Helpt de jacht op leeuwen de leeuwenpopulatie?

De leeuw Tommy in het park waar ook Cecil vandaan kwam, voordat hij werd neergeschoten. Beeld ap

Uitgerekend op de avond voor Wereldleeuwendag kondigde Zimbabwe gisteren aan de jacht op leeuwen weer (gedeeltelijk) toe te staan. De reden: het geld dat daarmee wordt verdiend is nodig om de nationale parken te beschermen. Maar houden jachtpremies echt zowel het Afrikaanse natuurbehoud als de dierenpopulaties overeind?

Precies een week duurde het voordat Zimbabwe weer overstag ging. Ophef rond de dood van Cecil, die begin juli door de Amerikaanse tandarts Walter Palmer werd neergeschoten, triggerde de Zimbabwaanse regering begin augustus tot een jachtverbod.

Tot nu dus, al is jagen nog wel verboden in de gebieden rondom het nationale park Hwange, waar Cecil werd neergeschoten, en drie andere plekken. Dieren die een zender om hun nek hebben, hoeven ook niet voor jagers te vrezen.

Economische belangen lieten het echter niet toe het verbod langer door te zetten. Jaarlijks is de jacht op verschillende diersoorten goed voor twintig tot veertig miljoen dollar aan inkomsten in Zimbabwe, becijferden diverse media na de dood van Cecil.

De argumentatie van Zimbabwe is niet vreemd. Er zijn meer landen die hun zorgen hebben geuit over de ophef rond de jacht. Zo zei de minister van toerisme en milieu van Namibië, Pohamba Shifeta, dat het einde van de trofeejacht het einde is van het natuurbehoud in het Afrikaanse land. Zijn Zuid-Afrikaanse collega volgde niet veel later.

Natuurbehoud
Jachtvergunningen zijn namelijk van groot belang voor het natuurbehoud van een Afrikaans land. Uit een onderzoek uit 2006 blijkt dat ongeveer 19.000 jagers samen 200 miljoen dollar neertelden om in Afrika te jagen. Dit bedrag is nu, negen jaar later, alleen maar hoger geworden. Er zijn zelfs cijfers van dat in de Afrikaanse dierenhandel alleen al 700 miljoen dollar omgaat.

Waar komt het geld vandaan? Vooral van de bedragen die moeten worden neergeteld om een dier te schieten. Om een leeuw te mogen doden moet in veel landen zo'n 50.000 dollar worden betaald. Een vergunning voor een olifant is 30.000 dollar, een buffel kost 13.000 dollar. Soms zijn dieren nog duurder. Vorig jaar kwam een neushoorn op een Amerikaanse veiling voor 350.000 dollar onder de hamer.

Het aantal jagers is bovendien toegenomen, zo wordt aangenomen, al zijn er weinig nieuwe cijfers als gevolg van gebrekkige informatie door politieke onwil of weinig administratie. Er wordt dus meer en vaker gejaagd, en dat is goed voor een stijging van de inkomsten.

Het geld dat met het verlenen van jachtvergunningen wordt verkregen, wordt in veel Afrikaanse landen gebruikt voor natuurbehoud. Uit een rapport van het Internationale Fonds voor Dierenwelzijn (2011) blijkt dat bijvoorbeeld in Zimbabwe een groot deel van dat geld wordt geherinvesteerd in de nationale parken, iets wat ook organisatie Panthera opmerkt, die dieren in Afrika beschermt.

De Afrikaanse leeuw
Hoe zit het dan met de leeuw? Er leven er nu zo’n 32.000 wilde leeuwen in Afrika. Ook worden er zo’n 6000 in gevangenschap gehouden in Zuid-Afrika. Een deel daarvan wordt voor de jacht gebruikt, anderen worden gefokt voor populatieprogramma’s of dierentuinen.

In Zimbabwe zijn tussen 1999 en 2009 zo’n 800 leeuwen gedood. In Zuid-Afrika worden jaarlijks 260 leeuwen geschoten, maar het grootste gedeelte komt uit het zogenaamde ‘canned hunting’, waar de beesten worden gefokt in een gebied waar ze niet weg kunnen en sowieso voor de loop van een geweer komen. Deze dieren worden niet meegerekend met de Afrikaanse leeuwenpopulatie .

Een kunstenaar tekent Cecil op de deur van een garage. Beeld afp

In diverse landen zorgen de jachtinkomsten voor werkgelegenheid in de nationale parken, waardoor de dieren in die parken beter kunnen worden beschermd. Dat is het geval in Botswana, CAR, Namibië, Tanzania, Zambia en Zimbabwe, bleek uit onderzoek. In Namibië zijn verschillende gebieden groter dan 70.000 vierkante kilometer opgericht, puur met geld dat van de trofeejacht afkomstig was.

Hoe verweven de trofeejacht en het natuurbehoud zijn, laat het voorbeeld in Zambia zien. Daar werd in mei een jachtverbod ingetrokken, omdat er te weinig geld binnenkwam om bestaande natuurparken (met beschermde dieren) blijvend te beschermen. Het land kiest er nu voor om liever één leeuw te laten schieten om de rest van de populatie te redden, dan de hele troep in handen van stropers te drijven. Want dat is misschien wel het grootste probleem in Afrika. Zo worden er per dag bijna drie neushoorns gedood, meestal voor het ivoor.

Jagers zorgen voor stabiele inkomsten
Hoewel de inkomsten van de jachtvergunningen ver achterlopen bij het geld dat uit ecotoerisme binnenloopt, is het jachtgeld wel een min of meer verzekerde bron van inkomsten. Jachttoerisme blijkt minder gevoelig voor politieke instabiliteit dan het 'gewone' toerisme. Onderzoekers vonden dat uit in Zimbabwe, waar bij onrust het toerisme kromp met 75 procent, terwijl de inkomsten uit de jacht 'slechts' met 12 procent daalden.

Daar komt nog bij dat vaak wordt gejaagd in gebieden die door veel toeristen als onbegaanbaar of onveilig worden geacht. Zo zijn ook in delen van Centraal Afrika, waar toerisme wordt afgeraden, vaak jagers te vinden. Zij kiezen juist die onbegaanbare plekken uit om te jagen, daar waar de dieren niet al te zichtbaar rondlopen voor het grote publiek.

Organisaties gaan 'onbegaanbaar' land beveiligen
Daarmee wordt ook een ander punt aangestipt waarom jagers een positieve invloed kunnen hebben op een dierenpopulatie. Afrikaanse jachtorganisaties gebruiken namelijk dat 'onbegaanbare' land om hun klanten tevreden te houden. Dit doen ze door dieren op dat land te beschermen tegen stropers en ze dus een soort beveiliging geven. Twintig procent van de 756.000 vierkante kilometer aan grond dat onder bescherming staat, wordt gecontroleerd door private jachtorganisaties. In Zuid-Afrika alleen al zijn deze 'game ranches' even groot als de nationale parken samen.

Dit leidt ertoe dat het voor stropers en boeren moeilijker wordt om zich op dit grondgebied te begeven. Guy Balme, directeur van organisatie Panthera, zegt dat jachtorganisaties daarom een noodzakelijk kwaad zijn. "Dit gebied zou voor landbouw worden gebruikt als de jachtorganisaties er niet waren. We houden niet van de trofeejacht, maar hun optreden vertraagt de daling van de dierenpopulaties."

Als voorbeeld voor dit 'succes' wordt vaak de zuidelijke witte neushoorn genoemd, in de negentiende eeuw een geliefd dier om op te jagen. Zoveel werden er afgeschoten, dat er rond 2000 nog maar honderd dieren over waren. Dankzij ingestelde 'beschermde' gebieden is dat aantal nu gestegen tot ruim 20.000.

De andere kant
Al deze onderzoeken wijzen dus in de richting dat jagen wel degelijk een positieve invloed kan hebben op zowel de economie als de dierenpopulatie in een Afrikaans land. Echter, er zijn ook genoeg onderzoeken waaruit blijkt dat het ook wel verkeerd kan gaan als het jachttoerisme bloeit. Want hoe mooi de cijfers ook zijn, het is onbekend hoeveel geld daarvan terugvloeit naar het natuurbehoud. Sommige onderzoeken gaan zelfs uit van slechts 3 procent, heel weinig om te spreken van een zichzelf in stand houdend jachtsysteem.

Volgens Lindsey zijn er vier problemen met de jacht op beschermd grondgebied. Ten eerste is er in veel landen een gebrek aan een correct jachtquota, waardoor er vaak lukraak vergunningen worden afgegeven. Dit was waarom dierenwelzijnorganisatie LionAid in woede uitbarstte na de dood van Cecil. "Quota's worden ruim overschreden. Dit is niet goed voor de populatie", aldus een woordvoerder tegen de Guardian.

Ten tweede worden vaak aan jachtorganisaties licenties uitgeschreven die bestaan door de gunst van slechts een paar, mogelijk beïnvloede personen. Lindsey noemt hierbij specifiek Tanzania en Zambia. Dit leidt tot het derde, en meest allesomvattende, probleem: corruptie. Zowel op lokaal als nationaal niveau ziet Lindsey problemen. Van regeringsleiders die een oogje dichtknijpen als er teveel wordt geschoten, tot bestuurders die worden omgekocht.

Tot slot zijn er vaak lokale jagers die illegaal een dier schieten, om delen als jachttrofee te verkopen aan toeristen. Hierdoor komt er minder geld binnen om een natuurpark onder controle te houden.

Moreel
De verschillende onderzoeken staan los van de morele discussie die is losgebarsten rond de dood van Cecil. Die strijd gaat voorlopig nog wel door. De woede richt zich vooral op de Amerikaanse tandarts die de Zimbabwaanse lievelingsleeuw vorige maand neerschoot. Hij wordt, samen met twee Afrikaanse jagers, binnenkort berecht, omdat hij mogelijk illegaal handelde. Dat ontkent hij echter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden