Help, de politiek verzuipt!

Met de enquête naar 'de toestanden in de fabrieken en werkplaatsen' maakte de Tweede Kamer in 1886 een schokeffect los. Het onderzoek bracht zulke erbarmelijke arbeidsomstandigheden aan het licht, zoals in de Maastrichtse aardewerkfabriek van Jacobus Regout waar de dodelijke 'pottemannekeskrankte' berucht was, dat de regering korte tijd later de Arbeidsinspectie in het leven riep.

Den Haag is niet meer vadertje Staat, maar een van de partijen

De jonge hoogleraar Mark Bovens laat aan de hand van dit voorbeeld zien hoe de Tweede Kamer zelfstandig misstanden kan blootleggen en bestrijden. Met dit soort enquêtes kunnen de kamerleden zich volgens hem teweerstellen tegen de verschrompeling van de politiek waarvan ook zij het slachtoffer zijn geworden. ,,Waarom onderneemt de Kamer nu niet een enquête naar het vraagstuk van de illegalen of de toestand in het basisonderwijs? Op de basisscholen in de grote steden zie je hoe groot de publieke armoede is geworden.''

Bovens (41) heeft de afgelopen jaren vanuit verscheidene ooghoeken beschreven hoe de politiek worstelt om boven water te blijven. Nog vòòr het woord 'Poldermodel' ingang had gevonden, waarschuwde hij voor de schaduwzijde van de cultuur van schikken en plooien in de Nederlandse consensusdemocratie. De toenemende invloed van de maatschappelijke organisaties op het beleid beperkt tegelijkertijd de zeggenschap van de gekozen volksvertegenwoordiging. Vergelijkbare kritiek uitte hij op het opkomende gemeenschapsdenken, een visie op mens en maatschappij die vooral bij CDA en GroenLinks snel aan populariteit wint. Daarnaast publiceerde hij over de 'verplaatsing van de politiek', het machtsverlies van Den Haag ten gunste van markt en Europa. Ook de verdamping van de ideologische tegenstellingen draagt volgens hem bij aan het tanende gezag van de politiek. Het kost politici moeite richting te geven, nu ze het houvast van een ideologie missen. Prof. dr. M. A. P. Bovens is sinds 1997 hoogleraar rechtsfilosofie en (sedert deze maand) bestuurskunde aan de universiteit van Utrecht. Daarvoor doceerde hij aan de Leidse universiteit.

In zijn werkkamer aan de voet van de Dom zet hij de oorzaken van het gezags- en functieverlies van de politiek op een rij. ,,Wat is er in de afgelopen halve eeuw veranderd in de positie van regering en parlement? Ten eerste heeft de politiek zich verplaatst, onder invloed van de mondialisering, het marktdenken en de overdracht van bevoegdheden aan Brussel. 'Den Haag', zowel de Tweede Kamer als de regering, is niet meer het centrum van de wereld. Ook de zogeheten horizontalisering van de maatschappelijke verhoudingen, de minder strikte hiërarchie in de samenleving heeft daaraan bijgedragen. Den Haag is niet meer vadertje Staat, maar een van de partijen.''

,,De Tweede Kamer heeft blijvend terrein prijsgegeven. De maatschappelijke status van een kamerlid is lager dan vijftig jaar geleden. Dat weerspiegelt de verminderde macht van de Kamer en het verminderde belang van politieke partijen. Leiders van Kamerfracties zijn niet meer vanzelfsprekend leiders van maatschappelijke bewegingen, zoals destijds Romme en Bruins Slot, die tegelijkertijd fractievoorzitter van KVP en ARP en hoofdredacteur van De Volkskrant en Trouw waren.''

,,Dat verminderde belang van partijen heeft ook zijn weerslag op de positie van de Tweede Kamer. Wat mij zorgen baart is of de partijen nog genoeg gekwalificeerde mensen voor het kamerlidmaatschap kunnen interesseren. Partijen zijn allang geen massapartijen en ook geen kaderpartijen meer. Ooit was vijftien procent van de kiezers lid van een politieke partij, nu nog maar twee. De recruteringsbasis voor kandidaat-kamerleden wordt dus steeds smaller. Partijen moeten daardoor buiten de eigen kring op zoek naar interessante mensen en het is de vraag of ze daarin altijd even goed slagen.''

,,Ook het verminderde belang van partijen is blijvend. Wat Bram Peper in zijn essay ook mag opmerken over de noodzaak van krachtiger politiek leiderschap, wat blijft is dat de status en invloed van Kamerleden is afgenomen en het ledental van politieke partijen gedaald. Dat zal niet veranderen. Die verminderde status herken je ook in de geringere carrièrekansen van ex-kamerleden. Ze hebben moeite na het kamerlidmaatschap nieuw werk te vinden.''

,,Ook blijvend is de ontideologisering. Het ideologisch leiderschap zoals we dat vroeger kenden komt niet terug. Ik weet dat je met dit soort voorspellingen voorzichtig moet zijn: Daniel Bell voorzag al begin jaren zestig The end of ideology, zoals zijn boek heette, maar spoedig na de publicatie beleefden ideologieën een nieuw hoogtepunt dat tien, vijftien jaar aanhield. Toch denk ik dat de ideologieën nu ècht niet meer zullen opleven. De politiek kan tegenwoordig zonder.''

,,Het tijdperk van de ideologieën was, achteraf gezien, een fase in de ontwikkeling van de westerse maatschappij, van het einde van de negentiende eeuw tot de jaren zeventig. Het is geen toeval dat dit tijdperk samenviel met de opkomst en neergang van de industriële samenleving, met haar grote massa- en emancipatiebewegingen. Ideologische tegenstellingen waren verbonden met maatschappelijke groepen die zich emancipeerden. De kleine luyden van Kuyper stonden tegenover de liberale bourgeoisie. Van de meeste maatschappelijke groepen is de emancipatie nu voltooid. Onze samenleving kent nu een heel brede middenklasse en daarmee is de voedingsbodem van politieke ideologieën weggevallen. Pas als een nieuwe emancipatiebeweging opstaat, is er kans op een nieuwe ideologie. De etnische minderheden vormen de enige potentiële emancipatiebeweging, maar dat zijn verscheiden en relatief kleine groepen. Ik verwacht niet dat zij een massabeweging zullen vormen die zich verbonden weet door een catechismus van politieke ideeën, een ideologie dus.''

,,Ik ben niet somber over een politiek zonder ideologie. Ook vòòr de opkomst van ideologieën hadden we een goed functionerende Tweede Kamer. Ideologie ontbrak ook in de klassieke Atheense stadstaat en, later, in de middeleeuwse Italiaanse stadstaten. Economische belangen en persoonlijk charisma speelden daar in de politiek een belangrijke rol. Democratische politiek valt of staat niet met ideologisch leiderschap.''

,,Ik verwacht dat het leiderschap persoonlijker van aard zal worden. De partij-ideologen die in deze eeuw zo belangrijk waren sterven uit. De persoonlijkheid van de politicus is politiek geworden. Een politicus staat voor zichzelf, veel meer dan voor het programma dat hij uitvoert. Hij ontleent zijn legitimiteit aan onkreukbaarheid en charisma.''

Bolkestein viel Van Mierlo in het begin van de jaren negentig nog fel aan vanwege diens opvatting dat een houding in de politiek belangrijker is dan een program. Hij maakte de D66-leider uit voor een 'caudillo', het Latijns-Amerikaanse Führer-type. ,,Ja, in een stelsel waarin de persoonlijkheid van de politicus zo belangrijk is, bestaat het risico dat een De Gaulle opstaat. Het geeft te denken dat tegenwoordig de partij die de minister-president levert alleen al door dat feit bij verkiezingen als 'premierpartij' in het voordeel is. Bolkestein is trouwens zelf een voorbeeld van een politicus zonder partij. Op grond van zijn persoonlijk charisma schroomde hij niet tegen zijn eigen program in te gaan. Bij Van Mierlo was romantisch charisma het kenmerk van zijn persoonlijkheid, bij Bolkestein zijn intellectuele kracht. Als zo'n leider wegvalt, kan die partij in één klap terugvallen of op slag van karakter veranderen. D66 is met De Graaf een andere partij dan onder Van Mierlo. Hetzelfde geldt voor de VVD na de leiderswisseling Bolkestein-Dijkstal.

Wat er bij partijen rest van het ideologisch harnas is niet sterk genoeg meer om ze te stutten. De grote verschuiving in de kiezersgunst na het vertrek van een leider heeft ook te maken met de snelle toename van het aantal zwevende kiezers. Op het hoogtepunt van de verzuiling voelde meer dan driekwart van de kiezers zich met een partij verbonden, tegenwoordig beslaat het aantal zwevende kiezers ongeveer eenzelfde percentage.''

,,Wat in de politiek ook, ik denk blijvend, is veranderd in de afgelopen vijftig jaar is de rol van de media. Vroeger waren zij de schoothond van de politiek. Trouw had een hele sterke binding met de ARP, de Volkskrant met de KVP, het Vrije Volk met de PvdA. Haagse journalisten gehoorzaamden in het algemeen aan de politiek leiders van de geestverwante partijen. De schoothond, een verschijnsel uit de verzuiling, maakte in de jaren zeventig plaats voor de waakhond die onafhankelijk was van politici, hun daden controleerde en zich tegenover gezagsdragers kritisch opstelde. De waakhond dreigt in deze tijd het veld te ruimen voor de straathond. De berichtgeving verandert van karakter, veel nieuws dient alleen nog ter vermaak.

Onder invloed van de commercialisering van de media is Haagse journalistiek infotainment geworden, louter bedoeld om lezers of kijkers bij de concurrent weg te trekken. De waakhondfunctie dient hooguit nog als schaamlap. Een straathond scheurt letterlijk een vuilniszak open om iets over het privéleven van een politicus te weten te komen. Amusementswaarde, daar gaat het om.''

Als voorbeelden van de straathond-journalistiek noemt hij de berichtgeving van serieuze media als het NOS-journaal en de Volkskrant over de nieuwe vriendin van Willem-Alexander, het vermeende gesjoemel met onkostendeclaraties door commissarissen van de koningin ('een zeepbel van Nova'), de onthulling van NRC Handelsblad dat Koks topambtenaar Geelhoed ten onrechte een toga zou hebben gedragen en een artikel van HP/De Tijd vol roddels over het privéleven van Marjet van Zuylen en de vermeende verborgen ambities van dit PvdA-kamerlid.

,,Ik vrees dat die ontwikkeling niet te keren valt. Media zullen steeds meer aandacht schenken aan het persoonlijk leven van gezagsdragers. Natuurlijk, dat kan een reinigend effect hebben, maar het risico is dat nog minder mensen bereid zullen zijn een politieke functie uit te oefenen. Hun privéleven wordt immers publiek. Dat kan ten koste gaan van de kwaliteit van bestuurders. Je kunt Heerma als een slachtoffer van de commercialisering van de media zien. Hij was een capabele bestuurder die goed paste in de politieke partij-oude stijl. Misschien had-ie het twintig jaar geleden wel gered. Maar in de media-cratie ging hij ten onder.''

,,Ik geloof met Peper wel in een normerende rol voor politieke leiders, alleen niet vanuit een ideologisch denkpatroon. Dan moet zo'n leider een Hercules zijn en daarin zal hij falen. Het is wel van groot belang dat politieke leiders belangrijke kwesties aansnijden. Iemand als Bolkestein signaleerde een maatschappelijk probleem, nam desnoods een dwars standpunt daarover in en stónd ook voor dat standpunt. Door taboes te doorbreken maakte hij discussie los.''

,,Ik denk dat de Kamer meer dan nu de arena moet zijn waar dit soort discussies zich afspelen. Kamerleden concentreren zich nu naast meeregeren te veel op de controle van het beleid, een taak die in goede handen is bij de Algemene rekenkamer en de Nationale ombudsman. Enquêtes gaan alleen nog over het gevoerde beleid, in plaats van het te voeren beleid. De politiek moet ook onderzoek doen naar maatschappelijke vraagstukken, zoals een eeuw geleden de enquête naar kinder- en vrouwenarbeid. Zo kan zij beter vooruitkijken. Het schokeffect van deze enquête zette de Kamer aan tot de eerste Arbeidswet en de oprichting van de Arbeidsinspectie. Met zulke enquêtes kan de Kamer vraagstukken op de agenda zetten. Zij heeft het geprobeerd met het onderzoek naar het broeikaseffect, maar dat heeft weinig effect gehad door de mondiale reikwijdte van dit probleem en de geringe invloed die een land in z'n eentje erop kan uitoefenen.''

,,Het is verstandig dat de Tweede Kamer de laatste jaren met alle onderzoeken sinds de RSV-enquête haar onderzoeksfunctie heeft versterkt. De Bijlmerenquête had een nuttige functie in het kanaliseren van de onvrede. Het is heel goed als een parlementair onderzoek zo'n reinigend effect sorteert. Alleen, het risico van dit soort enquêtes naar gebeurtenissen in het verleden is dat er altijd een enorme spanning op komt te staan, meestal over de vraag welke bewindspersoon politiek verantwoordelijk kan worden gesteld. Dat is nu eenmaal de dynamiek die dergelijke enquêtes eigen is. Een enquête die met een sisser afloopt wordt al gauw als mislukt beschouwd, iets waaraan de media met hun concentratie op de politieke zondebokken trouwens behoorlijk bijdragen. Die permanente spanning die zo'n enquête oproept kan zich ook tegen dit onderzoeksmiddel keren. Bij de Bijlmerenquête zag je dat de commissie onder die spanning bijna bezweek. Daarom zie ik meer in enquêtes die op de toekomst zijn gericht, waarbij de schuld en boete-vraag niet aan de orde is. Vanwege dat laatste vrees ik wel dat dit soort onderzoeken minder mediageniek zullen zijn.''

,,De politieke vraag is of de Kamer telkens als ambtelijk falen aan de orde is, op het scherp van de snede met de minister in de slag moet door zich af te vragen of hij het politieke vertrouwen nog waard is. Zulke debatten krijgen daardoor een enorm zware lading. Het heet dat het hard aanpakken van een minister ook het effect van een zweepslag voor de bureaucratie heeft. Ik heb van nabij, op het departement van justitie, meegemaakt dat zo'n zweepslag ook te hard kan zijn en een verlammende uitwerking kan hebben. Door de permanente politieke problemen waarin minister Sorgdrager verkeerde, durfden haar ambtenaren geen initiatieven meer te nemen.''

,,Toekomstgericht onderzoek is nu iets wat vooral op de departementen plaatsvindt. De politiek heeft daarmee het heft in handen van de ambtenaren gegeven. Dat is nog zo'n verschijningsvorm van de verplaatsing van de politiek, aangeduid met de term interactieve beleidsvorming. Het beleid wordt in allerlei zaaltjes voorbereid in overleg tussen ambtenaren en belangenorganisaties. Besluiten over de Tweede Maasvlakte of over Schiphol komen voort uit beraad waar kamerleden niet bij zitten. De Tweede Kamer moet proberen weer terrein op de ambtenaren te winnen, bijvoorbeeld door eerst onderzoek naar een maatschappelijk vraagstuk te doen en vervolgens uitgangspunten te formuleren. Mijn belangrijkste kritiek op interactieve beleidsvorming is dat de organisaties die erbij zijn betrokken, zoals het VNO/NCW, de vakbeweging, de milieuorganisaties en het midden-en kleinbedrijf, een democratische legitimatie ontberen. Ze zijn niet gekozen. Het is een nieuwe vorm van achterkamertjespolitiek, met de Tweede Kamer als stempelmachine voor besluiten waaraan alle deelnemers aan het eerdere overleg zich hebben gecommitteerd. Net als het poldermodel is dat een vorm van neo-corporatisme waarin de gevestigde belangen zijn vertegenwoordigd. Wie zich niet vertegenwoordigd weet door een belangenorganisatie heeft het nakijken. Dat tekent het failliet van D66. Ooit opgericht om het bestel op te blazen, omarmt D66 nu het poldermodel en daarmee een regentendom in een nieuw jasje.''

De vraag is met welk type politicus de Tweede Kamer het verloren terrein kan terugwinnen. ,,Of hij het wil of niet, zo'n Kamerlid zal, wil hij overleven, een redelijk gevoel voor de media moeten hebben. Hij moet in staat zijn maatschappelijke kwesties aan de orde te stellen en te dramatiseren. In zijn rol van volksvertegenwoordiger moet hij niet alleen reageren, maar ook zelf initiatieven nemen. Daarom moet hij zonder zijn onafhankelijkheid prijs te geven als spreekbuis van zijn achterban functioneren. Hij moet zich opstellen als 'politiek-intellectueel entrepreneur', dat wil zeggen lastige vragen oproepen en durf tonen ook niet-georganiseerde belangen onder de aandacht te brengen, zoals die van toekomstige generaties. Als Peper dat verstaat onder moreel leiderschap, prima. Als hij bedoelt dat politici van onbesproken levenswandel behoren te zijn, neemt hij risico's. Een politicus die zich profileert op zijn integriteit kan dat, nu zijn persoonlijkheid ook politiek is geworden, als een boemerang terugkrijgen wanneer hij zelf niet van een onbesproken levenswandel is. Kijk naar de ervaring van John Major. Hij wilde back to basics, een soort eerherstel van de burgerlijke fatsoensnormen, maar hij was nog niet uitgesproken of het ene na het andere seksschandaal rond conservatieve politici kwam aan het licht.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden