Help de Surinaamse doeners, in plaats van de politici

De meest kwetsbaren in de Surinaamse samenleving zijn de dupe van de puberale verhoudingen tussen de overheden van Nederland en Suriname. Daarom dient het beleid te zijn: steun Surinaamse non-gouvernementele organisaties (ngo's) voluit en aarzel niet vernieuwing vanuit die sfeer kansen te geven.

Om de zorgelijke omstandigheden te verbeteren waarin de Surinamers leven, mag geen middel onbeproefd blijven. De discussie moet echter niet gaan over wie de gelden uit het ontwikkelingsverdrag tussen Suriname en Nederland gaat besteden - de econoom Sandew Hira stelt voor dat een onafhankelijk fonds dat gaat doen (Podium, 14 april), hoogleraar sociale geografie Ad de Bruijne denkt aan een internationale bank (Podium, 27 april). Het debat dient te gaan over het waartoe en het hoe.

'Zakelijkheid en afstandelijkheid' kenmerkten tot voor kort de relatie Nederland-Suriname, deftige Van Aartsiaanse woorden voor 'niets doen'. Op last van de Tweede Kamer werd in november 1999 'betrokkenheid' met het lot van de Surinaamse bevolking het nieuwe criterium. Teleurstellend is dat dit de afgelopen maanden niet concreet is ingevuld. Het spekken van zakken van de Surinaamse politici, 'graaiers' zoals Sandew Hira ze noemt, spreekt niemand aan. Maar mensen die daar part noch deel aan hebben, uitsluiten van hulp, is geen optie.

Suriname en Nederland hebben een gezamenlijke geschiedenis met pijnpunten, een cultuur- en taalverwantschap en er is een grote Surinaamse gemeenschap in Nederland. De extra verantwoordelijkheid van Nederland moet zich dan ook vertalen in creativiteit om de Surinamers uit hun apathie te halen.

De relaties tussen Surinaamse en Nederlandse ngo's steken schril af bij de verhoudingen tussen de overheden. Ze zijn constructief, inhoudelijk en veelbelovend. De rol van Surinaamse maatschappelijke organisaties is gegroeid. Zij pakken taken op die de overheid niet wil of kan uitvoeren, zoals het verzorgen van onderwijs, kinderopvang in tehuizen en medische voorzieningen. Een bewijs dat ze verantwoordelijkheid nemen en in staat zijn in goed overleg met de Surinaamse overheid nationale prioriteiten vorm te geven.

Dat kan alleen als de Surinaamse overheid de particuliere sector ziet als volwaardige gesprekspartner en niet als tegenstander of als welkome, tijdelijke vervanger van overheidsoptreden. De betrokkenheid van de Surinaamse overheid is onontbeerlijk (Archie Sumter, Podium 18 april). Inderdaad spelen én overheid én maatschappelijke organisaties hierin een rol (Ad de Bruijne). Maar die rollen verdienen verdieping.

Het zijn de Surinaamse ngo's die het debat aanjagen over de relaties tussen overheid en maatschappelijk middenveld, en over transparant en voorspelbaar bestuur. Het vergt lef om je nek uit te steken voor mensenrechten, vragen te stellen bij politieke benoemingen, traditionele loyaliteiten te beproeven op hun samenbindend vermogen en afhankelijkheidsbevorderende structuren te doorbreken.

Het ontwikkelingsverdrag met Nederland bood geld voor voorzieningen als gezondheidszorg, onderwijs, water en elektriciteit. Maar nu deze gouvernementele geldstroom opdroogt, zitten de armsten zonder. De meest kwetsbaren zijn afhankelijk van de relatie tussen twee overheden. Dit maakt pijnlijk duidelijk dat ontwikkeling volstrekt afhankelijk was van de Nederlandse overheid.

Door maatschappelijke organisaties een stem te geven kunnen zij bijdragen aan democratisering van de samenleving en verzelfstandiging van zorginstellingen. Zo werd de Conferentie Constitutionele Voorwaarden Onafhankelijkheid Rechterlijke Macht georganiseerd door een Surinaamse ngo met steun van Cordaid. Of de Vereniging van Particuliere Sociale Instellingen. Overheid, gebruikers en verzekeringsinstellingen dekken de functioneringskosten.

Steun aan ngo's kan de betrokkenheid die de Kamer vroeg, stevig verankeren. De rollen die verschillende organisaties spelen bij de opbouw van hun samenleving, moeten beter zichtbaar zijn.

Het Surinaamse volk heeft recht op goede verhoudingen tussen Suriname en Nederland, die de komende jaren in belangrijke mate de toekomst van Suriname zullen bepalen. Nederland dient ruimhartig hulp te verlenen uit de verdragsmiddelen aan maatschappelijke organisaties. Het Nederlandse bedrijfsleven en het ministerie van economische zaken moeten meer betrokken worden bij de economische ontwikkeling van Suriname.

Overleg tussen het Surinaamse parlement, de Assemblee, en de Tweede Kamer kan in de toekomst knelpunten op gouvernementeel niveau tijdig signaleren. Een samenhangend, consistent ontwikkelingsbeleid vereist dat alle betrokken partijen de handen naar elkaar uitsteken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden