Helend bergpad

Van de ijzige gletsjer tot de warme zee, de nieuwe Alpe Adria-route verbindt drie landen in een turbulente uithoek van de Alpen. Door

Op het fornuis staat een grote pan gerstesoep. Er is cake met bessenjam. En koffie met slok - zo'n slok waar je er te veel van op kunt hebben. Allemaal zelfgemaakt door een jonge vrouw die haar zomer in afzondering doorbrengt in een alpenhut. Christina heet ze. Ze ziet er sjofel uit, ze leeft hier als een 21ste-eeuwse kluizenares, maar ze blijkt precies te weten waaraan een wandelaar behoefte heeft.

Ze deelt zelfs kleine potjes zelfgemaakte Ringelblumensalbe uit. Zalf van de goudsbloem. Tegen blaren en wondjes. Ik steek een potje in mijn zak. Je weet maar nooit, met nog 700 kilometer te gaan.

Achter me ligt een lange afdaling. De wandeling begon vanochtend bij de grootste gletsjer van Oostenrijk. Ik had me er nogal wat bij voorgesteld: de grootste gletsjer van een land als Oostenrijk, bekend om zijn hooggebergte. Maar de gletsjer bleek viezig te zijn, van al het puin dat erop is gerold. Bovendien is het ijsveld bescheiden van omvang vergeleken met de majesteitelijke bergen eromheen. Veel van het ijs is gesmolten. De gletsjer is zijn macht kwijt. Hij werd een symbool van klimaatverandering.

Ik volgde de weg van het smeltwater. Langs een waterval die zich met donderend geraas in de diepte stortte. Daarna rond een rotsige heuvel die naar keizerin Sissi is genoemd - ze bleef hier wachten terwijl keizer Frans Jozef verder wandelde. Het is een rots die een bloemetjesjurk draagt en een kruidig parfum. En ten slotte door de lariksbossen, waar de beekjes zich langs de rotsen kringelden. Zo zal ik met het water blijven oplopen. Ook mijn einddoel is de zee.

Dit is de Alpe Adria Trail. Het is een nieuwe wandelroute die drie landen samen hebben uitgezet: Oostenrijk, Slovenië en Italië. Er zijn minstens drie redenen waarom je deze wandeling zou willen maken. Eén: je houdt van wandelen, maar het moet niet te zwaar worden. Je wilt slapen in een bed, bier drinken op een terras en zwemmen in een ijskoud bergmeer.

Twee: je bent geïnteresseerd in de Eerste Wereldoorlog. De Oostenrijks-Hongaarse monarchie kwam hier hard in botsing met Italië. Al wandelend zie je de sporen ervan in het landschap. Zoals op de berg Ravelnik in Slovenië: een doolhof van loopgraven, overkapt met roestige golfplaten. Of op de berg San Michele in Italië, waar de kanonnen nog staan opgesteld en stenen aangeven waar de bataljons uit alle delen van Italië zich verdekt opstelden.

Drie: je wilt weten hoe de karakters aan weerszijden van de grens hier van elkaar verschillen. Nergens in Europa vind je drie culturen zo dicht bij elkaar. De Germaanse ordentelijkheid, de Slavische terughoudendheid, de Romaanse uitbundigheid. Gedurende de 20ste eeuw stonden ze hier met de ruggen naar elkaar toe. Al was het maar omdat ook de economieën diepgaand van elkaar verschilden: kapitalistisch tegenover communistisch. Het maakte dat de grenzen tussen Oostenrijk, Italië en Slovenië diep insleten.

Zo dient de wandeltocht als pleister op de gapende wonde die de geschiedenis hier sloeg. De Europese Unie betaalt er met liefde aan mee, want de eenwording gaat hier niet vanzelf.

Dat bedenk ik mij op het terras van kluizenares Christina, terwijl ik uitkijk over de alpenweide. Inmiddels zijn Ernst en Maria Pichler aangeschoven en hebben ze een gerstesoep besteld. Terwijl Ernst slurpt, vertelt Maria over de Bricciuskapel waarlangs de route zonet voerde. Het water uit de bron die onder de kapel ontspringt, heeft bijzondere eigenschappen. Het schijnt linksdraaiend te zijn of juist rechtsdraaiend, in elk geval heel zuiver.

De Oostenrijkers hebben zich erbij neergelegd dat ze maar een voetnoot vormen bij de elementen. Dat snap je wel, als je de mensjes in de verte over de gletsjer ziet kruipen. In dit domein van gletsjer, rots en bergpiek denk je vanzelf dat de mens een vluchtige voorbijganger is. Misschien dat wandelaars elkaar daarom, na een vriendelijk Grüssgott, steevast met du aanspreken. Niemand is belangrijker dan een ander in de bergen.

Ik merk het ook als ik later een eind oploop met wandelgids Dietmar Schuss, een lange man met een haakneus. Hij was de 67ste bioboer in heel Karinthië, vertelt hij trots. 'Ik wil natuurbewust zijn. Kinderen leren wat er in de natuur te vinden is. Dat de jonge naalden van de lariks lekker in de Schnapps zijn. Dat de besjes van de jeneverbes in de zuurkool kunnen. En dat hout van de alpenden het beste is om een bed van te maken, omdat het geruststellende aroma's verspreidt.'

Zeker is, zegt Dietmar, dat hij kracht kan tanken in het bos. 'De stemmen van de vogels. Het geruis van de wind. Het geeft rust.' Hij raadt ons aan tegen een boom te staan, liefst op een plek waar je het water hoort. 'Bomen geven positieve energie. Dat is werkelijk zo! De natuur trekt ons vooruit.'

Daar gaat wandelen om, zegt Dietmar. De Alpe Adria Trail vindt hij maar veramerikaniseerde onzin. 'Bedacht om geld mee te verdienen.'

Slovenië: van Trenta naar Bovec. Kilometer 390 tot 411.

400 kilometer verderop. Met een hangbrug steek ik een smaragdgroene rivier over. Het is de zevende, de achtste of de negende keer vandaag. De brug veert, het is alsof ik op een trampoline loop. Deze is alleen van hout en op sommige plekken rot. Het stelt niet gerust dat één van de bruggen zieltogend aan de rotsen bungelt. De woesteling die hier schuldig aan is heet Soca. In de zomer ziet ze er lief uit, maar in het najaar kan de rivier geweldig kolken.

Tussen Trenta en Bovec wijk ik niet van de zijde van deze rivier. De Soca is 9 graden koel en beeldschoon. Ze wringt zich door nauwe kloven. Ze springt, bruist en kolkt. Ze heupwiegt, kronkelt en draait, alsof ze zich van haar mooiste kant wil laten zien. Ze weet hoe geliefd ze is bij de mensen in deze vallei, die haar hun juweel noemen. Al was het maar omdat de rivier veel inkomsten binnen brengt.

De Slovenen lijken niets liever te willen dan de tijd achter zich te laten dat ze leefden van de schapenteelt - toen ze aan het eind van de zomer de berghellingen op moesten klauteren om de laatste sprietjes gras tussen de rotsen uit te trekken, zodat de schapen de winter door zouden komen.

Je ziet het al in hotel Mangart. Dat is modern en anoniem. Het had overal ter wereld kunnen staan en dan vooral langs de snelweg. Op de gangen en in het restaurant klinkt onbestemde loungemuziek. We eten doorgekookte broccoli, geen streekspecialiteit.

Hier smacht een volk ernaar aan een nieuwe episode in zijn bestaan te beginnen. Het land doet zijn uiterste best aan te haken bij de rest van Europa. De medewerkers achter de balie van de toeristeninformatie zijn jong en spreken vlekkeloos Engels. Zij weten heel goed dat het toerisme hun regio vooruit kan helpen.

'Er zijn mensen die klagen over de euro, die alles duurder heeft gemaakt', zegt baliemedewerker David Štulc. 'Maar ik bekijk het liever positief. Toeristen kunnen nu gemakkelijker hier naartoe komen.'

Ook de Alpe Adria Trail past in het plan meer toeristen naar de regio te trekken. Toch reageerden de Slovenen volgens de Oostenrijkers afwachtend. Maar, zeggen ze erbij: 'Als een Sloveen zegt dat iets moeilijk wordt, is de kans 50 procent dat het toch gebeurt.'

Inderdaad is de route in Slovenië, net als in Oostenrijk, keurig bewegwijzerd. Het klopt ook dat de mensen hier niet direct dolenthousiast te noemen zijn. Tegemoetkomende wandelaars zeggen niet veel. Zelfs geen dober den.

Schapen zie je nauwelijks meer. Welgeteld een kudde kom ik tegen onderweg. Ze drommen samen in een verlaten huis. De wit-met-roze tegeltjes van de badkamer hebben ze besmeurd met schapendrek. Alsof de beesten wraak willen nemen op de mens die zich nu nog slechts interesseert in bemiddelde soortgenoten die hier op bezoek komen.

David Štulc, die van de toeristeninformatie, maakt er grappen over. Vroeger huisde het vee op de begane grond in de traditionele huizen. 'Nu woont daar een heel speciale diersoort', zegt David. 'De homo turistico.'

Italië: van Gradisca d'Isonzo naar Sistiana, kilometer 559 tot 586.

Weer een sprong, nu van 150 kilometer. Ik slof door een land dat in slaap is gesoesd. Zelfs de Soca, die hier Isonzo wordt genoemd, heeft haar tempo aan het Italiaanse leven aangepast. Ze is traag en lui en op zwemtemperatuur. Geen sterveling ziet het als ik sappige pruimen uit de bomen jat. De paden deel ik niet met andere wandelaars. Wel met ontelbaar veel vlinders die voor me uit fladderen. En met hagedissen die voor mijn voeten wegschieten in het rotsige landschap.

Voor de Italianen is het moeilijk te snappen dat er mensen zijn die zo ver willen wandelen. Zou ik niet liever rondtoeren met de Vespa? Beetje wijnproeven onderweg? En vooruit, ook wat wijnazijnijs gemaakt van de eigen druiven?

Zo verging het ook de Oostenrijkers. Ze vonden het lastig de Italianen te overtuigen van de Alpe Adria Trail. Zeker, de Italianen deden enthousiast. 'Maar als een Italiaan zegt dat iets fantastisch is, is de kans 50 procent dat het gebeurt', zeggen de Oostenrijkers beteuterd. Pas toen ze een hoog politiek figuur voor zich wonnen, raakten de Italianen overtuigd.

Min of meer dan. Want zonder kaart ben je hier verloren. Alleen bij de grote wegen die je oversteekt zijn wegwijzers aangebracht. Alsof iemand er even met de auto is langsgereden. Ook een ragebol had ik graag bij me gehad. Om de spinnenwebben boven de paden weg te maaien.

Daar staat tegenover: de mensen die we tegenkomen roepen uitbundig ciao en buongiorno en voorzien ons bereidwillig van zo veel agua fresca als we maar willen. De vrouw bij de bushalte, het meisje achter de bar, de man die zit te niksen voor zijn museum over de Eerste Wereldoorlog: ze vragen allemaal belangstellend waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan.

Zo nader ik langzaam de Adriatische Zee. Mijn voeten doen pijn als ik de laatste kilometers over de kliffen loop, hoog boven het water. Maar gelukkig brengen limoenijs en de Adriatische Zee verkoeling. Of anders wel het zalfje dat Christina in haar almhut aan me gaf.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden