'Heldere zaak, vindt u niet?'

Tussen onschuld en schuld zit vaak een kleine stap. De rechter ziet dat wekelijks.

„Het was uw bloed, op die regenpijp”, zegt de rechter tegen de verdachte.

De agent, die kort na de melding van de inbraak al ter plekke was, had het snel opgemerkt, dat bloed. Hij dacht: dat moet wel van de inbreker zijn. Het raampje vlakbij die regenpijp was immers ingeslagen. De bewoonster had glasgerinkel gehoord en direct de politie gebeld. De agent bij de regenpijp dacht: de inbreker is vast niet ver weg. En hij bloedt.

Hij had op zijn vlucht inderdaad een spoor van bloedspatten achtergelaten, steeds kleinere en steeds verder uit elkaar.

De agent volgde het bloedspoor totdat hij, een kilometer van het plaats delict inmiddels, een auto hard zag wegrijden. De inbreker zag hij nergens.

De agent wilde de auto aanhouden en de bestuurder op zijn rijgedrag aanspreken, toen zijn oog op de bijrijder viel: een man met zijn hand in een doek gewikkeld. Hij voldeed precies aan het signalement dat de buurman van de inbraakwoning had gemeld – die had gezien hoe het raampje werd ingetikt.

De man met de bloedende hand sprong uit de auto en ging er als een haas vandoor. ’Halt, politie’, riep de agent nog, en zette de achtervolging in. Maar de inbreker inhalen lukte hem niet.

Geheel toevallig reed net op dat moment een aspirant-agente van een ander korps voorbij. Ze sprong uit haar auto en ging achter de inbreker aan. ’Halt, politie’, riep ook zij. Ze kreeg de inbreker te pakken, maar die zwaaide plots een tasje met blikjes drinken recht in haar gezicht.

Even later werd de inbreker alsnog aangehouden: gealarmeerde collega-agenten reden de man klem.

„En nu zit u hier”, zegt de rechter tegen de verdachte. „Het is een vrij heldere zaak, vindt u niet?”, vraagt ze hem.

Die vindt van niet. Hij ontkent alles. „Ik was niet bij dat huis. Ik heb geen raampje ingeslagen.”

„Maar u zat wel met een bloedende hand in die auto. En u ging ervandoor. En u sloeg de aspirant-agente met blikjes in haar gezicht.”

„Ik heb haar niet geslagen.”

„ Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat het bloed aan de regenpijp uw bloed was. Hoe verklaart u dat dan?”

„Ik weet het niet. Ik was er niet.”

„Ik lees hier dat u na uw aanhouding door twee agenten naar het ziekenhuis werd gebracht, om uw hand te laten verzorgen. En dat u hen onderweg zeer beledigend en bedreigend hebt toegesproken.”

Ook dat ontkent de verdachte.

Omdat hij al sinds zijn aanhouding vast zit (ruim drie maanden), vindt de rechter dat de man voor de poging tot inbraak, het verzet bij de aanhouding en de bedreiging van de agenten genoeg is gestraft. „Maar u had sinds uw laatste veroordeling nog een voorwaardelijk straf van een half jaar staan. Vijf maanden daarvan mag u nu gaan uitzitten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden