Henk van Halm / In de ban van torretjes

In de ban torretjes hield Henk van Halm als jochie al een natuurdagboek bij. Nu ook voor De Gids.

Tien jaar was hij, toen hij al een natuurdagboekje bijhield. Dat was aan het einde van de oorlog, in 1945. De jonge Henk van Halm struinde graag met een vriendje de parken van Amsterdam af en raakte daar in de ban van bloemetjes en torretjes, en van vogels en bomen. Wat hij zag, schreef hij op.

Die oude aantekeningen heeft hij bewaard. ,,In het begin noteerde ik de bijzondere dingen. Welke vogels ik zag en zo. Koolmezen en vinken bijvoorbeeld: veel méér namen wist ik trouwens niet. Later schreef ik dat ik zwanemosselen had gezien in de Nieuwe Meer, of elders insecten en bloemen. Boeken over de natuur waren er in die tijd nog nauwelijks; ik kon het allemaal niet nazoeken.''

Dat veranderde. Van zijn zakcentjes kocht Henk af en toe een boek en na verloop van tijd herkende hij steeds meer dingen in de natuur. Hij begon ook te verzamelen, insecten bijvoorbeeld. ,,Dat raakte helemaal over'', zegt hij. ,,Insecten opprikken en vervolgens ontleden stuit me nu tegen de borst. Ik maak er liever foto's van in de vrije natuur. Dan kan ik zo wel zien dat het een blauwe bromvlieg is. Ik hoef trouwens ook niet te ontleden, ik schrijf mijn verhalen voor leken.''

De natuurbijdrage van Henk van Halm in Trouw is na het hoofdredactionele commentaar, het weer en de puzzels de oudste rubriek van de krant. Via zijn zwager, die aan het einde van de jaren zestig eindredacteur was, rolde hij bij Trouw binnen. Hem werd gevraagd boeken over de natuur te recenseren. En toen de auteur van de tuinrubriek ermee stopte, viel hij ook daar in de prijzen. ,,Elke week een tuinrubriek, vroegen ze me. Toevallig was ik zelf net verhuisd naar een huis met een tuin. Ik wilde het wel doen, maar dan over de geschiedenis van mijn eigen tuin.''

De rubriek trok bij de lezers veel belangstelling, en ook uitgever Zomer en Keuning had interesse: de beschrijvingen van Henk van Halm werden gebundeld. ,,Toen zei ik: en nu wil ik ook wel eens buiten het tuinhek gaan kijken.'' Op 17 juli 1976 verscheen de eerste tweewekelijkse aflevering van Dier en Plant, vanaf mei 1984 kreeg Van Halm daarvoor wekelijks een halve pagina -een veelgelezen rubriek.

Hoe kun je nou het best de natuur leren kennen? Van Halm: ,,Door gewoon op te schrijven wat je ziet en wat voor associaties je daarbij hebt. Ook al lijkt het nóg zo simpel. En dan thuis opzoeken wat je gezien hebt: boeken genoeg (en internet natuurlijk). Zo heb ik het ook geleerd. Ik ben geen bioloog, heb maar gewoon hbs. Ik werd ambtenaar op een rijksbank, werkte een tijdje als farmacologisch analist (toen ik zag hoe wreed dieren in de vivisectie werden behandeld, heb ik op staande voet ontslag genomen), was jarenlang corrector en vervolgens redacteur bij een uitgeverij en deed tot mijn vut de voorlichting voor het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie (IVN). De meeste kennis heb ik zelf verworven.''

Vorige week zaterdag verscheen de laatste aflevering in het katern Etcetera. Afgelopen zaterdag is Van Halm teruggekeerd naar zijn oorsprong en houdt hij in De Gids een natuurdagboek bij. Net als in 1945 houdt hij nog steeds bij wat hem opvalt in de natuur, maakt hij aantekeningen van vroege vogels of late bloeiers. Hij is onafscheidelijk van zijn notitieboekje. Wat hij opschrijft, werkt hij thuis uit in de computer en vormde in het verleden vaak de basis voor een artikel in de krant. Nu gaat hij al die gegevens gebruiken voor zijn natuurdagboek.

,,Ik houd bijvoorbeeld elke dag bij welke vogels ik in mijn tuin zie. Eigenlijk is mijn dagboek een voortzetting van de rubriek 'Natuur deze week', waarin ik de lezer in het kort attendeerde op ontwikkelingen in de natuur. Die lange verhalen over dieren en landschappen waren heel leuk om te doen, maar de tips over alledag -waar moet ik op letten? wat kan ik verwachten?- worden toch het meest gelezen. Daarom ga ik nu elke dag mijn waarneming doorgeven en kan ik putten uit mijn oude aantekeningen. Als ik mijn dagboeken naast elkaar leg, kan ik daar tendensen uithalen. Zo zag ik laatst de eerste kokmeeuw met zwarte kop. Uit mijn notities wist ik dat je die omstreeks de tiende januari kunt verwachten. Dat klopte. En nu heb ik Turkse tortels zien paren in mijn tuin. Toch aardig om de mensen daar op te attenderen. Dan kunnen ze er naar uitkijken.''

Zes keer per week een rubriek vullen is 'best veel', zegt Van Halm. De stof voor zijn bijdragen haalt hij uit zijn tuin in de periferie van Amsterdam ('schrijf maar niet waar ik woon, dat houd ik liever voor mezelf'), uit tips van lezers ('wat is e-mail een fantastische uitvinding'), uit zijn wandelingen met hond Joris en uit zijn excursies door het land. Hij trekt er geregeld op uit met zijn kompanen van de Amsterdamse natuurhistorische vereniging. En Texel blijft hem uiteraard ook boeien, zijn favoriete plek in Nederland -,,maar dat hoef je de lezers van Trouw niet te vertellen''. Hij trekt geregeld naar het waddeneiland, meestal met de fiets in de trein en het tentje op de bagagedrager. Hij kampeert altijd in het zuiden van Texel, tien minuten van de pont vandaan. ,,Waarom Texel? Omdat het zo dichtbij is. Terschelling is eigenlijk net zo mooi; je moet er alleen als gebruiker van het openbaar vervoer zo'n eind voor reizen.''

Tips voor Henk van Halm: degids@trouw.nl of Redactie Trouw, Postbus 859, 1000 AW Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden