Helft tweeling eist net als zus toelating studie

Van een onzer verslaggeefsters ASSEN - Heeft een eeneiige tweeling er psychisch hinder van als de ene helft wel en de andere helft geen geneeskunde kan studeren? Ja, vinden Karla en Mariska Bergervoets (21) uit Oosterhesselen.

Karla zat gisteren na vier keer uitloten en drie vruchteloze beroepszaken in Assen bij de rechter om, net als haar zusje, dat drie jaar geleden in één keer werd ingeloot, geneeskunde te kunnen studeren.

K. Meijer, de advocaat van de Informatie Beheer Groep (IBG) in Groningen, vindt Karla Bergervoets' situatie niets bijzonders: er worden wel vaker jongeren uitgeloot. Maar dat het argument 'de psychische druk voor een eeniige tweeling' daarbij in de strijd wordt geworpen, is een nouveauté.

Lotingszaken zijn er vaak genoeg, zij het niet bij de rechter. Voor ongeveer 6000 jongeren zijn er immers zo'n 1700 geneeskunde-plaatsen. Er wordt om geloot, waarbij de examencijfers een bepaald - volgens sommigen te bescheiden - gewicht in de schaal leggen. Eindexamencijfers gaan vanaf volgend jaar overigens zwaarder meetellen: wie een 8 of hoger haalt, krijgt dan automatisch een plaats.

Karla Bergervoets zou daarmee overigens niet zijn geholpen: anders dan Meike Vernooy (gemiddeld 9,6 en inmiddels voor de derde keer uitgeloot) is Karla geen bolleboos.

Van de uitgelote pechvogels doen er nu jaarlijks zo'n 300 een beroep op de zogeheten 'hardheidsclausule' van de lotingsregeling. Daarvoor wordt maximaal 5 procent van alle plaatsen, zo'n 85 studieplaatsen dus, gereserveerd. Wie zich vijfmaal op de hardheidsclausule heeft beroepen - en dus ook vijf keer is uitgeloot - krijgt automatisch een studieplaats. Dat zijn in de praktijk maar heel weinig jongeren: vorig jaar waren er 14 jongeren die voor een vijfde keer in beroep gingen. Van 1999 af wordt tweemaal loten overigens het maximum.

Volgens Karla's advocaat A. Kootstra zijn de zusjes Bergervoets zowel genetisch als qua milieu identiek en is het de grote droom van beiden om geneeskunde te studeren. Het is voor tweelingen, zegt Kootstra, toch al moeilijk om zich van de ander los te maken en ook voor Karla geldt dat zij 'erg gebonden' is aan haar tweelingzus. “Voor Karla Bergervoets is er geen andere oplossing dan geneeskunde studeren”, zegt Kootstra. En niet alleen Karla zou eronder lijden dat ze niet is ingeloot, ook Mariska zou onder druk staan omdat zij inmiddels vierdejaars geneeskunde is. Waarom zouden Karla en Mariska niet kunnen wat de voetbaltweelingen De Boer en Van de Kerkhof, of de advocaten-tweeling Anker wel konden: hetzelfde beroep kiezen?

Maar volgens Meijer valt er een vraagteken te zetten bij die wederzijdse afhankelijkheid van de tweelingzusters. Het rapport van een psychotherapeut dat de zusjes in de strijd wierpen, gaat volgens hem meer over tweelingen in het algemeen dan over Karla en Mariska. Bovendien had Karla bij een eerdere hoorzitting 'ja' geantwoord op de vraag of ze bereid was in Leiden te gaan studeren, terwijl de zusters nu beiden in Groningen studeren - Karla biologie, Mariska geneeskunde.

Het valt met die afhankelijkheid wel mee, concludeert de IB Groep en reserveert hardheidsclausule-plaatsen voor schrijnender gevallen: jongeren die ondanks een turbulent huiselijk milieu (Meijer: 'Dan denk ik aan iemand met een vader die vaak dronken is en slaat') toch een vwo-diploma halen, of allochtone meisjes, of vluchtelingen. Maar volgens advocaat Kootstra begrijpt de IB Groep tweelingen verkeerd: niet de woonplaats is essentieel, maar 'het delen van dezelfde interesse'.

Uitspraak op 4 augustus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden