Hendrik Kraemer

Het hervormde Hendrik Kraemerhuis in Oegstgeest sluit volgende maand zijn deuren, maar de Samen-op-weg-kerken zien nog genoeg moois in Kraemers gedachtengoed om op de nieuwe locatie zijn naam voor het SoW-opleidingsinstituut voor de zending te handhaven.

Kraemer (1988-1965) is omstreden, maar daar willen zijn Nederlandse sympathisanten niets van weten. De Leidse theoloog M. R. Spindler noemt het zelfs ,,een bron van voortdurende verbazing dat Kraemer het akelige symbool geworden is van missionaire arrogantie en onverdraagzaamheid in de ogen van veel theologen, speciaal die in de Derde Wereld.''

In Nederland kan Kraemers reputatie nog steeds niet stuk, en dat is vreemd. Nog maar weinigen zullen de boudere van zijn uitspraken onderschrijven. In 'De Islam als godsdienstig en als zendingsprobleem' schrijft hij: ,,De kracht van de islam ligt nooit in de wijze waarop hij de vragen stelt en zijn antwoorden geeft. Hij stelt eigenlijk in het geheel geen vragen en geeft in het geheel geen antwoorden. Daarom is hij gedwongen ondiep te blijven.'' De kracht van de islam ligt volgens Kraemer wel in de ,,zeer effectieve godsdienstige discipline''.

In dit in 1938 verschenen boekje stelt Kraemer dat de begintijd van de islam in Klein-Azië en Afrika 'hetzelfde meedogenloze aspect' laat zien als 'de totalitaire machten van onze tijd'. Kraemer verklaart het succes van de islam in deze tijd uit 'de hopeloze vermenging van godsdienstige bezieling van middelmatige soort met wereldse berekening'. Spindler verdedigt Kraemer als volgt: ,,Kraemer heeft zendingspaternalisme altijd aan de kaak gesteld. Verder was hij betrokken bij het opzetten van hoger onderwijs in Indonesië.'' In zijn tijd was Kraemer een vooruitstrevend persoon, verdedigt de Leidse theoloog zijn illustere voorganger.

En dat klopt. Kraemer moest niets hebben van een christendom dat in dienst staat van de koloniale macht, en spande zich in voor zelfstandigheid van de jonge kerken in de koloniën. De nieuwe christenen die de zending gewonnen had, waren voor hem volstrekt gelijkwaardig aan de zendelingen zelf, sterker nog, zij moesten van hem zo snel mogelijk zelf ook 'ambassadeurs van Christus' worden.

Kraemer-adepten zien hierin bewijzen voor de vooruitstrevendheid van deze vroeger ook internationaal gevierde Nederlandse zendeling. De Australische prof. E. Sharpe ziet dat heel anders. Juist Kraemer werd volgens hem op de bekende zendingsconferentie in Madras als zendingsstrateeg naar voren geschoven omdat hij de nadruk legde op groei en ontwikkeling van de jonge kerken en op hun zendingstaak, en niet op die van de westerse zending, die in deze tijd van groeiend nationalisme steeds minder aantrekkingskracht kreeg in de koloniën.

Zending begint volgens Kraemer dichtbij huis. In het boekje 'Kerk en zending' leest hij de Nederlandse kerkgangers de les. Zij moeten volgens hem 'den plicht en drang tot getuigenis' hebben en overtuigd zijn van de 'volstrekte vanzelfsprekendheid der zending zowel dichtbij als veraf'. Dat gold zowel voor de jonge kerken in Indonesië als voor de oudere in Nederland.

Kraemer vond zending zo belangrijk omdat hij rotsvast overtuigd was van de waarheid en het reddende vermogen van de bijbelse boodschap. In zijn boeken betuigt hij weliswaar vaak respect voor de rijkdom van andere culturen en religies. Zending mocht volgens Kraemer niet gepaard gaan met 'waarheidsfanatisme': in andere religies zit ook eruditie, eerlijkheid en wijsheid verscholen. Maar, zo vat Sharpe Kraemer samen, in laatste instantie proberen de gelovigen in andere religies zichzelf alleen maar te verheffen tot het goddelijke, terwijl in het christendom God in de vorm van zijn openbaring van vergeving, oordeel en redding tot de mensen afdaalt.

Dit laatste noemde Kraemer 'Bijbels realisme', volgens Sharpe de kern van zijn theologie. Al is theologie als wetenschappelijke discipline misschien nog te complimenteus. Sharpe concludeert erover: ,,Zijn begrippenstelsel is 'volledig subjectief'. In zijn hoofdwerk 'The christian message to a non-christian world' stelt Kraemer zelfs dat 'de wetenschappelijke methode minder dan waardeloos' is. En Sharpe vervolgt: ,,Kraemer nam filosofie niet alleen niet serieus, hij vond haar zelfs in wezen demonisch.'' Want wie wetenschappelijk, filosofisch of gewoon met gezond verstand nadenkt komt daarmee niet tot God.

Maar zoiemand kan bovendien - al schrijft Kraemer dat niet - niet anders dan kiezen: óf de bijbelse boodschap is absoluut waar en andere religies hebben het dus helemaal fout en moeten dan ook bestreden worden, óf het christendom is niet exclusief waar, maar dan is er weer geen reden voor zending.

In het verslag in Trouw van een symposium ter gelegenheid van Kraemers honderdste geboortedag - hij werd geboren in mei 1988 - verklaarde een spreker Kraemers populariteit kernachtig: ,,De spanning tussen aan de ene kant de exclusiviteit van het geloof in Jezus Christus en aan de andere kant de openheid naar andere religies. Die spanning zal altijd blijven, verlaat die spanning niet.''

Kraemer kende die spanning meer dan veel van zijn bottere tijdgenoten in de zending. En dat houdt hem ook tegenwoordig nog in protestants Nederland populair: alleen dankzij die schizofrenie zijn tolerantie en zending tegelijkertijd te cultiveren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden