte kousen. Dat zijn jongere landgenoot Søren Lerby, commando op kicksen, dat altijd deed, maar Jensen, de stilist - ook dat kon, en het was nog mooier.

Op Twitter zag ik een foto om bij weg te zwijmelen. De vier Denen van Ajax in 1980 op een rijtje: Jensen, Lerby, Frank Arnesen en Sten Ziegler, een 30-jarige verdediger. Ja, lieve kijkbuiskinderen, Ajax kocht nog oudere verdedigers waar je wat aan had.

Jensen, een middenvelder, was bij Ajax vaak een valse spits - jazeker, 4-3-3 was géén dogma. Het middenveld, daar kwam hij op zijn oudere dag moeilijk tussen, daar liepen Dick Schoenaker, Lerby en Arnesen zich de longen uit het lijf. Het waren, kijkbuiskinderen, niet eens topjaren van de club, maar kom er nog eens om, om zulke middenvelders.

Generaties

Ik bel Jensens trainers bij Ajax, Leo Beenhakker en Aad de Mos. Beenhakker werd in ’79-’80 kampioen met Ajax. In het seizoen erna ging het minder, in maart nam De Mos het over. Hij leidde het weggezakte Ajax nog naar de tweede plaats.

Beenhakker schrok zich het lazarus, zegt hij. “Hij was een prettig mens, bedachtzaam.”

“Ik heb zelden iemand gezien die met beide benen zo goed kon voetballen”, zegt De Mos. Ajax versloeg in april 1981 het grote AZ van toen, dat even later kampioen werd. De Mos liet Jensen als hangende spits spelen. Metgod en Spelbos ‘vraten iedere spits op’, maar hier waren ze niet op berekend. (Of het klopt, weet ik niet. Ik zoek het op en zie Kieft en Hamberg, beiden spits, ook in de opstelling bij Ajax. Maar daar gaat het bij dit soort herinneringen natuurlijk even niet om.)

Ik bekijk beelden van Henning Jensen en ik denk, opnieuw, aan Cruijff. Ook Jensen doet niets raars, niets overbodigs: zonder tierlantijnen op het doel af. Is het ouwe-lullenpraat, leg ik Beenhakker en De Mos voor, dat sommigen daar tegenwoordig toch eens naar zouden moeten kijken?

“Het zijn andere tijden, andere generaties”, zegt Beenhakker. “Ik zeg niet dat het vroeger beter was of slechter, het was anders. Maar je hebt gelijk. Alles was functioneel. Het waren liefhebbers schuine streep broodvoetballers. Je begrijpt wat ik bedoel. Ze speelden voor de premies.”

“Ik heb nooit meer zoveel één-twees in een wedstrijd gezien”, zegt De Mos, met geoorloofde romantisering. De één-twee, combinatie voor teamdenkers. De Mos ziet ’m niet veel meer, de ware, altruïstische één-twee.

Hij rookte als een ketter, zegt De Mos met zo’n voelbaar dat-kon-toen-nog-lachje. De overlijdensberichten van Jensen maakten melding van een kort ziekbed. Je denkt aan Cruijff, 68.

Natuurlijk kon het niet.

In de krant van 25 maart 2016 herdacht ik Cruijff om zijn bredere betekenis als ‘ambassadeur van het samendoen’. Alleen kun je niks, je moet het samen doen, was zijn motto - ja, zeker ook als voetballer.

Ik kijk naar een vrij droog doelpunt van Jensen, na een één-twee met Lerby. Je zou er met een zwaar woord een opdracht in kunnen zien dat er gaten in je jeugd worden geslagen: om in deze egocentrischer tijden de kern, samen doen, uit te dragen en in ere te houden zolang je dat kunt.

Lees hier meer columns van Henk Hoijtink

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden