Hells Angels / Vrijheid, verveling, en verder

Maandag begint het proces tegen vijftien Limburgse Hells Angels Nomads. Wie heeft vorig jaar februari drie Nomads vermoord? Het onderzoek naar de vraag of de Hells Angels een criminele organisatie vormen, loopt nog. Justitie en politie in het buitenland denken het antwoord te hebben.

door Hélène Butijn

Brede mannen in zwart-leren jasjes kijken lachend in de lens, hun forse armen om elkaars schouders. Het is zomer, biggen aan het spit, vrouwen hebben altijd lang haar. En heel veel foto's van glanzend staal, spaken, banden: Harley Davidson-motoren. Op een enkele foto, tussen de motoren en gejackte veertigers: een kind.

De foto's die Hells Angels afdelingen van over de hele wereld op hun websites zetten, tonen vreedzame, harmonieuze taferelen. Op de plaatjes staan vooral veertigers, vijftigers, velen met snor of baard. De broederschap straalt er vanaf, soms met een glimp van gezinsleven. En van sociaal gevoel: 'Childrens Hospital Bike Show' staat bij een fotoreeks van de afdeling in Minneapolis, Minnesota, waarop een klein jongetje trots op het zadel van een enorme motor zit.

De manier waarop de Hells Angels zichzelf graag zien, is typerend voor het succes van de motorclub. Als geen andere organisatie is de Hells Angels motorclub professioneel opgezet en besteedt ze bewust aandacht aan het creëren en in stand houden van een passend imago. Met succes. ,,Wetshandhavers hebben niet het idee dat motorbendes zo'n groot probleem zijn. Het wordt tijd dat hun ogen eens open gaan'', klaagde een gefrustreerde rechercheur uit de Verenigde Staten bij de Canadese politie -vanwege bloedige bende-oorlogen noodgedwongen expert op dit terrein.

Hells Angels hebben ontdekt, stelt Mark Heeler van de York Universiteit in Toronto, dat ze met een imago als onschuldige rebellen gemakkelijker steun van de publieke opinie krijgen, dan wanneer ze zich als 'zware jongens' presenteren. En ze hebben ontdekt dat die steun helpt voorkomen dat nieuwe wetgeving het hen moeilijk maakt deel te nemen aan criminele activiteiten.

Gevoel voor pr, een strikte organisatie, gecombineerd met het vermogen om te profiteren van de mogelijkheden die de legale maatschappij hen biedt, heeft ervoor gezorgd dat de Hells Angels nog bestaan.

Voor een groot deel is dat te danken aan Sonny Barger, de Amerikaanse grondlegger van de motorclub. Het ontstaan van de wereldwijde Hells Angels-organisatie heeft zijn wortels in de Tweede Wereldoorlog. Na afloop daarvan voelt een aantal veteranen die hebben gevochten in Azië en Europa, zich onthecht. Sommigen raken werkloos en voelen weinig erkenning voor hun bijdrage aan de oorlog. Ze vormen motorclubs die door Amerika trekken, op zoek naar nieuwe kicks en dat bijzondere gevoel van broederschap.

In 1947 verzieken motorclubs een door de Amerikaanse Bond van Motorrijders georganiseerde wedstrijd in Californië ter gelegenheid van Onafhankelijkheidsdag. Bendeleden knetteren stomdronken over straat, er wordt gevochten. Het loopt volledig uit de hand. Dit 'Hollister-incident' was het eerste moment waarop Amerika wat kon proeven van 'hell on wheels', schrijft Sonny Barger in zijn memoires.

De eerste Hells Angels Motorclub ontstaat in 1948 uit de POBOB (Pissed off Bastards of Bloomington). De motorgroep vestigt zich in San Bernadino, Californië. Barger is dan nog maar tien jaar oud. Over het incident in Hollister wordt een film gemaakt, The Wild One, met filmsterren Marlon Brando en Lee Marvin.

Die film maakt grote indruk op Barger. Na een korte periode in het leger, sluit hij zich aan bij de Oakland Panthers. Maar vanaf de zomer van 1957 raakt hij onder de indruk van de Hells Angels, die dan in vier plaatsen een afdeling hebben. ,,Ik had aan méér behoefte dan aan een paar weekendtochtjes. Ik was op zoek naar een tweede familie.'' In 1958 wordt Barger president van de afdeling in Oakland.

De naam Hells Angels zou al door gevechtsvliegers in de Eerste Wereldoorlog zijn gebruikt. Het logo, de gevleugelde schedel, komt uit de Tweede Wereldoorlog. Gevechtsvliegers schilderden soms vrolijke of juist angstaanjagende beelden op hun toestel. Op een bommenwerper zou een skelet in pilotenjack met stoere zonnebril hebben gestaan.

De Hells Angels profileren zich als outlaws, stoere mannen die buiten de wet staan en vrijheid willen. Barger zocht ,,een groep die minder geïnteresseerd was in een vrouw en twee-punt-zoveel kinderen in een rijtjeshuis, dan in rijden, racen en raising hell.''

Maar Barger realiseert zich ook de kracht van regels. Aan het hoofd van elke afdeling staat voortaan een president, die het laatste woord heeft bij de belangrijkste beslissingen. Hij wordt bijgestaan door een vice-president en een penningmeester. Een wapenchef ziet toe op het naleven van de regels, orde en rust. Hij kan ook optreden als lijfwacht van de president of eventueel als wapenbeheerder. De wegkapitein bepaalt waar tijdens tochten een stop wordt gehouden en overlegt zonodig met de politie over de route.

Elke afdeling van de club, wereldwijd, belegt elke week op een vaste avond een zakelijke vergadering. Volgens de Canadese politie worden daarbij ook wel vragen over criminele activiteiten voorgelegd, maar dan mondeling of op een schoolbord, om te voorkomen dat er bewijsmateriaal is.

Minimaal zes volwaardige leden zijn vereist om de club geldig te laten functioneren, noteert de Canadese politie. In uitzonderlijke gevallen -als bijvoorbeeld een aantal leden in de gevangenis zit- kan een andere afdeling bijspringen, aldus de politie.

Hells Angels gaan geregeld bij elkaar in het buitenland op bezoek. In gastenboeken van websites van buitenlandse afdelingen staan bedankjes van Nederlandse clubleden, op de foto's van feestjes daar is soms een 'Holland'-hesje te zien. Ook bij begrafenissen komen vertegenwoordigers van over de hele wereld. Bepaalde internationale bijeenkomsten zijn verplicht voor vertegenwoordigers van de afdelingen. Bij de jaarlijkse World Run worden problemen en zakelijke kwesties op regionaal, nationaal en internationaal niveau besproken. Op dergelijke top-ontmoetingen, kunnen regels worden veranderd.

Een burger komt niet zomaar bij de Hells Angels, meestal word je gevraagd. De internationale website waarschuwt dat je er rekening mee moet houden dat je gemiddeld 20000 miles per jaar samen op je motor zult rijden. ,,In regen, sneeuw of zonneschijn.'' Je kan gewoon een lid bij jou in de buurt aanspreken, meldt de club, maar als je nog niet weet waar de dichtstbijzijnde afdeling is, ben je er misschien nog niet helemaal klaar voor.

Als je wordt geaccepteerd, mag je je eerst als hangaround bij de club vertonen. Bij gepast gedrag, wordt je prospect, aspirant-lid. Pas als volwaardig lid mag je een leren vestje dragen met het Hells Angels-logo en de naam van je afdeling er op. Deze colours blijven eigendom van de club, en hebben voor de leden bijzonder grote emotionele waarde. Wie de club oneervol verlaat, moet zijn colours inleveren en aan de club gewijde tatoeages laten verwijderen.

Andere motorclubs kunnen niet zomaar Hells Angels worden. Een groep motorbezitters alleen is niet genoeg, merkt de website van de Hells Angels op. Het gaat om broederschap en bijvoorbeeld het maken van motortochten voor goede doelen. Volgens Canadese experts bestaat daar sinds de jaren tachtig intern onder meer de eis dat motorbendes die erkend willen worden, onder hun vaste leden mensen moeten hebben met ervaring in winstgevende criminele activiteiten.

Aan hun juridische kracht besteden Hells Angels veel aandacht. Ze hebben speciale fondsen om goede advocaten te kunnen betalen om clubleden bij te staan. Loyale clubleden die toch achter de tralies belanden en hun gezinsleden, krijgen hulp. Het geld komt van de leden zelf, van benefietfeesten en mogelijk ook van kleding, petjes en andere spulletjes-met-opdruk die de Hells Angels verkopen.

Het doodshoofd-logo en de rood-witte letters 'Hells Angels' zijn geregistreerde handelsmerken en worden met verve -in en buiten de rechtszaal- verdedigd. Wie op Hells Angels-websites rondneust, wordt gewaarschuwd. Soms staat het er in stoffige, juridische taal, andere keren is de boodschap levendiger. Na de mededeling dat de merken beschermd zijn, meldt een Amerikaanse Hells Angels-site: ,,Should we find you using any of these we will hunt you down and hurt you.''

Tot dusver lijkt weinig mis. Maar vormen Hells Angels alleen een hechte vriendenclub, of houden ze zich ook bezig met criminele activiteiten? Voor politie en justitie in Canada, de Verenigde Staten, Duitsland en Scandinavië staat dat inmiddels vast. Zij verbinden de organisatie met drugs, wapenhandel, prostitutie en vrouwenhandel, het witwassen van geld, intimidaties en ander geweld. ,,Veel mensen die er buiten staan, trappen in het imago van 'Easy Rider, Marlon Brando'. Maar tenzij je zelf in die subcultuur zit, zie je het afpersen, het geweld, de drugs, de prostitutie en het witwassen niet'', meldt inspecteur Don Bell uit Ontario.

Hells Angels maken volgens deskundigen slim gebruik van contacten in de 'bovenwereld', bijvoorbeeld om geld wit te wassen. En familieleden zouden soms op sleutelposities werken. De Canadese motorbendes-expert Yves Lavigne verhaalt in zijn boek Hells Angels, into the abyss, over een undercover-operatie van de inlichtingendiensten bij de motorclub. Daarin beschrijft hij hoe familie en vrienden van de Hells Angels voor hen in hun gewone baan, bij een luchtvaartmaatschappij of bijvoorbeeld een telecombedrijf, cruciale gegevens verzamelen. Bijvoorbeeld over de vraag wiens telefoon door de politie wordt afgeluisterd. Rondom het handjevol Hells Angels-leden van een afdeling, kan volgens deskundigen een breed vertakt netwerk van -bewust of onbewust- behulpzame sympathisanten zitten.

Canada en Scandinavië zijn geplaagd door bloedige bende-oorlogen. Behalve de Hells Angels, zijn ook de Outlaws en de Bandidos gevestigde motorclubs. Strikte wetgeving en het traceren van geldstromen, schijnt te werken. Ook zouden de bendes zich hebben gerealiseerd dat hun oorlogen alleen maar de aandacht van justitie trekken. In Duitsland mogen de afdelingen in Hamburg en Düsseldorf naam en logo niet meer gebruiken. Begin jaren tachtig speelde in Hamburg een rechtszaak rond Hells Angels, wegens vrouwenhandel tussen Zwitserland, Oostenrijk en Nederland.

In Nederland leek het beeld tot nog toe anders. Grootscheepse motorbende-oorlogen zijn hier niet geweest, op wat strubbelingen tussen brommer-jongeren in de begintijd na. De Hells Angels zijn hier lange periodes relatief in de luwte gebleven. Bij invallen werden nooit grote vangsten gedaan. Nederlandse criminologen praten desondanks niet graag over de Hells Angels. Onderzoek is er nauwelijks: te riskant. En dus verwijst iedereen maar naar het rapport van de commissie-Van Traa uit 1996, waarvoor de criminologen Bovenkerk en Fijnaut onderzoek deden.

De eerste afdeling in Nederland is in 1975 formeel opgericht. Drie jaar later is die club internationaal erkend. Volgens het rapport-Van Traa is Amsterdam leidend binnen Nederland, en zijn er 'duidelijke aanwijzingen' dat dit chapter ook het Europese aanspreekpunt is voor Hells Angels in de Verenigde Staten.

De Amsterdamse afdeling doet in het klein, meldt het rapport, ,,wat in Noord-Amerika al langere tijd in het groot plaatsvindt: de aanschaf van horeca-onderneming, ontwikkeling van belangen in de motorhandel en de koop van ontroerend goed. De financiële middelen, zo is door de politie vastgesteld, komen vooral uit de handel in verdovende middelen; ook wapenhandel en de 'protectie' op de Wallen moeten de nodige inkomsten genereren.''

De rol van Hells Angels in de drugshandel, is nog niet helemaal blootgelegd, schreven de wetenschappers. ,,Wel staat vast dat zij, naast aankoop en verkoop van synthethische drugs die door anderen zijn gefabriceerd, volop betrokken zijn geweest bij de handel in Marokkaanse hasj, die door een Deens-Nederlandse combinatie op touw was gezet.'' Drie Hells Angels zouden de logistiek hebben geregeld, terwijl één contacten onderhield met makelaars, banken en notarissen en ondertussen geld wegsluisde naar Zwitserland.

Ook een andere Nederlandse afdeling zou zich, op kleine schaal, met wapenhandel, drugshandel en autodiefstallen hebben beziggehouden. 'Opmerkelijk is overigens', meldt het rapport, 'dat veel van de leden van die beide clubs min of meer vaste banen hebben'.

Rechtszaken waarin een of meer leden van de Hells Angels terecht stonden, zijn er in Nederland ook geweest. Willem Holleeder, een van de Heineken-ontvoerders, is een huisvriend van de Amsterdamse afdeling. Maar dat sommige leden zich misschien met criminele zaken hebben beziggehouden, wil nog niet zeggen dat De Hells Angels Motorclub als geheel als criminele bende mag worden bestempeld, merkte een aantal prominente Amsterdamse Hells Angels fijntjes op in een unieke uitzending van het televisie-programma Zembla in oktober vorig jaar.

,,We zijn geen padvinders'', zei 'Kees' in dat interview, ,,De Hells Angels, of welke motorclub dan ook, vormt met dat leer enzo, een intimiderend gezicht. Maar mensen hoeven niet bang voor ons te wezen. Er is in de jaren zeventig een een verkrachtingszaak geweest. Maar je moet verder niet op elke slak zout leggen.''

Dat het televisie-duo Barend en Van Dorp in december 2000 klappen kreeg na een gesprek over criminele activiteiten van de toen net vermoorde prospect Sam Klepper en de Hells Angels, kwam door de emoties rond die begrafenis. En dat de Amsterdamse afdeling leidend zou zijn binnen Europa was slechts 'een beeld dat is opgeroepen door de media'. De suggestie dat Amsterdam, als 'moederclub' van Nederland vooraf over de moorden op de drie Nomads geweten moet hebben, werd van tafel geveegd. Voorzitter Unu: ,,Als justitie spoken wil zien, ziet ze spoken.''

Blijft vooralsnog over dat de Hells Angels ook in Nederland slim gebruik maken van de kansen die de overheid haar burgers biedt. De belastingdienst erkende vorig jaar maart dat 'plekken van de Hells Angels' voor de fiscus 'moeilijk te bereiken zijn'. En afgelopen december bleek dat de gemeente Haarlem een in- en doorstroombaan (ID-baan) van een lid van de motorclub voor 15000 euro per jaar steunt. De betrokken Hells Angel verricht bardiensten en onderhoudsklusjes in het clubhuis. De gemeente Haarlem steunt al sinds de jaren banen bij de club.

De Hells Angels Amsterdam bouwden eind jaren zeventig het clubhuis van gemeentegeld (172500 gulden) en kregen als jeugdclub jarenlang (tot 1 januari 1988) subsidie.

Toen afgelopen september ophef ontstond over het onderzoek van de nationale recherche naar de Hells Angels, verspreidde de gemeente Amsterdam een persbericht met als titel: 'Gemeente Amsterdam schort contacten met Hells Angels op'.

Door een gerechtelijke uitspraak in 1997 was de gemeente genoodzaakt met de Hells Angels te onderhandelen over een nieuwe locatie voor hun clubhuis, verklaarde het persbericht. Maar al 'enige tijd geleden' heeft de Amsterdamse driehoek besloten dat de Hells Angels terug moeten in de 'normstelling'. Zij moeten zich, benadrukt de gemeente nu, ,,net als iedere andere burger houden aan wet- en regelgeving.''

Voor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van de volgende informatiebronnen: Hells Angels, into the abyss van Yves Lavigne, Hells Angels in opmars, Motorclub of misdaadbende? van Henk Schutten, Paul Vugts en Bart Middelburg, Hell's Angel, The life and times of Sonny Barger and the Hell's Angels Motorcycle Club van 'Sonny' Barger, diverse journalistieke producties, het rapport van de commissie Van Traa (1996), informatie van de Royal Canadian Mounted Police en andere buitenlandse politiediensten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden