Hemelhoge avonturen

. (foto: hotair.nl)

Nini Boesman werd op haar achttiende gegrepen door de ballonvaart. Ze maakte 800 avontuurlijke vaarten, veel met haar man Jo, kreeg internationale erkenning voor haar inzet en maakte op haar negentigste nog haar eerste tocht met een zeppelin.

Toen Nini Visscher als achttienjarige Jo Boesman ontmoette, en hem in de mand van een luchtballon zag wegzweven, hoefde ze niet meer na te denken. Dat wilde ze ook. Ze wilde mee.

Ieder huwelijk is een onbekend avontuur. Bij dit huwelijk kwam het aan op wind, zand, gas en stuurmanskunst. Ze waagde het erop en dat was het begin van een avontuurlijk bestaan, met ballonvaarten over de Alpen, boven Pakistan, in Afrika, Haïti, over de Noordpool.

Nini Boesman haalde in 1948 als eerste Nederlandse vrouw het brevet van balloncommandante.

Ze voer niet in een luchtballon met een brander eronder, maar in een gasballon, te herkennen aan het mandje waar vele zandzakken aan hangen. De gasballonvaart is duurder, bewerkelijker en exclusiever dan de vaart met de heteluchtballon. Wereldwijd zijn er zo’n honderd gasballonnen. Varen met een gasballon vraagt subtiele stuurmanskunst, flinke sommen geld, of het vermogen om daar via sponsors aan te komen en genoeg vrienden of familie om te helpen bij het vullen van zandzakken en bij andere voorbereidingen. Samen met haar man Jo had Nini Boesman dat allemaal.

Samen met hem deed ze mee aan die bijzondere wedstrijd, de Gordon Bennettrace, alleen voor gasballonnen. De race is in 1907 ingesteld door de Amerikaanse miljonair James Gordon Bennet jr, eigenaar van de New York Herald. Deze officieel jaarlijkse race wordt in de praktijk eens per twee jaar gehouden. Winnaar is degene die het verst komt en dat betekent bij de gasballonvaart dat de ballon wel enkele dagen achtereen in de lucht blijft.

Het toppunt van exclusiviteit is de zogeheten Puderquasten Derby, een gasballonvaart, alleen voor vrouwelijke piloten. Ook de volgploeg mag alleen uit dames bestaan. Na afloop van de Puderquasten Derby is er een banket, of een diner-dansant.

Met haar man deelde Nini Boesman ook de belangstelling voor de geschiedenis van de ballonvaart. Ze was dertig jaar voorzitter van de luchtvaarthistorische vereniging van de Koninklijke Nederlandse vereniging voor luchtvaart. Vorig jaar pas, op haar negentigste, gaf ze de voorzittershamer over aan haar opvolger.

Over het varen met een gasballon kon ze onderhoudend vertellen. Haar beschaafde Haagse damesstem, haar grote ervaring, de spectaculaire vaarten die ze gemaakt heeft en haar kennis van de techniek en de geschiedenis van de ballonvaart zorgden ervoor dat ze veel voor lezingen werd gevraagd. Dan vertelde ze bijvoorbeeld dat een ballon niet te sturen is, maar meegaat met de wind, en als die plots draait, kan dat zomaar richting oceaan zijn, of richting bergen, of naar een land waarboven vliegen verboden is, zoals ooit Rusland. Sturen gaat niet, de piloot kan alleen hoogte winnen zolang er ballast is om overboord te gooien, of richting aarde gaan, door via het ventiel gas te laten ontsnappen. En hopen dat op dat moment niet de zon hard gaat schijnen, want door het opwarmen zet het gas uit, wordt de ballon naar verhouding lichter en gaat stijgen. Van de 800 vaarten die ze maakte waren er genoeg waarbij de wind de mand een onverwachte kant op blies. Zo landde Nini Boesman ooit in de Noordzee, samen met een paniekerige Godfried Bomans. Zij was degene die het water in sprong om naar de kust te waden om hulp. Ze vertelde ook graag over de riskante tocht boven Roemenië, waarbij ze de ballon precies binnen landsgrenzen moest zien te houden.

Vaak legde ze uit waarom ze voor de omslachtige gasballonvaart koos, en niet voor de hetelucht. Een gasballon, zei ze dan, is stil. Er is geen geraas van de brander. Zo in de stilte op soms grote hoogte door de lucht zweven, was een ervaring die ze steeds weer wilde meemaken. Alle ongemakken had ze er wel voor over. Smakelijk vertelde ze hoe subtiel het overboord gooien van ballast gaat, met steeds slechts een handjevol zand. Een ballonvaarder met volle blaas moet daarom eerst aan de piloot vragen of het zaakje gewoon de mand uit kan, of dat het opgevangen dient te worden, in verband met het gewicht.

Dit was de wereld waarin Nini Boesman thuis was. Als ze aan het winkelen was zag ze eruit als een keurig Haags dametje, haren gekapt, mantelpakje, lippenstift. Maar zodra ze de mand instapte, met haar stoere schoenen aan, was ze een onverschrokken, koelbloedige piloot. Haar man en zij spraken altijd van tevoren af wie de leiding had. Als zij de baas was, gaf zij opdrachten om zand uit te werpen, of aan de ventiellijn te trekken.

Zij en haar man namen altijd hun eigen ballon mee, gemaakt van katoen gedrenkt in rubber, met het net van Italiaanse hennep, en hun eigen mand, vulslurf, mandring, scheurbaanlijn. Het gas moest altijd ter plekke gekocht worden. Haar man Jo regelde dat meestal via de Philips-vestiging ter plaatse. Hij zorgde er ook voor dat er voldoende sponsors waren.

Een keer kwam ze met haar man en een vriend met ballon en al in een storm terecht, boven Frankrijk. De wind was oost, dus de tijd drong. Na veel moeite lukte het om de ballon richting grond te sturen. Met een enorme vaart knalde de mand tegen het Franse veld. Toen Nini na de harde klap bijkwam, merkte ze dat haar man Jo en de vriend uit de mand gelanceerd waren en zij als enige in de tollende ballon zat, die razendsnel steeg en richting de Atlantische oceaan ging. Nini Boesman ging eerst eens rustig op de bodem van de mand zitten en zag op de hoogtemeter dat ze steeg met tien meter per seconde, vijf keer zo snel als normaal. Boven de 4000 meter is er zuurstof nodig. Die had ze niet aan boord. Ze ging staan, pakte het ventieltouw en trok er uit alle macht aan, zolang als ze kon, om gas te laten ontsnappen. Boven de oceaan zou ze kansloos zijn, de ballon moest zo snel mogelijk aan de grond.

Eindelijk zette de landing is, op de hoogtemeter zag ze dat ze nu met tien meter per seconde daalde. De ballon had de vorm van een dunne peer gekregen. Met deze snelheid zou ze te pletter slaan. Ze gooide, om af te remmen, de ballast overboord, niet meer met handjesvol, maar met zakken. Met een harde klap kwam de mand op de grond en begon aan een sleepvaart: de ballon trok de mand met een razende vaart over de modder en de struiken van de Franse velden. In zo’n geval zit er niets anders op dan de ballon in een keer leeg te laten lopen door aan het juiste touw te trekken, de scheurbaan. Maar de touwen zaten in de knoop. Uiteindelijk lukte het om het touw te pakken te krijgen waarmee ze de ballon in een keer leeg kon laten lopen. De boer die haar vond dacht dat ze een parachutiste was, schreef haar man Jo in ’Luchtig avontuur’, waarin vele andere wederwaardigheden staan.

Soms dacht ze wel eens: nooit weer, maar altijd ging het kriebelen en was er een volgende vaart.

De dood van haar man in 1976 stelde Nini Boesman, die toen 58 was, voor een groot dilemma. Stoppen of doorgaan? Ze wilde blijven varen en vroeg aan de neef die vroeger als jongetje van acht de zandzakken gevuld had, of ze hem en zijn vrouw mocht opleiden tot gasballonpiloot. Drie anderen kwamen erbij en zo had Nini Boesman een team van vijf om haar te helpen bij de gasballonvaart.

Die neef en nicht wilden haar graag helpen. Ze kwamen bij het echtpaar over de vloer voor de wekelijkse etentjes, waar het echtpaar Boesman, dat zelf geen kinderen had, hen voor uitnodigde. Die etentjes waren gezellig. Altijd waren er spannende verhalen over avonturen in de lucht. En tante Nini Boesman was geïnteresseerd in de wederwaardigheden van haar neven en nichten. Ze vroeg belangstellend hoe het met ze ging, hoe ze zich voelden.

Met ballonvaren is Nini Boesman doorgegaan zolang dat nog kon. Toen het niet meer ging, ze was toen ver in de tachtig, bleef ze lezingen geven. Er gingen dozen dia’s mee en een paar beduimelde blaadjes waar ze aantekeningen op gemaakt had. Voor haar inzet voor de geschiedenis van de ballonvaart ontving ze een koninklijke onderscheiding. Het echtpaar kreeg internationale erkenning door hun deelname aan wedstrijden en hun inzet voor de toekomst van de gasballonvaart, door het opleiden van piloten. In Nederland organiseerden Nini en Jo Boesman meer dan veertig Internationale Holland Ballon Races. De portretten van Nini en Jo Boesman hangen in de Hall of Fame van het Balloon & Airship Museum te Mitchell. Nini Boesman werd ereburger van deze stad.

Ze bleef een avonturierster. Opgetogen was ze over een van haar laatste avonturen: haar eerste tocht met een zeppelin, vorig jaar nog. Ze was toen negentig.

De laatste twee weken, toen ze zorg nodig had, verbleef ze in het gezin van de zoon van haar levenspartner.

De tekst op haar rouwkaart had ze zelf geschreven. Ze was opgestegen, maar zou dit keer voor het eerst niet landen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden