Reportage

Help, waar zijn de leerlingen?

Gábor Rákosy geeft les in programmeren en robotica op het Graafschap College in Doetinchem. Beeld Koen Verheijden

Videolessen, fusies of zelfs opheffing: nu het aantal leerlingen in Nederland terugloopt, staat het onderwijs voor een forse uitdaging. In de Achterhoek slaan scholen de handen ineen om de krimp het hoofd te bieden. ‘We experimenteren hier met de toekomst.’

Geheugenkaart, grafische kaart, processor. Door het transparante plastic wijst Gábor Rákosy geduldig computeronderdelen aan, gevolgd door een uitleg over hun werking. Een groepje leerlingen knikt ernstig mee. Een paar meter verder zoeft een wagentje over de tafels, gedragen door twee zwarte wielen en bovenop een knipperend lampje. Het is het werk van Wlodek (16), zegt hij met een bescheiden glimlach. “We hebben een soort autootjes gemaakt die je kunt aansturen met een lichtje.”

Vernuftige apparatuur

Samen met zijn klasgenoten van 3-vmbo krijgt Wlodek deze middag geen les op het Metzo College in Doetinchem, zoals gebruikelijk, maar op een mbo-school in de buurt. ­Speciaal voor de ICT-lessen pakken de leerlingen een keer per week de fiets naar het Graafschap College, dat beschikt over vernuftige apparatuur als ‘Raspberry Pi’s’ (minicomputers), geavanceerde laptops en bouwpakketten voor robotica. In het computerlokaal gaan de jongens aan de slag met hun eigen docent Marc Peters én met mbo-docent Rákosky.

De samenwerking is onderdeel van Stera, een meerjarig project om het technisch vmbo in de Achterhoek te behouden. Het project is deels ingegeven door krimp, vertelt directeur Hans Baan van het Metzo College. Door lage geboortecijfers zal het aantal leerlingen op zijn school de komende paar jaar dalen van 1120 naar 900. Aangezien scholen per leerling geld van de overheid krijgen, dalen de inkomsten navenant. Dus waarom zelf kostbare technische apparatuur aanschaffen en ­leraren opleiden als je ook kunt profiteren van de ­kennis van andere scholen in de buurt? “We zijn straks niet meer in staat om dat soort ­grote investeringen te doen”, zegt Baan. “Dus experimenteren we hier met de toekomst.”

Onderlinge concurrentie

Het Metzo College in Doetinchem is niet de enige middelbare school die zich voor dergelijke vraagstukken geplaatst ziet. De laatste jaren heeft zo’n 40 procent van de middelbare scholen in Nederland te maken met een dalend aantal leerlingen, en naar verwachting stijgt dat aandeel dit jaar tot 80 procent. Volgens de huidige prognoses daalt het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs met 12 procent tot 2028. Dat kan leiden tot (te) hoge vaste lasten voor scholen, waardoor fusies of nieuwe ­samenwerkingen onvermijdelijk zijn.

In plaats van de handen ineen te slaan, schieten scholen in krimpgebieden echter nog ‘te vaak’ in een reflex van onderlinge concurrentie, stelde minister Arie Slob (basis- en voortgezet onderwijs) vorig jaar. Ze gaan zo ­actief mogelijk werven in de hoop om toch ­voldoende leerlingen binnen te krijgen. Een begrijpelijke impuls, vindt Slob, maar op de lange termijn geen houdbare strategie. “Het geld wordt dan besteed aan concurrentie, terwijl het juist keihard nodig is voor goed onderwijs aan een slinkende groep kinderen”, aldus Slob. “Het is van groot maatschappelijk belang dat iedereen ook over de muren van de eigen school kijkt.”

Om scholen te helpen, heeft hij een aantal maatregelen getroffen om die samenwerking makkelijker te maken. Zo hoeven scholen geen toestemming meer te vragen voor een ­fusie (wat gepaard ging met veel bureaucratische rompslomp) en betaalt Den Haag een ‘procesbegeleider’ voor scholen die de handen ineen willen slaan.

Vechtmarkt

Dat scholen daarvoor terugdeinzen, valt ­ergens te begrijpen. Het is geen sinecure om twee organisatieculturen of verschillende ­denominaties, onder een dak te brengen. Een netelig vraagstuk is bijvoorbeeld het samenvoegen van een openbare en een christelijke school, weet Henk van der Esch uit ervaring. Hij is bestuursvoorzitter van Achterhoek VO, dat veertien middelbare scholen van openbare en confessionele signatuur bestiert.

Nu het aantal leerlingen in de regio sterk ­terugloopt (een krimp van ongeveer 30 procent), is het op termijn niet mogelijk om de drie huidige scholengemeenschappen in ­Doetinchem in stand te houden, zegt hij. Het Ludger College, Rietveld Lyceum en het Ulenhofcollege houden daarom binnenkort op te bestaan.

Daarvoor in de plaats verrijzen er in 2020 twee geheel nieuwe scholen, op te richten vanaf een wit canvas. “We ontwerpen momenteel twee moderne scholen waarin het beste van de huidige drie scholen terugkomt”, zegt Van der Esch. “Het is een lang traject. We zagen de krimp in 2008 al aankomen. Ik ben ooit wiskundige geweest en trok na een conferentie hierover destijds al mijn conclusies. We zagen aankomen dat er een vechtmarkt zou ontstaan in de Achterhoek.”

Steeds schraler

Aan die vechtmarkt wil Van der Esch niet meedoen. In 2016 zaten er op de drie scholen in totaal 4800 leerlingen. Dat aantal loopt de komende tien jaar terug naar 3200. “Dat kun je niet op z’n beloop laten”, zegt hij. In plaats van wanhopig leerlingen te werven, was het hem al snel duidelijk dat hij de drie scholen niet koste wat kost in stand wil houden. “Dan krijg je dat scholen als instituut proberen te overleven en steeds schraler worden in hun aanbod.”

Ook een fusie wilde hij niet. Het zou misschien makkelijker geweest zijn om twee scholen te fuseren en er één ongemoeid te ­laten, erkent Van der Esch. “Maar dan zou er een ongelijk speelveld ontstaan voor de medewerkers. Daarnaast zou de enige openbare school van de drie, het Rietveld College, niet in een fusie passen vanwege het in de Grondwet verankerde recht op openbaar onderwijs. En ten derde willen we de krimp juist aangrijpen om te vernieuwen in plaats van defensief te ­fuseren.”

Zo gezegd, zo gedaan. Na een periode van ­‘gedegen onderzoek’ en veel gesprekken met ouders en leerlingen, besloot het bestuur de huidige leerlingen uit hun scholen te laten groeien, om daarna twee compleet nieuwe scholen te lanceren, een christelijke en een openbare. De een richt zich op maatwerk en ondernemerschap, de ander op tweetalig ­onderwijs en internationalisering. “In 2020 starten de eerste brugklassen.”

Vmbo en speciaal onderwijs

De landelijke vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs, de VO-Raad, vindt de aanpak van Achterhoek VO een voorbeeld voor andere krimpregio’s. “Veel scholen zitten nog in een concurrentiestand”, zegt voorzitter Paul Rosenmöller, “zoals in Gouda en voorheen in Emmen. Terwijl samenwerken uiteindelijk de enige oplossing is. Henk laat zien hoe het óók kan. De krimp biedt ook kansen, zoals onderwijsvernieuwing en een verschuiving naar veel meer maatwerk.”

Marc Peters is met leerlingen op bezoek bij het Graafschap College in Doetinchem. Beeld Koen Verheijden

Maar het is niet alleen een hosanna-verhaal, erkent Rosenmöller. De VO-Raad maakt zich ook zorgen, bijvoorbeeld over het waarborgen van het vmbo. Daar is de krimp het grootst. Op dit moment volgen nog zo’n 215.000 leerlingen onderwijs in de bovenbouw van het vmbo, in 2020 daalt dat aantal naar 192.000 leerlingen. Bij de laagste twee niveaus, vmbo-basis en vmbo-kader, is de daling het sterkst.

Volgens Renée van Schoonhoven, bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit, komt dat laatste doordat we steeds slimmer worden én doordat ouders meer hun best doen om kind op een hogere opleiding te krijgen. “Dat leidt ertoe dat vmbo-scholen steeds minder leerlingen in de klas hebben, terwijl dat juist de meest kapitaalintensieve hoek van het onderwijs is.”

Klasje overeind houden

De grootste risico’s liggen daarom volgens haar bij het vmbo en het speciaal onderwijs. “Door de krimp moeten schoolbesturen daar heel zakelijk naar kijken: is het te doen om klasjes van zes overeind te houden? Dat is een legitieme vraag. Maar als je dat soort klasjes opheft of samenvoegt, dreigen juist de zwakkere leerlingen de dupe te worden van de krimp.”

Ook het ontbreken van een wettelijke maximumnorm voor de grootte van scholen baart Van Schoonhoven zorgen. “Een school kan nu tot ongekende omvang groeien. De gemiddelde schoolgrootte in het voortgezet onderwijs ligt rond de 1500, maar je zou er net zo goed een 0 achter mogen zetten. Het veld is vrijgegeven. Er ligt een ­grote verantwoordelijkheid bij schoolbesturen om daar verstandig mee om te gaan.”

De grote uitdagingen voor scholen zijn volgens Schoonhoven om te garanderen dat er voldoende aanbod overblijft, en om ervoor te zorgen dat het openbaar onderwijs in delen van het land niet verdwijnt. “Fusies of sluiting van scholen kunnen ertoe leiden dat er in de regio geen openbaar onderwijs meer beschikbaar is. De overheid moet daar volgens de Grondwet wel voor zorgen. Maar zo lang ­ouders zich niet melden bij de gemeente, komt er geen ­openbare school. Dat is een glijdende schaal. Bezien vanuit onderwijsvrijheid moeten we dat in de gaten blijven houden. Daar mag wel wat meer over gepraat worden.” 

Voldoende openbaar onderwijs

Volgens Hans Teegelbeckers, directeur van de VOS/ABB, de vereniging voor openbare ­scholen, valt het met die glijdende schaal wel mee. “Het openbaar onderwijs staat niet meer of minder onder druk dan het christelijk ­onderwijs”, zegt hij. De vereniging pleit er wel voor om bij een fusie goed te checken of er ­voldoende openbaar onderwijs in de regio overblijft. “Als het enigszins kan, maak er dan een openbare school van”, zegt Teegelbeckers. “En anders een samenwerkingsschool (met ­zowel openbaar als confessioneel onderwijs, red.). Uiteindelijk is het ons ideaal om alle ­kinderen naar één soort school te laten gaan, met godsdienstonderwijs en levensbeschouwing van alle levensovertuigingen. Dat zal ­hopelijk helpen om de polarisatie tegen te gaan.”

Hoewel het zo’n vaart niet zal lopen, zal het Metzo College in Doetinchem de komende tijd flink in beweging blijven. De school wil de ­komende jaren meer inzetten op techniek en het verder integreren van vmbo- en mbo-opleidingen, zegt docent Marc Peters. Dat de leerlingen daarvoor soms heen en weer moeten pendelen tussen locaties, vinden ze niet erg, bezweert hij. Het animo is groot, zelfs als het regent. “Het grootste bezwaar kwam van iemand die een pet wilde lenen omdat hij geen gel bij zich had.”

Wat is Stera?

Het project ‘Smart Technical Education Regio Achterhoek’ , kortweg Stera, is bedoeld om het technisch vmbo in de Achterhoek te behouden. Leerlingen kunnen overal in de Achterhoek blijven kiezen voor de techniekvakken die relevant zijn voor de industrie, doordat de praktijklessen worden gegeven bij bedrijven of andere scholen waar de machines en materialen al voorhanden zijn. Door de samenwerking maken leerlingen kennis met ervaren beroepsmensen, de nieuwste ontwikkelingen in de techniek en kan het bedrijfsleven al vroegtijdig een verbinding aangaan met toekomstige werknemers.

Wat veroorzaakt de krimp?

De afgelopen tien jaar werden er elk jaar minder kinderen geboren. Ouders kiezen steeds bewuster voor kinderen en gezinnen zijn kleiner dan vroeger. In grote delen van het land leidt dat tot een daling van het leerlingenaantal. Niet alleen in de traditionele krimpgebieden, maar ook in de Randstad. Het basisonderwijs heeft al tien jaar met deze leerlingendaling te maken. Dat had de afgelopen jaren vooral gevolgen voor kleinere scholen in dorpen, maar dringt nu door tot (bijna) het hele land.

Lees ook: 

Naar school over de grens? Laat je hotpants thuis.

Middelbare scholen in Zeeuws-Vlaanderen kampen niet alleen met een dalend aantal kinderen in de regio, een deel van de kinderen die er zijn gaat ook nog eens over de grens naar school. Wat betekent dat in de praktijk?

Leerlingen lok je niet, die verdien je

Leuk hoor, laptops en sportklassen die laten zien hoe leuk je school is, maar ze vertellen niet wat een school wil zijn, betogen Kaj Morel en Arjen Smits.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden