HELLO! zoekt een nieuwe heldin

Vanuit de Spaanse hoofdstad Madrid rijden ieder weekeinde zes vrachtauto's richting Engeland. De inhoud van de wagens bestaat uit een half miljoen glimmende tijdschriften van fors formaat. HELLO! staat in kapitale letters in de rode linkerbovenhoek, en de lezer verwacht daaronder een beroemdheid. HELLO! is onderhoudend, gezellig, mooi gedrukt en - de beste Britse journalistieke traditie ten spijt - kritiekloos.

Adjunct-hoofdredacteur Andrew Montgomery: “Het is haast anti-journalistiek, hoe we een verhaal presenteren zonder in alle hoeken kanttekeningen te stoppen. HELLO! brengt mensen zoals ze zijn, zoals zij zichzelf naar buiten willen brengen.”

'Ironisch genoeg heeft Diana zelf voor een groot deel het probleem gecreëerd waar ze nu mee te maken heeft. Door haar liefdadigheidswerk te verminderen zijn nieuwsfoto's van haar zeldzamer geworden en daardoor is de vraag gestegen. Ze kan hertrouwen, ze kan de titel van prinses van Wales verliezen, maar op een dag zal ze de moeder van een koning zijn.'

'In bepaalde opzichten is Diana een eenzame vrouw. Waar zijn Diana's vrienden? Ze heeft de afgelopen jaren vrienden verloren, vijanden gemaakt. Wie kan ze vertrouwen? Misschien is Dodi - de zoon van een man die jaren een vriend was van de familie Spencer - zo iemand.'

Het eerste citaat stond half april in HELLO!, en het tweede citaat bestaat ook, zij het dat het afkomstig is uit de teruggehaalde editie van het tijdschrift uit de eerste week van september. Een nieuwe, speciale uitgave over het overlijden van de prinses haalde een oplage van meer dan een miljoen, en brak alle verkooprecords.

Twee maanden later is het stil in de gangen van de redactie van HELLO!, die zetelt op de eerste verdieping van een onopvallend gebouw in het westen van de Spaanse hoofdstad. Bruin is de overheersende kleur van de kantoren, waarin degelijk meubilair staat opgesteld en waar een ietwat bezoedelde lucht van voorbije jaren en - onmiskenbaar - baked beans hangt. Stapels oude uitgaven slingeren door het pand. Naast het koffiezetapparaat staat een grote pot marmite.

Het is betrekkelijk rustig deze donderdagmiddag. Definitieve beslissingen over het actuele middenkatern moeten nog genomen worden, vier verdiepingen hoger, waar het Spaanse equivalent HOLA! wordt gemaakt. De besloten vennootschap 'HOLA!' is een familiebedrijf, opgericht in de jaren veertig. Als gevolg van censuur, ingesteld door generaal Franco, berichtte het tijdschrift HOLA! uitsluitend over de leuke dingen van het leven, over prinsen en prinsessen. Over acteurs en zangeressen. Over de ingrediënten voor een geslaagde tortilla. 'HOLA! gaat over het schuim van het leven', is de gelauwerde uitspraak van de inmiddels overleden oprichter Antonio Sanchez. Het is precies hoe HOLA! (wekelijkse oplage in Spanje: anderhalf miljoen) en, sinds 1988, HELLO! gemaakt worden. Leuk. Kritiekloos. En voor een groeiend Brits publiek, dat van de serieuze pers allang de buik vol heeft.

“Er bestond niets vergelijkbaars toen HELLO! in Engeland verscheen. Het was een Spaans fenomeen dat tot ieders verrassing de markt veroverde”, weet Andrew Montgomery. De adjunct-hoofdredacteur is onmiskenbaar Engels. Een ietwat nerveuze man, die tijdens het gesprek drie keer de bandrecorder laat stoppen voor overleg met Londen. Er is weinig dat zijn barokke kantoor in Madrid siert. Ook hier overheersen de stapels: Britse tabloids en exemplaren van de klonen van HELLO! Zij heten 'Now', 'Here!' of 'OK!'.

Montgomery: “HELLO! werd vanuit alle hoeken van de Engelse journalistiek buiten proporties bekritiseerd. De reden was wellicht dat de Spaanse oprichters geen deel uitmaakten van de grote Engelse uitgeverswereld. Om die reden ontving het tijdschrift geen enkele bijval. Het werd vervloekt en verbannen.” Maar daarnaast veroorzaakte ook de neutrale opstelling van HELLO! opschudding. “Journalistiek is per definitie kritisch, maar HELLO! bewees dat je dat niet hoeft te zijn om te overleven.” Montgomery vist marktonderzoeken uit een stapel op zijn bureau. De leeftijd van de mensen die HELLO! lezen is tussen de 28 en 45 jaar. In 95 procent van de gevallen is de koper van het tijdschrift een vrouw. En dan iets curieus: van de lezers is 50 procent man.

Twee deuren naast Montgomery's kantoor werken de eindredacteuren Anthony Luke en Theresa Elven achter hun computers. De tekstverwerkers staan er ruim een jaar, een kleine revolutie in het familiebedrijf Sanchez, net als de televisie in een van de gangetjes, die na de dood van prinses Diana snel aangeschaft moest worden. Luke merkt de omslag bij het Britse publiek, zegt hij. Engeland geldt als bakermat van de beste journalistiek ter wereld, maar de lezers zijn het beu om de opinies van andere mensen dan de geïnterviewden terug te vinden. “Ze willen lezen wat al die bekenden zelf te zeggen hebben.” Luke noemt het voorbeeld van The Daily Mail: “My God, de journalisten die daar werken zijn zo vol van zichzelf.” Opmerkelijk genoeg lijkt het profijt van HELLO!'s neutrale journalistieke koers twee kanten op te werken. De beroemdheden verschijnen graag in het tijdschrift, in de wetenschap dat ze tamelijk risicoloos een interview met HELLO! aankunnen. “Sean Connery opende zijn deuren voor ons, nadat hij alle andere media had geweigerd.”

In het postbakje bij Theresa Elven ligt een fax. Het Franse fotobureau Sygma biedt een reportage aan over een andere afvallige van het Engelse koninklijk huis: Sarah Ferguson. In grote lijnen zijn het met name de Italiaanse en Franse tekst- en fotobureau's die gelden als de grote leveranciers en Sygma is een van de aanbieders die goed verdienen aan het bestaan van HELLO! (een van de eind augustus gearresteerde fotografen in Parijs werkt voor het agentschap).

Maar het nieuws kan ook uit de Verenigde Staten komen. Elven is bezig met de eindredactie van een verhaal over acteur Kirk Douglas, gemaakt door een Amerikaanse freelancer. “Het moet foutloos zijn. In Spanje worden tijdschriften niet gelezen om kritiek te leveren - in Engeland wel. Ik ben eindeloos bezig met het controleren van namen, feiten, bezig met de vraag of we juridisch over de schreef gaan. Andere momenten leveren die freelancers crap. Dan herschrijf ik alles.”

De nieuwe HELLO!, nummer 482, heeft een verhaal over Kirk Douglas, een reportage over liefdadigheid voor Britse weeskinderen, een verslag van een bezoek van prinses Caroline aan Spanje en een berichtje over een nieuw museum over het leven van prinses Diana. Het laatste verhaal oogt bescheiden, in vergelijking met nummer 481: twaalf pagina's over de gestorven prinses, naar aanleiding van de Nobelprijs voor de Vrede voor de anti-landmijn campagne. Verderop staat het bezoek van koningin Elizabeth aan India, over acht bladzijden.

Andrew Montgomery wimpelt een vraag over zijn persoonlijke mening over de Windsors geïrriteerd weg: “Ik dacht dat dit gesprek over HELLO! zou gaan. Mijn opinie doet er niet toe.” Dan: “Ook na haar overlijden zullen de verhalen over Diana doorgaan. Het Britse koningshuis is en blijft een onderwerp voor ons. Het enige verschil is dat we geen foto's meer kunnen publiceren van de prinses van Wales die haar nieuwste jurk laat zien. Maar los daarvan gaan we ons ook zeker niet blindstaren op de familie.”

Een grotere vraag voor Montgomery is hoe de Britse Press Council zich na de dood van Diana gaat opstellen. Deze commissie ontwikkelt persregels, zonder dat daar wetgeving aan te pas komt. De codes, voortvloeiend uit de Press Commission, zijn de afgelopen weken strenger geworden. Als gevolg daarvan publiceren de media niet langer foto's van situaties waarvoor de mensen op die beelden geen toestemming gaven.

Een voorbeeld zijn foto's die op straat gemaakt werden. “Een uitzondering op de regel wordt alleen gemaakt wanneer het publiek belang bij de publicatie van die foto's groter is.” Bijvoorbeeld? “Dat is moeilijk. Een verandering van levensstijl, misschien.” Hij zucht even: “Het gebied tussen bescherming van privacy en publiek belang is heel, heel erg grijs.”

Wetgeving op het gebied van privacy bestaat in Engeland wel, maar is veel losser dan die van bijvoorbeeld Frankrijk. In Frankrijk hebben personen die afgebeeld zijn op foto's automatisch zeggenschap over die beelden. “In Engeland zal een rechter de mediageschiedenis van een persoon in zijn afweging meenemen. Iemand die nooit meewerkte aan publicaties, maar bijvoorbeeld door geboorte een publiek figuur is, mag rekenen op uitgebreide juridische bescherming. In het geval van een bekend figuur uit het entertainment, die herhaaldelijk privégegevens uit zijn leven aan de media weggaf, zal de rechter veel minder geneigd zijn tot bescherming.”

Wanneer we ons zelf niet tot bezinning dwingen, zal de Britse pers ons dat wel opdragen, gromt Anthony Luke even later. “Zij creëren de publieke opinie.” Maar ook ziet hij in alle hoeken van de media hoe het gevecht om een nieuwe heldin aan de gang is. “Camilla Parker? Forget it.” Hij neemt een slok thee. “Je zag hoe de complete Britse koninklijke familie in het gat sprong dat Diana achterliet.” Redactrice Catherine Olive: “Wij voeden het leven van de lezers, en zij hebben iemand nodig. Diana verbond glamour met zinnig werk. Zulke mensen lopen er niet veel rond. Ze hebben of het een, of het ander. Iemand als Sarah Ferguson roept andere reacties op. Liefde en haat. We ontvangen brieven waarin mensen vragen of we willen stoppen over die domme koe te schrijven. Die tegenstelling in reacties is overigens een reden door te gaan met artikelen over haar.”

HELLO! wijdde op 13 september de complete inhoud - 114 pagina's - aan de begrafenis van Diana Spencer. Het is een uitputtende uitgave, inclusief een selectie van 16 bladzijden waarop 'the most memorable portraits illustrating a remarkable life cut short', en een dubbelpagina met een deel van een tekst die gezongen werd tijdens de uitvaartdienst. Daaronder een engelachtig gebaar: 'HELLO! zal de reclame-opbrengsten van deze uitgave, 100.500 pond (ruim 325.000 gulden, red.) in het liefdadigheidsfonds voor prinses Diana storten'.

“Nooit, nooit, zullen we foto's publiceren van de lichamen in de Mercedes die in Parijs verongelukte”, zegt Andrew Montgomery. “We zijn niet op die manier sensationeel. Die foto's zullen snel gepubliceerd worden en ik weet dat ze ergens boven de Amerikaanse markt hangen. Maar ik betwijfel of ze ooit de Britse media zullen halen.” Anthony Luke herinnert zich hoe zijn moeder hem na het overlijden van de prinses opbelde en zei: 'De fotografen hebben Diana vermoord'. “Ik heb geantwoord dat niemand zich schuldig hoefde te voelen. Wij hadden haar nodig, net als zij ons.”

Montgomery: “Het valt niet te ontkennen dat de pers een rol in het ongeluk speelde, maar het is een verraderlijke stelling dat zij Diana's dood veroorzaakte. Ik zal ook niet ontkennen dat een beeld van haar tienduizenden guldens kon opbrengen. Uitgevers waren bereid dat te betalen, en daarom was in de jacht op haar foto's alles geoorloofd. Ik geloof niet dat er ooit iemand op aarde was die op een dergelijke manier gevolgd werd. Anderzijds: zij had de publiciteit nodig, zeker in de jaren na haar scheiding, toen ze geld voor allerlei liefdadigheidsprojecten zocht. In die situaties wilde ze de camera's.”

“Er was om een aantal redenen belangstelling voor haar verblijf in Parijs. Dodi Fayed was de eerste man die ze openlijk ontmoette sinds haar scheiding. Dat voerde naar de vraag of ze met hem kon trouwen, wat het gevolg zou zijn wanneer Dodi Fayed de stiefvader van de toekomstige koning werd. Al die vragen borrelden naar boven. Daardoor was er belangstelling. Anderzijds: hoe interessant was het om foto's van het tweetal in Parijs te zien? Die vraag is discutabeler. De media waren, indirect, verantwoordelijk, maar diezelfde pers zou de prinses liever nog levend zien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden