Help de kinderen om het zelf te doen

Maria Montessori geeft les op haar school in Smithfield, Londen in 1951. Beeld Getty
Maria Montessori geeft les op haar school in Smithfield, Londen in 1951.Beeld Getty

Het 100-jarige bestaan van het Montessori-onderwijs in Nederland wordt morgen gevierd in Noordwijk aan Zee, waar grondlegster Maria Montessori ligt begraven. Na een eeuw is het Montessori-onderwijs een tikkeltje minder vrij, maar nog steeds modern.

Maria Montessori wilde begraven worden waar ze stierf, en dat was toevallig in Noordwijk aan Zee. Hoewel Montessori de hele wereld over had gereisd om haar onderwijsmethode te verkondigen, en op ieder continent scholen had gesticht behalve in Afrika (waar het tot haar spijt maar niet lukte), was Noordwijk uiteindelijk ook weer niet zo'n heel vreemde plek voor de Italiaanse. Nadat Mussolini aan de macht was gekomen, werd Nederland in de jaren dertig haar thuisbasis. Na de oorlog, die zij op uitnodiging van Mahatma Gandhi doorbracht in India, keerde zij naar Nederland terug. In 1952 stierf zij hier, in het strandhuis van de bankiersfamilie Pierson.

Noordwijk is morgen ook het toneel van de viering van 100 jaar Montessori-onderwijs in Nederland. Op de boulevard wordt het glazen klaslokaal nagebouwd waarmee Montessori in 1915 furore maakte op de wereldtentoonstelling in San Francisco. In het Italiaanse paviljoen werden 21 arme kinderen achter de glazen wand aan het werk gezet met Montessori- materiaal. Het was een nabootsing van Montessori's werk in het Casa dei bambini in Rome. Daar had Montessori bij 'afgeschreven' kinderen uit het proletariaat fantastische resultaten geboekt met haar methode.

Wat is die methode van Maria Montessori? 'Help mij het zelf te doen', is de centrale gedachte. Door observatie van de Romeinse kinderen kwam ze erachter dat kinderen op het ene moment ontvankelijker zijn voor lesstof dan op andere. Wanneer dat moment is? Dat is voor ieder kind verschillend. Wat de leraar vooral moet doen, is signaleren wanneer dat ontvankelijke moment ontstaat. En dan moet het kind ook de ruimte krijgen om er helemaal in te duiken. Als dat betekent dat een kind met bijvoorbeeld rekenen maanden of zelfs jaren achterloopt op anderen, dan moet dat kunnen. Kinderen met drie jaar leeftijdsverschil kunnen best bij elkaar in een klas geplaatst worden. Oudere kinderen kunnen jongere kinderen helpen. Die zorg voor elkaar is belangrijk in het Montessori-onderwijs. Het is niet alleen sociaal, kinderen krijgen er ook zelfvertrouwen van.

Maria Montessori was de eerste vrouwelijke arts van Italië, en bovendien had ze, na lang zeuren bij haar weinig progressieve vader, eindexamen gedaan aan een technische jongensschool. Ze was in staat om lesmaterialen te ontwikkelen waarmee kinderen konden leren rekenen, schrijven en ruimtelijk inzicht ontwikkelen. Ze maakte houten bordjes met schuurpapieren letters om via de tastzin de fijne motoriek van het schrijven op te pikken. Ze ontwierp gouden staafjes met één, tien, honderd, duizend gouden bolletjes eraan om getallen te ontdoen van hun abstractie. Voor de Romeinse kinderen opende zich dankzij de materialen een nieuwe wereld.

Hoewel de Montessori-methode is ontstaan bij de kinderen van het proletariaat, wordt die meestal geassocieerd met de kinderen van de elite. In die 100 jaar Montessori-onderwijs in Nederland is dat nooit anders geweest. Van begin af aan was de elite gecharmeerd van de methode.

Letterplankjes en roze torens

Een typisch voorbeeld van de wederzijdse liefde tussen intellectuelen en Maria Montessori is de ontstaansgeschiedenis van de Larense Montessorischool. Maria Montessori woonde in de jaren dertig in Laren, destijds een dorp voor kunstenaars. Haar methode viel er meteen in vruchtbare aarde, want een groep idealisten en vrijdenkers onder leiding van professor Jacob van Rees had er al gepoogd een humanistische school op te richten. Hoewel deze school internationaal in de belangstelling stond, ging zij uiteindelijk aan chaos en hoogdravende 'wolkenkrabberij' (zoals de Amsterdamse schrijver en onderwijzer Theo Thijssen het noemde) ten onder. De kinderen leerden door de vrije aanpak bedroevend weinig. Montessori bood een handzaam alternatief voor de humanisten. In hun net voltooide schoolgebouw, met grote lokalen, veel ramen, een tuin voor ieder lokaal, vier speelplaatsen, een moestuin en een amfitheater in de achtertuin, kon nu Montessori-onderwijs worden gegeven. Cor Bruijn, schrijver van 'Sil de Strandjutter', werd de eerste hoofdonderwijzer. De school had al snel meer dan 150 leerlingen.

De Larense Montessorischool is bijna 90 jaar later nog steeds populair in het welgestelde dorp. Meer dan 220 kinderen kan de school in principe niet aan, en ieder jaar worden er weer kleuters uitgeloot.

Interimdirecteur Marga Duijn heeft op veel scholen in Noord-Holland gewerkt, maar zo'n mooie school als deze? Die valt haar echt op. Het niveau dat ze bij de leerlingen aantreft, is opmerkelijk hoog. "Er is in deze omgeving natuurlijk heel veel mogelijk. Dankzij de bevoorrechte achtergrond van de kinderen en het mooie gebouw. Maar ook dankzij de cultuur op school." Sinds Duijn vorige maand begon in Laren, staat ze iedere ochtend bij binnenkomst alle ouders en leerlingen een hand te geven. "Zo doen we dat hier. Ik vind de sociale omgangsvormen heel goed."

De gouden materialen, letterplankjes en roze torens worden in de klas nog steeds gebruikt. Maar er staan inmiddels ook computers in de gang. Binnenkort komen er twee tablets per klas. Is dat niet wat weinig? Aan de ouderbijdrage kan het toch niet liggen. Maar op deze school vinden ouders het fijn dat hun kinderen op school wat met hun handen doen. Tablets hebben ze thuis ook.

Maria Montessori in 1914. Ze werd geboren in 1870 en overleed in 1952 in Noordwijk aan Zee. Beeld Getty
Maria Montessori in 1914. Ze werd geboren in 1870 en overleed in 1952 in Noordwijk aan Zee.Beeld Getty

Is Montessori-onderwijs nog steeds elitair? Het imago van Montessori-onderwijs is een soort self- fulfilling prophecy geworden. Marga Duijn: "Het trekt leerlingen aan van wie de ouders denken dat hun kind de zelfstandigheid wel aankan. Dat zet je als school natuurlijk al op een voorsprong." De Citoscores van Montessorischolen zijn de afgelopen jaren over het algemeen goed. Maar daar doen de scholen liever niet te dik over. Maria Montessori zou zich omdraaien in haar graf als ze hoorde hoe de Nederlandse Montessorischolen het hoofd gebogen hebben voor de toetseisen van de Onderwijsinspectie. De Citotoetsen in elke groep staan haaks op haar idee van de vrije ontplooiing die juist geen afrekenmomenten kent.

Toch is de Nederlandse Montessori Vereniging (NMV) niet ongelukkig met de metingen. Wilke Vos, bestuurslid van de NMV: "In de laatste decennia van de twintigste eeuw lagen we als Montessori-onderwijs erg onder vuur. Op rekenen en begrijpend lezen scoorden onze leerlingen volgens de Onderwijsinspectie slecht. Ik weet niet of die kritiek helemaal terecht was. Zo toetste de Inspectie bijvoorbeeld hoe onze leerlingen verhaaltjessommen maakten. Maar die komen in onze methode helemaal niet voor! Inmiddels hebben we onze methode op de criteria van de Inspectie aangepast. Nu kunnen we laten zien dat Montessorischolen meestal gewoon goed zijn."

Meer oog voor rechtvaardigheid

Het is de vraag of de goede Citoscores te danken zijn aan de hoeveelheid bevoorrechte kinderen die op Montessorischolen zitten, of aan de kwaliteit van het onderwijs. Hoewel wetenschappelijk bewijs zeer schaars is, publiceerde het tijdschrift Science in 2006 een Amerikaans onderzoek van de universiteiten van Virginia en Wisconsin waarin het Montessori-onderwijs positief opvalt. De Montessori-kinderen werden vergeleken met kinderen op traditionele scholen wiens ouders allemaal middeninkomens hadden. De Montessori-kinderen scoorden beter: na de kleuterschool konden ze beter rekenen en lezen en speelden ze socialer op het schoolplein. Bovendien hadden ze meer oog voor eerlijkheid en rechtvaardigheid. Na afloop van de basischool schreven ze creatievere essays en beschikten ze over een grotere woordenschat. Ze hadden ook meer oog voor maatschappelijke vraagstukken.

Een van de oudste Montessorischolen van Nederland in Laren. Beeld Bram Petraeus
Een van de oudste Montessorischolen van Nederland in Laren.Beeld Bram Petraeus

Is iedereen een 'Montessori-kind'? In principe wel, vindt hoogleraar onderwijskunde Monique Volman. "Het ene kind zal wat meer moeite hebben om zelf te werken dan het andere, maar als je goed wordt begeleid, zou iedereen het moeten kunnen. Montessori is niet alleen weggelegd voor het slimme, zelfredzame kind." Volgens Wilke Vos, behalve NMV-bestuurslid ook directeur van de Rotterdamse Montessorischool De Kleine Prins, is '99,9 procent van de kinderen' geschikt voor de Montessorischool. "Als kinderen de school verlaten, is dat meestal omdat ouders meer grip willen op de opleiding van hun kind. Of omdat een kind ergens niet op zijn plek zit. Maar dat heeft op zich niks met onze methode te maken."

Vos betreurt dat Montessori-onderwijs zo'n elitair imago heeft. "Want juist voor kinderen uit achterstandposities zou het goed zijn om zelfrespect en eigen verantwoordelijkheid op te doen met de Montessori-methode. Maar als kinderen van lager opgeleide ouders naar een Montessori-school gaan, is dat eerder omdat die in de buurt ligt dan omdat ouders voor het systeem kiezen." Dat Montessori-onderwijs duur zou zijn, is een misverstand, vindt Vos. "In Laren betalen de ouders veel bij, maar dat hoeft helemaal niet. Onze scholen worden door de overheid bekostigd en de ouderbijdrage is vrijwillig. De NMV wil juist steeds actiever worden in achterstandwijken. Zo is Maria Montessori natuurlijk zelf ook begonnen."

Hoe dan ook zullen kinderen, ook op traditionele scholen, steeds vaker met Montessori-beginselen in aanraking komen, denkt Volman. "De visie van Maria Montessori was revolutionair. Haar idee van de individuele ontplooiing van het kind is nog helemaal actueel. De zogenaamde 21st-century skills passen daar bij: meer zelfstandigheid, meer ruimte voor de persoonlijke ontwikkeling. Wij moeten eraan wennen om op eigen kracht je hele leven te blijven doorleren. Die houding wordt door de Montessori-methode bevorderd."

Goed dat de hoogleraar dat zegt, vindt Vos van de NMV. "Maar toch zal een traditionele school in de methode altijd wat aan de oppervlakte blijven." Want een Montessori-school is volgens de adepten toch echt anders. Wat is het cruciale verschil? De Larense onderwijzeres Suzanne Bos-Koelman denkt even na: "Een bepaald type rust. Ieder werkt zelf, of in groepjes. Er wordt wel gepraat, er is wat gegons, maar er is vooral concentratie."

null Beeld Bram Petraeus
Beeld Bram Petraeus
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden