Hele dansprogrammering Holland Festival staat dit jaar in het teken van William Forsythe

AMSTERDAM - “Ik geloof niet dat we zomaar wat rond dansen”, zegt William Forsythe in de documentaire die de VPRO maandagavond 2 juni uitzendt. Is er nog iemand die hem of zijn dansers in Frankfurt daar ook maar één moment van zou durven verdenken? De opperste concentratie waarmee zij met hun fysieke energie aan de haal gaan, staat voor wat anders. Maar wat en hoe?

Nu eens bedelft hij hen onder ladingen beschreven papiersnippers, dan weer laat hij hun hoofden net boven de grond uitsteken of als etalagepoppen in het luchtruim bungelen. De Forsythe-dansers maken onwaarschijnlijke glidings en razendsnelle pirouettes, of staan in onmogelijke off balance-arabesken. Wie goed kijkt ziet dat zij een variatie die eerst voor hun rechterknie was bestemd in omgekeerde volgorde met hun linkerschouder herhalen.

In het Holland Festival dat vanavond met zijn Nederlandse debuut uit 1980 'Say Bye Bye' opent, wordt een tipje van de sluier rond de 'Forsythe Saga' opgelicht. De hele dansprogrammering zal dit jaar in het teken van de denkprocessen staan die de Amerikaan al een kwart eeuw in, op, over en met dans loslaat. Het Nationale Ballet draagt zijn steentje bij met 'Artifact' (1987-versie). Het Frankfurt Ballett zelf zal niet zijn allerlaatste research presenteren, maar komt met twee avondvullende drieluiken: 'Alien/a(c)tion' (1992) en 'Eidos/Telos' (1994). Beide driedelige spektakels zijn nog niet in Nederland vertoond.

De afstand tussen Forsythe en zijn fans wordt steeds groter. En inzicht in zijn werk wordt ook niet bepaald bevorderd. Zelfs het Theater Instituut Nederland beschikt nog niet over de cd-rom die Forsythe over zijn werkwijze heeft laten maken. Het feit dat hij daar jarenlang aan werkte, spreekt op zich wel boekdelen. De Newyorker in Frankfurt benadert zijn dansers zoals een programmeur zijn computer en hij is zo ruimhartig ons via zijn cd-rom in die werkwijze te laten delen. Dansers zijn op zijn dansvloer een soort magimixers. Alleen het reeds in hun lichaam opgeslagene kunnen zij reproduceren, maar in het zappen en leggen van nieuwe combinaties en volgorden is hun fysieke geheugenkunst zo goed als onnavolgbaar geworden. Veel balletliefhebbers vragen zich soms verwilderd af of zij nog wel mensen zijn. Vrij van de conditionerende bagage uit het verleden kunnen zij hun bewegingen tegen het licht houden, dat door Forsythe al in zijn allereerste ballet (1976) het 'oerlicht' werd genoemd. Sindsdien stuurde hij hen als op tilt geslagen schietspoelen door het braakliggende terrein van de dans. Forsythe heeft zich nooit als een verteller of verhaler in te begrijpen beelden opgesteld. Hij is meer een rekenkundige beeldbestormer die zijn 'steptexts' vol danswoordspelingen stouwt. Juist in die deconditionering, ontkoppeling of zelfs onttakeling van gangbare modellen en kaders waaruit de syntaxis van het eeuwenoude balletidioom is opgebouwd, kunnen dansers het schuine streepje tussen beeld en bestemming annexeren. Zij bevinden zich tussen it en ism, tussen letter en geest, tussen tekst en context, 'at the still point of the turning point'. Daar waar zich uitsluitend dans bevindt moet tijd verbrijzeld en ruimte opgeblazen worden.

In de tijd dat men amper aan het ontluisterende realisme van de cycloon Pina Bausch gewend was geraakt, leverde Forsythe een geheel nieuwe variant van ballet-terrorisme. Maar hij was geen verdelger. Hij zocht juist naar een methode om de basisvormen en constructiemethoden uit hun ballethistorische context te lichten. In de periode dat hij nog als freelance choreograaf door Kylian naar Den Haag werd gehaald ('79-'84) was hij bij gebrek aan een computer nog gedwongen met een systeem van handbeschreven kaartjes te werken, die hij schijnbaar willekeurig arrangeerde. Inmiddels beschikt hij over zijn Gigabite Mac. Met die hulp stelde hij zich naar de gangbare grammatica van de toneeldans op ééen lijn met Franse semantici. Zoals hij de rethorica van het woord verkrachtte door van lettercombinaties zowel de semantische als fonologische betekenis tot een dansdecor te smeden, zo ging hij ook met menselijke beweging en de daaraan ten grondslag liggende mentale modellen om.

Behalve bewegingsgoochelaar is Forsythe ook boekenvreter en beeldarchitect. En al die draden laat hij in zijn balletten tot een Gordiaanse knoop verstrengelen. Het mysterie van de menselijke beweging moet voor hem aan hogere wis- en natuurkunde voldoen. Dus bestookt hij ons met mortieren zoals 'geanatomiseerde tijd', 'algoritmes van dans', 'semantiek van beweging'. Voor hem is dans een vorm van filosofie en politiek bedrijven. Hoe kan beweging als generator van beweging onderzocht worden? De toneeldanser is niet meer een persoon met wiens lusten en lasten de toeschouwer zich kan of moet identificeren. Dat stadium is Forsythe allang voorbij. Samen moeten choreograaf en uitvoerend danser keuzes maken uit de ontelbare variaties die het menselijk bewegen bieden. Kortom, het lichaam in beweging is een vorm van denken. Maar hoe, volgens welke codes, processen en bestuurbaarheid is daaruit het harmoniemodel ballet ontstaan en hoe nu verder in die artificiële creatie?

Om dat te doorgronden stelt Forsythe zich vooral als de grote stoorzender en ontregelaar op. Zodra iets in een mooie bewegingsstroom dreigt te vervallen, moet het rode lampje dus gaan gloeien, het brandscherm gaat met donderend geraas neer, of het beeld wordt anderzins tot een pandemonium ontregeld. Zijn bewondering voor het formalistische denken van Balanchine heeft Forsythe nooit onder stoelen of banken gestoken. Zijn balletten over ballet kon hij echter pas een wending geven toen hij zich ook in de bewegingsleer van Rudolf von Laban verdiepte. De Newyorker koppelde het op symmetrie gebaseerde systeem van de klassieke ballettechniek aan de poging van de Tsjech Von Laban om de menselijke motoriek als levende architectuur te beschouwen.

Enorme invloed Tijdens het interbellum had Von Laban een enorme invloed op de theorievorming over dans. Hij plaatste de mens centraal in een veelzijdige geometrische figuur (icosahedron) en formuleerde de reikwijdte en banen waarin de afzonderlijke ledematen zich konden bewegen. Zijn belangrijkste verdienste was zijn streven om in afgebakende termen een set van basisconcepten te beschrijven waarvan de aard en begrenzingen juist oneindig zijn. Het is die oneindigheid van de bewegingsmogelijkheden van de mens die Forsythe in zijn zoeken naar de dans vóór Gods scheppende werk lijkt te willen verbeelden. Het gevolg is in elk geval dat zijn spektakels een bom onder onze interpretatiedwang leggen. Voor hem is ervaren waarschijnlijk al een stuk begrijpen. Meer nog dan zijn collega Bausch uit Wuppertal presenteerde deze wonderboy (New York, 1949) een Theater des Erfahrens. Het grote verschil is dat je van hem ook niet meer hoeft te begrijpen wat je ervaart. En daarmee lijkt hij in onze eeuw van extremen de sleutel tot het volgende millenium in handen te hebben. Dat het klassieke ballet zelf ten dode gedoemd is, zal hem worst wezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden