Helpt Ploumens 50 miljoen?

Minister Ploumen van hulp en handel stopt per direct 50 miljoen in de Afrikaanse economie, in de hoop dat minder migranten hierheen komen. Lezers zijn verdeeld.

Lokale bedrijfjes

Investeren in het ondernemerschap van vluchtelingen in plaats van in het vernietigen van smokkelaarsboten is een stap in de goede richting. Maar hoe doe je dat in landen waar het ondernemersklimaat aan alles tekortkomt en persoonlijke connecties belangrijker zijn dan een deugdelijk businessplan?

Met name in fragiele staten, waar de meeste vluchtelingen vandaan komen, is er amper bewijs voor succesvolle ondersteuning van privatesectorontwikkeling. De vraag is dan: hoe kunnen de 50 miljoen optimaal worden ingezet om wanhopige mensen toch nog een perspectief te bieden? Mohammed Bouazizi, de jonge Tunesiër die op 17 december 2010 de Jasmijnrevolutie in gang zette, was niet in een boot gestapt. Omdat hij als groenteverkoper geen vergunning kon krijgen, overgoot hij zich met benzine.

Als Ploumens 50 miljoen nou niet alleen ten goede komt aan enkele (Nederlandse?) ondernemers, maar ook bijdraagt aan betere randvoorwaarden voor kleine lokale bedrijfjes, zou het geld zeker goed besteed zijn.

Anette Hoffmann Den Haag

Jonge mannen

De fondsen die Ploumen wil inzetten om lokale ondernemers in Afrika te ondersteunen zijn nuttig, maar helpen niet of nauwelijks om migratie te verminderen. Deze hulp komt vooral terecht bij de meer ondernemende middenklasse, en dat zijn doorgaans niet de mensen die naar Europa migreren. Migranten zijn vaak jonge mannen die lokaal geen werk kunnen vinden. Zij worden niet weerhouden door een krediet van een paar duizend euro; dat bedrag kunnen ze uit de vrienden- en familiekring bij elkaar harken om de reis te bekostigen.

Ploumen vertrouwt met haar bedrijvenfondsen sterk op bedrijven die lokaal werkgelegenheid creëren. Dat is zeker nodig, maar die investeringen komen alleen van de grond als het economische en sociale klimaat op orde is. En dat vereist eerder steun van overheden voor betere infrastructuur. Als die ontbreekt, kunnen de beschikbare middelen voor bedrijven moeizaam worden besteed.

Ruerd Ruben Den Haag

Nog meer corruptie

Er zijn de laatste decennia redelijk wat welvarende landen bijgekomen, maar geen enkele daarvan is rijk geworden door hulp. Al die landen - Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, Singapore, Brazilië - zijn zover gekomen door invoering van een vrijemarkteconomie en het verkopen van goedkoop geproduceerde consumptiegoederen aan rijke landen (walkmans, cd-spelers, auto's, computers, smartphones). Ontwikkelingshulp heeft daarbij in elk geval geen rol gespeeld. In de overgebleven landen zie je allemaal hetzelfde: machthebbers die alleen aan de macht zijn om hun eigen land leeg te roven. Het sturen van meer geld leidt daar alleen maar tot meer corruptie.

Frits Eveleens Rotterdam

Baantje voor minister

Minister Ploumen denkt dat Nederland de wereld moet redden. Dat je dit misschien beter aan andere, grotere landen kunt overlaten, komt niet bij haar op. Typisch zo'n voorbeeld van geldsmijterij zonder internationale coördinatie en overleg.

Daarbij zoekt Ploumen niet uit waar het geld terechtkomt en of het allemaal wel goed gaat. Het gaat haar erom dat ze weer een reisje kan maken en dat haar naam wordt genoemd, om straks een mooie baan in het bedrijfsleven te bemachtigen.

Werd er niet zo gesmeten met geld, dan zouden we niet hoeven bezuinigen. Ik ben dus tegen. De minister moet zich meer bewust worden van het feit dat het onze centen zijn, en niet de hare. Als het haar eigen geld zou zijn, dacht geen haar op haar hoofd erover om het zo uit te geven.

D. Haesen Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden