Held van Israëls kolonisten

Dorpen bouwen in bezette gebieden was voor hem een religieuze missie. Als eerste kolonist veranderde hij het landschap van Israël.

Vlak voor zijn dood had hij het Ariël Sjaron nog steeds niet vergeven. In een interview op de Israëlische televisie sprak Chanan Porat, 's lands allereerste kolonist, met tranen in de ogen over de terugtrekking uit de Gazastrook in 2005 en alle Joodse nederzettingen die daarbij ontmanteld werden. Hij omschreef de toenmalige premier als een uit verdorvenheid handelende dictator en kon maar één ding hopen: dat Sjaron, nu al vijf jaar zwevend tussen leven en dood, door een goddelijk wonder nog uit zijn coma wakker wordt om openlijk deze zonde te belijden.

In de ogen van de kolonistenleider had de premier dan ook de hoogst denkbare vorm van verraad gepleegd. Hij stond bijbels land af aan de Palestijnen en verdreef de daar wonende Israëliërs uit hun woningen. En dat terwijl de rechtse havik Sjaron zich juist zijn hele militaire en politieke carrière als een van de grootste voortrekkers van de nederzettingenbeweging had betoond.

Chanan Porat wist hoe het was om een thuis te verliezen. Hij werd geboren in 1943 in Kfar Pines, toen Palestina nog Brits Mandaatgebied was. Een half jaar later verhuisde het gezin naar de pioniersgemeenschap Kfar Etzion, een religieuze kibboets langs de weg tussen Bethlehem en Hebron, een kilometer of vijftien ten zuiden van Jeruzalem. Het land was in de jaren dertig door een Joodse citrusvruchtenteler gekocht, maar erg vruchtbaar was het niet; bovendien was de plek volledig afgesneden van de rest van de door de zionistische bewegingen opgezette woonoorden.

De kleine Chanan ontdekte dit naar eigen zeggen als kleuter, toen een van de kibboetsbewakers op zijn verzoek met een op een dak geplaatste schijnwerper de hele omgeving rondom Kfar Etzion oplichtte. De stralenbundel gleed van het ene Arabische dorp naar het andere. "Zij zijn met zoveel, en wij maar met zo weinig!", riep hij geschrokken uit. "Jawel", antwoordde de bewaker. "Maar zij zitten in het duister en wij in het licht."

Korte tijd later nam het leven voor de 213 bewoners van Kfar Etzion een dramatische wending. Bij het verdelingsplan dat de Verenigde Naties in november 1947 opstelden voor het Britse Mandaatgebied, viel de orthodoxe kibboets buiten het aan de Joodse bewoners toegewezen gebied. De zionistische verdedigingstroepen wilden het strategisch gelegen Kfar Etzion en drie andere kibboetsen in dezelfde omgeving - samen Goesj Etzion of het Etzionblok genoemd - echter niet ontruimen, en al snel braken er gevechten uit met Arabische strijders.

De vijftig kinderen en de meeste vrouwen werden naar Jeruzalem geëvacueerd, net als Chanans vader Josef, die van daaruit bevoorradingskonvooien voor Goesj Etzion regelen moest. De rest van de bewoners bleef achter om de kibboets te verdedigen.

Op 13 mei 1948, één dag voordat Israël de onafhankelijkheid uitriep, viel Kfar Etzion na een groot Arabisch offensief. De Joodse strijders gaven zich over en de overwinnaars lieten zich met hen fotograferen, waarna plotseling het vuur op de gevangenen geopend werd. Slechts drie bewoners en een lid van het Joodse verdedigingsleger wisten aan de dood te ontsnappen.

De volgende dag capituleerden de andere drie kibboetsen uit het blok. Het verlies van Goesj Etzion aan de vooravond van de onafhankelijkheid was een nationaal trauma voor de jonge staat, en het heldendom van de verdedigers werd onderwerp van liedjes en poëzie.

Voor Chanan Porat, die als een van de weinigen van zijn vrienden nog steeds een vader had, braken hierop jaren van verlangen uit. Ieder jaar trok hij, samen met de andere kinderen van Kfar Etzion, op 13 mei naar een heuveltop van waaruit het verwoeste en in Jordanië gelegen dorp te zien was. Uitkijkend over de enige boom die nog overeind stond, zwoeren de jongeren ooit terug te zullen keren naar de plek die ze verloren hadden.

Het tij keerde in 1967, toen Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog de Sinaïwoestijn en de Gazastrook op Egypte, de Golanhoogvlakte op Syrië en de Westoever op Jordanië veroverde. Daarmee kreeg het ook het voormalige Goesj Etzion weer in handen. En terwijl de Israëlische regering er nog vanuit ging dat deze nieuwe gebieden teruggegeven zouden worden, leidde Chanan Porat - inmiddels rabbijn en een van de militairen die in de Zesdaagse Oorlog zo symbolisch de Jeruzalemse Tempelberg hadden ingenomen - namens de inmiddels negentien jaar oudere jeugd van Kfar Etzion het breed gedragen pleit tot terugkeer.

Uiteindelijk zwichtte premier Levi Esjkol, en in september 1967 ging de eerste spade in de grond voor een nieuw Kfar Etzion. Het konvooi met het bouwmateriaal voor de eerste Israëlische nederzetting in bezet gebied werd geleid door Chanan Porat, die in de voorste auto reed.

Het was het begin van een beweging die het Israëlische politieke en geografische landschap zou tekenen. Geïnspireerd door de messiaanse ideologie van rabbijn Tsvi Jehoeda Koek, die stelde dat de verlossing alleen door het innemen en bewonen van bijbels land bewerkstelligd wordt, ontsproten nederzettingen in alle bezette gebieden. Charismatisch leider Porat was daar prominent bij aanwezig: hij was een van de grondleggers van de Joodse enclave in Hebron, hielp een nieuw Goesj Etzion bouwen en werd dansend op de schouders gedragen bij Sebastia, waar Kedoemiem werd gesticht.

Chanan Porat zag de Zesdaagse Oorlog als een goddelijk wonder en was ervan overtuigd dat het messiaanse tijdperk ieder moment kon aanbreken - mits de ingenomen gebieden maar in Israëlische handen zouden blijven. Vechtend voor zijn leven nadat hij tijdens de Jom Kippoeroorlog van 1973 bij het Suezkanaal zwaar gewond was geraakt, besloot hij daarom zijn missie uit te breiden door Goesj Emoeniem, het 'blok der getrouwen', op te richten. Die inmiddels niet meer officieel bestaande beweging richtte zich op het bouwen van zoveel mogelijk nederzettingen op de Westoever, door de aanhangers met de bijbelse termen 'Judea en Samaria' aangeduid. Eerst zetten ze er tenten en trailers neer, daarna dwongen ze toestemming af bij de politiek.

Toen als onderdeel van het vredesakkoord tussen Egypte en Israël uit 1979 de Sinaïwoestijn moest worden teruggegeven en de nederzettingen daar ontmanteld zouden worden, richtte de altijd sjofel geklede en op sandalen lopende Porat een eigen partij op. In de periode tussen 1981 en 1999 verdedigde hij voor wisselende ultrarechtse partijen vijftien jaar lang de belangen van de kolonisten in het Israëlische parlement. Hij raakte in opspraak toen hij, nadat kolonist Baroech Goldstein in 1994 tijdens het Joodse Poeriemfeest 29 Palestijnen doodschoot in Hebron, iedereen een 'vrolijk Poeriem' wenste - een Journaalbeeld dat, zei hij later, uit de context was gehaald.

Een introspectief keerpunt kwam na de moord op premier Rabin in 1995 door een rechts-religieuze student, die Rabin vanwege de vredesakkoorden van Oslo als landverrader beschouwde. Porat riep zijn religieus-zionistische achterban op zich te herijken.

In 2004, nadat premier Sjaron de terugtrekking uit de Gazastrook had aangekondigd, organiseerde Chanan Porat de massale protestacties tegen deze plannen. Hij schreef een speciaal gebed voor het behoud van de 21 nederzettingen en riep de kolonistenjeugd op tot verzet tegen de evacuatie door de eigen soldaten. Baten mocht het evenwel niet: in de laatste week van augustus 2005 ging de toegangspoort tot de Gazastrook op slot.

De laatste jaren van zijn leven leverde hij, vanuit zijn huis in Kfar Etzion, een geheel andere strijd. Hij werd geveld door kanker en praatte en bewoog steeds moeilijker. Zijn vrouw en kinderen moesten hem ondersteunen, maar hij bleef in interviews de verwachting uitspreken dat de door Sjaron ontruimde nederzettingen ooit weer opgebouwd zouden worden.

Chanan Porat overleed op de sterfdag van zijn vader, precies zeven jaar later. Het oranje rubberen armbandje, in 2005 symbool voor het verzet tegen de ontruiming van de Gazastrook, heeft hij nooit afgedaan.

Chanan Porat werd op 12 december 1943 geboren in Kfar Pines. Hij overleed op 4 oktober 2011 in Kfar Etzion.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden