Henk Krol: Ik wil geen populist zijn

Henk Krol doet het goed bij ontevreden ouderen. 50Plus - twee zetels in de Kamer - staat op negentien zetels in de peilingen. En zijn doelgroep verbreedt zich: 'Jongeren moeten hun eigen pensioenfonds kunnen kiezen.'

Hij zit nog geen tweehonderd dagen in de Tweede Kamer, maar is er nu al bijna niet meer weg te denken. De 62-jarige Henk Krol, fractievoorzitter van 50Plus, gooit hoge ogen in de opiniepeilingen, kan binnenkort het 12.000ste lid verwelkomen en heeft het ouderendebat vrijwel helemaal naar zich toegetrokken. Toch was het nooit zijn droom om parlementariër te worden. Integendeel: "Ik zei altijd tegen mezelf: op het Binnenhof rondlopen werkt verslavend, maar als Kamerlid zullen ze me hier niet zien."

Wat vond u zo verschrikkelijk aan het Kamerlidmaatschap?
Krol: "Dan mag je niks meer zeggen over onderwerpen buiten je portefeuille en ik ben nogal een flapuit die overal iets van wil kunnen vinden. Het vak van Kamerlid is niet aan mij besteed, dacht ik, nadat ik twee kabinetten lang bij de VVD-fractie had gezeten als persvoorlichter."

Hoe komt een VVD'er als u bij 50Plus terecht?
"Nee, nee, ik was alleen persvoorlichter. Bij mijn weten ben ik nooit VVD-lid geweest. Misschien dat ze me ooit hebben ingeschreven omdat ze vonden dat dat nodig was. Nee, ik kende de VVD alleen dankzij mijn baan bij 'Tros Aktua Radio'. Op zondagavond was het altijd moeilijk om nieuws te vinden voor de volgende ochtend. Ik had dan drie noodgrepen: de jongens van de sport, de Knesset - want die vergadert wel op zondag - en als je helemaal niks meer wist, dan belde je Hans Wiegel. Want die wist ter plekke altijd iets leuks te bedenken.

"Op een gegeven moment belde Wiegel mij op en zei: mijn voorlichter stopt ermee en ik heb bedacht dat jij mijn nieuwe voorlichter wordt. Ik zei: ik ben wel liberaal, maar volgens mij zit ik aan de linkerkant van de VVD. Toen zei Wiegel: het is goed dat jij ter linkerzijde staat, want dat staan al die journalisten ook, dus dan ben je meteen een mooie brug."

En dus toog Krol op een middag voor zijn sollicitatiegesprek naar Den Haag. "Het gesprek leek me leuk, dan zie ik ook eens de Tweede Kamer van binnen, dacht ik", vertelt hij nu. "De avond ervoor heb ik nog in mijn boek staatsinrichting opgezocht of de Kamer 75 of 150 leden telt. En het leek me bijzonder om Wiegel eens persoonlijk te ontmoeten."

Maar Krol wilde ook een statement maken en dus schoot hij in een slobbertrui en reed hij in zijn lelijke eend naar Den Haag. "Ik dacht: dat is vast niet zoals het hoort in de Tweede Kamer."

Gaandeweg het gesprek werd de jonge Krol steeds enthousiaster. "Het zal toch niet waar zijn dat ik hier mag werken, zei ik tegen mezelf. Ik heb een salarisverzoek neergelegd waarvan ik dacht: dat gaan ze toch nooit doen, maar dat deden ze wel. Uiteindelijk heb ik er acht jaar gewerkt."

Voordat u Kamerlid werd, heeft u een flinke strijd gevoerd voor de homo-emancipatie. Dat had ook via de politiek gekund. Veel Kamerleden zeggen dat ze parlementariër zijn geworden omdat dit de plek is waar ze zaken kunnen veranderen.
"Ik had heel goed in de gaten dat dat in andere landen ook niet gelukt was, want daar had je meestal wel een partij die zich voor homo-emancipatie inzette en dan deden andere partijen niet mee. Ik ging dus buiten de politieke partijen lobbyen, zodat ik kon samenwerken met álle politieke partijen. Het moest dwars door het parlement heen. Nederland was het eerste land ter wereld waar deze discussie ging spelen. Niet meer een apart iets voor homo- en lesboparen maar gewoon het bestaande burgerlijk huwelijk openstellen. Wij kennen in Nederland dus ook geen homohuwelijken."

Aanvankelijk werd het echter een geregistreerd partnerschap.
"Dat vond ik een belediging. Waarom zou mijn relatie minder zijn dan de relatie van een ander? Ik wil ook geen geregistreerd-partnerschapsreis, ik wil een huwelijksreis. Ik wil geen geregistreerd-partnerschapsfeest, maar een huwelijksfeest. En ik wil vóóral een huwelijksnacht! Geen geregistreerd-partnerschapsnacht. Ik heb mij daar dus tegen verzet en toen het geregistreerd partnerschap voor homostellen werd ingevoerd, heb ik heel manmoedig verklaard - terwijl ik nooit zo van de zekerheden ben - dat ik daar nooit gebruik van zou maken.

"Tót ik kanker bleek te hebben. Volgens mijn arts had ik maar 50 procent overlevingskans. Als ik mijn partner optimaal wilde achterlaten, moest ik dus gebruikmaken van dat vermaledijde geregistreerd partnerschap. Waar ik niets, niets, niets mee te maken wilde hebben! Maar ik had geen keus, ik stond met mijn rug tegen de muur."

Toch is het burgerlijk huwelijk uiteindelijk opengesteld voor homostellen.
"Ik heb alle fractiewoordvoerders uitgenodigd voor de ceremonie van ons geregistreerd partnerschap. Eenmaal daar heb ik verteld dat dit letterlijk een moetje was, een noodgreep, dat ik het helemaal niet zo wilde. Toen ik na een jaar weer aan het werk kon, was het veel makkelijker om uit te leggen waarom het een verschil uitmaakt. Na een strijd van bijna dertig jaar was het op 1 april 2001 eindelijk zover."

En toen kwam het zwarte gat?
"Eerst niet, toen liep ik naast mijn schoenen van trots, maar na een tijdje toch wel, ja. Ik vond mezelf nog te jong om niets te doen. Toen kwam er een telefoontje van Jan Nagel. Hij vroeg of ik naar een door hem geschreven verkiezingsprogramma wilde kijken. Dat heb ik gedaan. Ik had een paar opmerkingen. Toen vroeg hij of ik in Hilversum langs wilde komen om gewoon, een half uurtje maar, even mijn kanttekeningen door te nemen."

U was dus niet meteen razend enthousiast over het programma?
"Ik vond het hartstikke leuk, maar ik betrok het absoluut niet op mezelf. Ik ben met mijn beste vriendin en de hond naar Hilversum gereden en voor ik het wist, zat ik aan de keukentafel met allemaal bejaarde nozems die enorm strijdbaar waren. Die mensen voelen zich niet gehoord door de politiek en willen ergens op een nette manier voor knokken."

Uw strijd voor de openstelling van het burgerlijk huwelijk wilde u niet als Kamerlid voeren. Waarom deze strijd voor ouderen wel?
"Dat is precies de vraag waarmee ik heb geworsteld in de eerste paar maanden. Maar als het niet lukt buiten de politiek, is het tijd om een signaal af te geven. Want wie waren er bij de oprichting van 50Plus allemaal aanwezig? Mensen uit diverse politieke partijen die in hun eigen partij veel te weinig gehoor kregen. Dan moet je op een gegeven moment zeggen: als het echt niet lukt..."

Over de openstelling van het burgerlijk huwelijk heeft u toch ook dertig jaar gedaan?
Lachend: "Zo lang hebben die 65-plussers niet meer."

U had het ook kunnen proberen als leider van de ANBO, de belangenorganisatie voor senioren?
"Ja, dat wilde ik ook. Drie jaar geleden heb ik uitgebreid met algemeen directeur Liane den Haan gesproken over mijn ideeën en of ik iets voor haar organisatie kon betekenen. Maar het bestuur van de ANBO zag het niet zitten. Dat ik meedacht, was op hun uitnodiging, maar ze vonden mijn aanpak te resoluut, denk ik."

Waarom voelen ouderen zich niet gehoord door partijen als SP en PVV? Zij nemen het op voor de minder bedeelde ouderen en voor de bewoners van verzorgingshuizen.
"Veel ouderen hebben liever dat een middenpartij als het CDA voor ze opkomt. De SP is voor hen te links en de PVV te radicaal. Bij de SP voelen ze zich bovendien niet thuis vanwege de partijstructuur. Zo'n interne afdrachtregeling vinden ze te rigide, bijna communistisch. De SP heeft wel een goed pensioenstandpunt, maar de rest... En de PVV, dat is toch de partij die beloofde dat 65 ook 65 zou blijven om vervolgens dit AOW-standpunt één dag na de verkiezingen weer los te laten? Daarbij zijn veel ouderen tegen de toonzetting van Wilders. Hij creëert een tweedeling tussen bevolkingsgroepen."

U wordt dikwijls verweten zelf ook zo'n tweedeling te creëren, namelijk tussen jong en oud.
"Ik heb mezelf in het begin te veel laten verleiden om in diverse tv-debatten tegenover jongeren te gaan zitten. Daardoor werd het zo'n tweestrijd tussen jong en oud. Ik wil tegen jongeren zeggen dat ouderen echt álles willen doen om te zorgen dat het goed gaat met volgende generaties. Het zijn onze kinderen en kleinkinderen. Natuurlijk komen ouderen ook op voor hun eigen belangen. Ze hebben braaf gespaard en vinden het niet netjes dat hun geld zo wordt afgenomen. Maar als het gaat om komende generaties zijn ouderen per definitie heel zorgzaam."

Toch blijft het beeld hangen dat uw partij voor de eigen belangen van ouderen strijdt ten koste van jongeren.
"We moeten juist aantonen dat we een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de maatschappij. De generaties zijn echt aan elkaar verbonden als het gaat om lastenverdeling. Het klinkt heel kinderachtig, maar iedere oudere is jong geweest en niet iedere jongere kan 100 procent inschatten hoe het is om oud te zijn. Jongeren zeggen dan: wij hebben weinig te besteden, maar ja, dat hadden ouderen toen ze jong waren natuurlijk ook. Je bouwt in de loop van je leven wel wat op, dus het is logisch dat je dan iets meer gespaard hebt. Onze strijd om de pensioenen in stand te houden, is ook een strijd voor de komende generaties."

Voor veel jongeren zijn die pensioenen een ver-van-hun-bed-show.
"Dat vind ik jammer. Jongeren zouden hun eigen pensioenfonds moeten kunnen kiezen, zoals dat ook kan bij verzekeringen en hypotheken. Hou je van risicovol beleggen? Dan kies je voor een pensioenfonds dat risicovol belegt. Je loopt dan een risico, maar je kunt ook de hoofdprijs halen. En anders kies je voor een meer behoudende variant. Je houdt vanwege het basisrecht op de AOW nooit helemaal niets over, hooguit minder dan je verwacht. Ik wil ook dat pensioenfondsen de informatie toegankelijker maken. Wij moeten er als politici voor zorgen dat de mensen het begrijpen. Daarom zeg ik altijd: de Eerste Kamer is belangrijk en de Tweede Kamer is belangrijk, maar de huiskamer is het allerbelangrijkst."

Iedereen begrijpt wat de PVV zegt.
"Ik wil geen populist zijn. Ik waardeer dat de PVV probeert naar mensen te luisteren, maar laat ze eerst maar eens een ledenpartij worden."

Bent u niet bang dat u - net zoals andere ouderenpartijen - vechtend ten onder gaat?
"Nee, daarover heeft mijn buurvrouw Jet Nijpels (lijsttrekker Algemeen Ouderenverbond en oprichtster Senioren 2000, red.) me goed voorgelicht. Die partij was te snel uit de grond gestampt en heeft gelijk meegedaan aan de Tweede Kamerverkiezingen. Daarom zei de oude rot Jan Nagel: allemaal heel erg leuk, maar we gaan niet gelijk meedoen met de Kamerverkiezingen, want we kennen die mensen nog niet. We doen pas mee met de Provinciale Statenverkiezingen als we weten wat voor vlees we in de kuip hebben. Ik denk dat dát een gouden besluit is geweest."

50Plus wil korter reces
Henk Krol vindt het 'gekkenwerk' dat Kamerleden met enige regelmaat tot na middernacht doorvergaderen, en pleit daarom voor kortere recessen waardoor er kortere vergaderdagen kunnen komen. Zeker het zomerreces moet korter, vindt Krol. "Kamerleden moeten op een iets menselijker tijdstip naar huis kunnen gaan, zodat ze gewoon weer een keer kunnen nadenken. Ik heb mezelf er nog niet op betrapt, maar ik denk wel dat als je dagenlang tot zo laat doorgaat, je fouten gaat maken."

Krol wijst erop dat daarbij goede afspraken moeten worden gemaakt. "Anders ben ik bang dat we het één doen en het ander niet laten. Kijk naar het aantal aangevraagde spoeddebatten, zo'n lijst! Als we nou een weekje langer doorwerken, is die lijst ook weer schoon. Ik kan het soms niet meer volgen. En dan ben ik echt niet 'opa vertelt'."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden