Helmert Woudenberg

Helmert Woudenberg (Elspe, Duitsland, '45) is toneelschrijver, acteur en regisseur. Hij was, in 1969, één van de oprichters van Het Werktheater. Van 1984 tot 1986 was hij artistiek leider bij Theater in Arnhem. Sindsdien maakt hij vooral solo-voorstellingen. Vorig jaar was hij te zien in een monoloog over het leven van Jezus. Zijn laatste voorstelling 'Leefbaar' - over een jood en een NSB-er die bij elkaar schuilen - is nog van september tot november in diverse theaters te zien.

1.Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

,,Ooit moesten we bij Het Werktheater improvisaties van ouden van dagen doen. Ik koos ervoor een oude, demente boer te spelen. Hans Man in 't Veld speelde een zoon die bij zijn vader de financiën kwam regelen. Hij had over een auto en andere materiële zaken, terwijl ik sprak over de hand van God en steeds kippen door het huis zag lopen. Afijn, ik reageerde helemaal niet op zijn verhaal en op een gegeven moment, toen Hans mij na een lange stilte onder druk probeerde te zetten, begon ik zo woest om mij heen te maaien dat hij niets anders kon doen dan het toneel verlaten. Daar zat ik dan. Geen idee hoe ik verder moest. Iedereen hield zijn adem in. Ik dacht: zal ik langzaam van mijn stoel zakken? Nee, te melodramatisch... En ineens begon ik te zingen: 'Wil mij als een kind behand'len, dat alleen den weg niet vindt: neem mijn hand in Uwe handen en geleid mij als een kind.' Waar kwam die psalm ineens vandaan? Ik had hem misschien wel eens op de radio gehoord, maar toch... Ik dacht steeds dat ik een strengere variant van mijn pleegvader speelde, maar hij was niet gelovig en ik ben ook niet zo opgevoed... Vele jaren later hoorde ik dat mijn overgrootvader, die ook Helmert Woudenberg heette, een orthodox-christelijke boer was geweest die zijn bedrijf had in de jodenhoek in Amsterdam. Zijn vader, Frank Woudenberg, was een prediker. Hij vond dominees te academisch en wilde juist dat het woord van God door eenvoudige mensen, vissers en boeren, werd verspreid. Hij schijnt een zeer bevlogen man geweest te zijn, iemand die in tongen sprak en leiding gaf aan een kleine groep gelovigen. Toen ik dat verhaal hoorde, wist ik: dat was de man die ik speelde! Dát is de oorsprong van mijn religieus besef. Ik geloof dat ik die prediker ben, net zoals ik mijn grootvader en mijn vader ben. Die psalm is aan mij doorgegeven.''

2.Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

,,Tien jaar geleden heb ik, tijdens een grote crisis... misschien zal ik je daar straks meer over vertellen... alle beelden, rare tekeningen en tarotspelen die ik in huis had verbrand en weggegooid. Plotseling zag ik dat het smerigheid was. Viezigheid. Des duivels. Of de duivel echt bestaat? Natuurlijk! Heb je dan niet naar Idols gekeken? Naar de jongens en meisjes die, gestoken in idiote kledij, slecht, echt héél erg slecht, voor een jury moesten zingen? En als zo'n meisje dan klaar was, zei een oudere man met krulletjes: 'Alice, ik kan maar één ding zeggen. Er zijn mensen die het hebben en er zijn mensen die hebben het niet. En jij, lieve schat, hebt... het... niet.' Waarna Jerney Kaagman nog iets aardigs over het uiterlijk van het kind zegt - 'Je hebt best een lekker lijf' - en de volgende kandidaat wordt aangekondigd. Ze zeggen dat Idols ging over de jongelui die kans maakten op een schitterende carrière, maar dat is helemaal niet waar. Het ging om de mensen die uitgescheten werden. Het ging om de mensen op de kruk die antwoord moesten geven op de vraag: 'Wat gaat er nu door je heen?' 'Best wel zenuwachtig.' 'Nou, dat kan ik me voorstellen, misschien is het grote Idols-avontuur voor jou straks afgelopen, maar we houden de spanning er nog even in.' Dat is wreed. En naar. Idols is een programma dat bedacht en uitgevoerd werd door slechte, demonische mensen.''

3.Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

,,Orthodoxe christenen spraken vorig jaar nog schande van mijn solovoorstelling over het leven van Jezus, terwijl de absurde, perverse kitsch van Mel Gibson nu op televisie door de directeur van de EO als een ware geloofsbelijdenis wordt opgehemeld. Volgens mij is The Lord of the rings véél religieuzer. In The Passion of the Christ zijn woede en pijn losgekoppeld. Mensen in die film zijn woedend of ze lijden pijn, terwijl het een uit het ander voortkomt. Moslims worden diep gekwetst. Die pijn maakt hen wanhopig. Die pijn maakt hen woedend. Daarom gaan ze doden, of blazen ze zichzelf op. Volgens mij moet je in ieder woedend mens zijn gekwetstheid willen zien. In die Jezus-film van Gibson doen slechts sadisten en masochisten mee. 'Schokkende beelden!' riepen de critici. Nou, ik heb me, eerlijk gezegd, dood verveeld. Ik vind de beelden van verkoolde Amerikanen die in Irak uit een auto worden gesleurd veel schokkender dan die van de sportheld van vorig jaar die van onder tot boven met tomatenketchup is ingesmeerd. Nee, wie Jezus neerzet als een wereldvreemde, karakterloze masochist heeft volgens mij het evangelie van Marcus nooit gelezen.''

4.Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

,,Weet je dat er in de oorspronkelijke tekst niet één keer 'de Here uw God' staat? De bijbel zoals wij hem kennen is zo streng, zo beknottend. Gij zult dit en gij zult dat... Eigenlijk is het heel simpel: neem een dag rust. God heeft dat tenslotte ook gedaan. Hij - o, of ik de sabbat gedenk? Eh... ja, dat is moeilijk. Ik heb zoveel te zeggen, ik heb zoveel te doen... Het duurt ook altijd erg lang voordat ik aan de vakantie gewend ben. De enige plaats waar ik onmiddellijk tot rust kom, is het toneel. Ik voel me vrijer, voller op het toneel. Ik probeer de hele dag iemand te zijn. Degene die op tijd wil komen voor een interview. Die straks naar een verjaardag moet. Die zijn belastingen nu eindelijk eens op orde moet zien te krijgen. En 's avonds mag ik, in alle rust, twee uur lang mezelf zijn - terwijl ik net doe of ik een ander ben. Dan wordt er niet aan mij getrokken. Dan is de beperking die ik in het dagelijks leven ondervind opgeheven. Ik vind eigenlijk mijn naam al een beperking. Helmert Woudenberg. Wat nou Helmert Woudenberg? Daar ben ik het helemaal niet mee eens. Mijn ouders hebben die naam bedacht. Ik wil ook wel eens José des Palmas heten en ontdekken welke man er dan naar boven komt. Op het toneel kan dat. In theater kan ik de werkelijkheid vergeten; toneel heeft de kracht om tijd en ruimte op te heffen.''

5.Eer uw vader en uw moeder

,,Mijn vader sloot zich na de capitulatie aan bij het Duitse leger. Hij vocht aan het Oostfront en kwam, via een contactadvertentie, in contact met mijn moeder die, sinds zij haar lievelingsoom, een NSB-er, bij het uitbreken van de oorlog door de straten gesleurd had zien worden, een fanatieke Nationaal Socialiste was. Ze zagen elkaar voor het eerst tijdens het paasfeest, in 1944. In het Pinksterweekend zijn ze, door een of andere fascistische geestelijke, getrouwd. Ze hebben gevreeën, misschien nog een dagje samen gewandeld en daarna afscheid van elkaar genomen. Mijn vader is drie weken voor mijn geboorte aan het Oostfront gesneuveld. Mijn moeder was toen al met haar moeder en een zus naar Duitsland gevlucht. Ze hebben mij verteld dat ze mij altijd bij zich droeg. Ze gaf me, ondanks talloze ontstekingen, borstvoeding omdat ze bang was dat ik anders niet van haar zou houden. Ze werd langzaam maar zeker psychotisch. Het schijnt dat ze op het laatst alleen nog, op militaire wijze, Duitse bevelen riep. Op een dag, tijdens de bombardementen, was ze, samen met mij, uit het pension verdwenen. Mijn grootmoeder heeft ons overal gezocht. Toen ze uiteindelijk, radeloos, bij een inrichting aanklopte, zei de zuster: 'Uw dochter? Ja, die is hier. Kom maar mee.' Ze liep achter de zuster aan, een lange gang door. Ze kwamen uit op een binnenplaats, vol grafstenen. 'Hier ligt ze.'''

,,Mijn oma heeft mij mee teruggenomen naar Nederland. Daar zijn we meteen in een kamp opgesloten. Ik was toen zeven maanden oud. In dat kamp zaten twee jonge vrouwen die zich over mij ontfermden en ervoor zorgden dat ik bij hun ouders in huis kon worden opgenomen. Het was een boerengezin. Een struise, stuurse vrouw die, achter elkaar, zeven kinderen had gekregen en een lieve, zachtaardige man die, door kinderpolio verlamd was geraakt. Mijn pleegmoeder heeft mij tot op het bot verwend; ik was het kind voor wie ze eindelijk echt aandacht kon hebben. Mijn pleegouders waren ook lid geweest van de NSB. Als mijn pleegvader Duitse militairen op de televisie zag, verzuchtte hij: 'Man, wat lopen ze toch prachtig...' en mijn pleegmoeder heeft, tot aan haar dood, een glamourfoto van Hitler in de linnenkast bewaard.''

,,Ik heb altijd geweten dat ik niet hun kind was. Mijn oma's, bij wie ik regelmatig op bezoek ging, probeerden wel eens iets over mijn ouders te vertellen, maar ik was er niet echt in geïnteresseerd. Ze waren dood. Lullig. Wat kon ik daar aan veranderen? Ik wilde ook het verhaal van mijn vaders vader die leider van het Nederlandsch Arbeidsfront was geweest niet horen. Hij werd na de oorlog ter dood veroordeeld, maar kreeg uiteindelijk levenslang. Ik zocht hem wel eens op, samen met mijn oma. In het begin vertelden ze mij dat opa zeeman was. Ik kon me daar wel iets bij voorstellen. We zochten hem op in het zeemanshuis. Toen hij na twintig jaar vrijkwam, kreeg ik een boekje van hem. Hij had het zelf uitgetypt, geïllustreerd en gebonden. Het ging over vier mannen en een kameleon. Als de eerste man het dier ziet, is het geel. De tweede ziet een rood beest. De derde man vertelt dat hij iets groens heeft gezien en de laatste man heeft het over een blauw dier. Ze krijgen verschrikkelijke ruzie, terwijl ze alle vier gelijk hebben.''

,,Mijn opa durfde de hand in eigen boezem te steken. Zijn memoires, die hij in opdracht van het NIOD schreef, zijn heel openhartig. Ik had hem er nog zoveel over willen vragen, maar ik raakte pas rond mijn veertigste in het verleden geïnteresseerd.''

,,Dat komt waarschijnlijk ook doordat ik een gelukkige, onbezonnen jeugd in dat boerengezin heb gehad. Ik kon het heel goed vinden met mijn pleegouders. Als je het over eren hebt... er waren geen aardiger mensen op de wereld... ik... Waarom ik huil? Om de herinnering aan de mensen die mij hebben beschermd en opgevoed. Als ik over hen vertel, wordt er vaak geroepen dat ik me van hen zou moeten distantiëren. Maar waarom zou ik dat doen? Omdat ze fout waren? Hoezo fout? Ze hebben niemand kwaad gedaan. Waar hebben ze het toch over? Het waren mijn pleegouders. Ze hielden van mij. En ik hield van hen.''

6.Gij zult niet doodslaan

,,Op het toneel kan ik, als dat nodig is, iedere avond exploderen. In het dagelijks leven gebeurt het hooguit één keer per jaar. Er laait een groot vuur in mij, maar ik weet het te cultiveren. Ik ben, denk ik, niet in staat iemand dood te slaan. Ik geloof dat iedereen die een wapen oppakt met de bedoeling een ander neer te leggen zijn ziel verliest.''

7.Gij zult niet echtbreken

,,Ik was een hoerenloper. Ik wilde geen gezin, geen kinderen. Ik wilde een kamer, een matras, een stoel, toneelspelen en verder niets. Op mijn 28ste sloeg alles om: ik kwam Marja tegen, we gingen samenwonen en kregen twee kinderen. Toch zijn we allebei vreemd gegaan. Uit een van mijn buitenechtelijke relaties is nog een dochter geboren. Maar het gekke is: we kwamen steeds weer bij elkaar terug. Zelfs die verschrikkelijke crisis, waarover ik je nu zal vertellen, zijn we te boven gekomen.''

,,Op een dag kwam een van de jongens - hij was toen twaalf - naar ons toe en vertelde dat hij seksueel misbruikt was door een huisvriend die geregeld bij ons over de vloer kwam. Die gebeurtenis heeft werkelijk een explosie teweeggebracht. Achteraf denk ik dat we in een soort collectieve psychose terechtkwamen. Verwijten over en weer. Ruzies, huilbuien. Slapeloze nachten. Angst. Er gebeurden de gekste dingen en ik begon te geloven dat alles op het verleden was terug te voeren. In zekere zin was dat ook echt zo: Marja was op haar twaalfde door haar tweede vader misbruikt. Ze besloot onmiddellijk naar haar moeder, die haar nooit had willen geloven, af te reizen. Ze is bij haar naar binnen gestormd, heeft een foto van die man van de televisie gepakt, op de grond gegooid en vertrapt. Toen ze terugkwam, zei ze tegen mij: 'Ik heb de schuld aan mijn moeder teruggegeven. Nu moet jij hetzelfde doen.' Marja doorzag, ineens, dat ik mij schuldig voelde omdat ik uit de ontstoken borsten van mijn moeder had gedronken. Ze was ervan overtuigd dat ik, als baby, gedacht moest hebben: wat doe ik deze vrouw aan? 'Het is niet jouw schuld', zei ze, 'je moet er vanaf.' Toen ben ik, als een waanzinnige, van alles gaan verbranden. Brieven van mijn ouders, foto's, afbeeldingen... ik ging net zo lang door tot ik huilend in elkaar zakte. Daags na die enorme uitbarsting - de resten van mijn verleden smeulden nog na in de tuin - belde een vriend. Hij had nog een trouwfoto van mijn ouders. Of het schikte als hij die foto 's middags even kwam brengen... Wat is dat Arjan? Toeval? Vertel het me maar.''

8.Gij zult niet stelen

,,Ik schaam mij er voor dat ik als kind kleingeld uit het vestje van mijn pleegvader heb gestolen - het was een emotioneel verraad aan de mensen die mij met zoveel liefde hadden opgevangen - maar ik ben het schuldgevoel inmiddels wel ontstegen. Diefstal is geen realiteit meer. Net zo min als hoerenlopen. Of roken. Ik had al die dingen liever niet gedaan, maar goed, ik ben er in ieder geval mee opgehouden.''

9.Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

,,Toneelspelen is zo hard liegen dat je de dubbel de waarheid spreekt.''

10.Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

,,Er is niet één collega op wie ik jaloers ben. Ik heb eerder met al die gesubsidieerde gezelschappen die met hun vreselijke, traditionele, doodgelopen conceptentoneel bezig zijn. Ik ben dolblij dat ik niet bij de telefoon hoef te blijven zitten om op werk te wachten. Ik kan mijn eigen dingen doen, voluit en volledig. Ik heb zelfs teveel te doen.''

,,Ik heb wel eens gedacht dat ik vanwege mijn ouders acteur ben geworden. Ik ben nog steeds het kind dat probeert aandacht te trekken voor die twee verloren levens. Een jonge vrouw, eenentwintig pas, die, tegen alle verschrikkingen in, vastbesloten is een kind op de wereld te zetten en een jongen, niet veel ouder, die volgepompt met mooie verhalen, vol idealen naar het Oostfront trekt. Het waren kinderen. Ze hielden van elkaar. Mijn oom is bij hun bruiloft geweest. Hij heeft me verteld hoe ze daar stonden: zo jong, zo blij, zo stralend. Terwijl ze, diep in hun hart, wel wisten dat hun geluk niet lang kon duren. Ik geloof dat ze bij elkaar gekomen zijn om mij op de wereld te zetten. En ik realiseer mij steeds meer dat ik de enige getuige van mijn moeders teloorgang ben geweest. Ik was erbij toen ze stierf. Ik droom soms dat ik heen en weer word geschud, ik zie spijlen voorbij komen, ik zie ingelegde tegeltjes... Later hoorde ik dat mijn moeder in de inrichting met mij door de gangen holde als het luchtalarm afging. Dat waren die spijlen, die tegeltjes. Ik was erbij. Je zou eens een babyfoto van mij moeten zien. Grote, verschrikte ogen, een bolle kop van de honger. Ik heb al die vreselijke dingen meegemaakt, ook al kan ik ze mij niet herinneren. Ik vraag aandacht voor die wanhoop van mijn ouders, voor het drama, het kwaad. Ik ben het jongetje dat tegen de draak vecht.''

,,Nee, nee, ik ben geen verdrietig kind geweest. Ik ben niet iemand die bij de pakken neer gaat zitten. Dat heb ik nooit gedaan. Ik vind dat ik, ondanks alle nachtmerries, een bijzonder leven heb. Ik ben een gezegend mens... Zo, dat was het. Nu moet je me laten gaan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden