Held, maar geen heilige

Wereldwijd werd Nelson Mandela bejubeld. Het vermogen om zijn vijanden te vergeven, dat was zijn kracht. Maar aan het einde van zijn leven vroeg hij zich wel af of iemand zijn familie mag verwaarlozen om te vechten voor de kansen van anderen.

De euforie is al jaren wegge- ebd. En toch blijft de vreedzame overgang van apartheid naar 'democratie-voor-allen' in Zuid-Afrika achteraf een van de merkwaardigste verhalen van de afgelopen eeuw. Hoe kan het dat de zwarte Zuid-Afrikanen niet massaal bloedig wraak namen op de blanken, die hen decennia lang als beesten hadden behandeld? Zeker, er zijn de laatste jaren steeds vaker berichten over bruut geweld tegen Afrikaners, de blanke boeren. Maar dat valt nog altijd in het niet vergeleken met de systematische wreedheden van het apartheidsregime. Waarom stonden de 'Boeren' hun macht vrijwillig af aan de 'terroristen' van het Afrikaans Nationaal Congres, die ze minachtten en vreesden?

Hoewel er talloze analyses bestaan, wordt de hoofdrol in dit succesverhaal altijd toegeschreven aan Nelson Mandela; de Grote Verleider. Met zijn lach, ondeugende blik en complimentjes verleidde 'Madiba' niet alleen elke vrouw op zijn pad, hij verleidde ook zijn grote vijand: de Afrikaners. Doordat hij hun vertrouwen wist te winnen, bleef Zuid-Afrika een burgeroorlog bespaard.

Mandela geloofde oprecht in het goede in elke mens, zelfs in de wreedste, meest racistische Afrikaner. Zijn vermogen om zijn vijanden te vergeven was het geheim achter zijn succes, vrucht van zijn jarenlange inspanningen om hen te doorgronden en met hen te praten. Illustratief is zijn jarenlange vriendschap met zijn gevangenbewaarder op Robbeneiland, Christo Brand.

De gevangenis was Mandela's laboratorium, waarin hij 27 jaar bezig was om de strategie te bepalen waarmee hij het blanke bewind zou overreden de macht op te geven. De ongeschoolde blanke bewakers waren zijn proefkonijnen. Hij sprak voortdurend met hen, in hun taal, hij toonde respect en won daarmee hun respect. Ze raakten diep onder de indruk. "Toen ik opgroeide, had ik nooit contact met zwarten. Het was een schok om te zien dat ze intelligente menselijke wezens waren", zei Aubrey du Toit, bewaker op Robbeneiland van 1976 tot 1992.

Bij zijn geboorte, op 18 juli 1918 in het kleine dorpje Mvezo in de Transkei, was Nelson Rolihlahla (Xhosa voor onruststoker) als zoon van een lokaal stamhoofd al voorbestemd voor een koninklijke carrière. Hij werd ingewijd in de democratie, gebaseerd op de zuidelijk Afrikaanse Ubuntu-filosofie. Daarin bestaat geen meerderheidsbesluit; er werd tot zonsondergang gepraat tot iedereen het eens was, en zo niet, dan praatte men de volgende dag verder. Mandela vond het prachtig. "Een leider moet een herder zijn", citeerde hij later zijn opvoeders.

In 1938 ging hij naar de enige zwarte universiteit, Fort Hare in de huidige provincie Oost-Kaap, die een broedplaats zou worden van revolutionairen. Hij ontvluchtte het koninklijk milieu en een gearrangeerd huwelijk.

In Johannesburg leefde hij in grote armoede in de township Alexandra. Hij liep naar zijn bijbaan om busgeld uit te sparen, schaamde zich voor zijn versleten kleren en was 's avonds te moe en hongerig voor zijn rechtenstudie. Maar zijn vriend Walter Sisulu wist hem altijd op te peppen, en werd bovendien zijn politieke mentor. In 1944 richtten ze samen de Jeugdbond van het Afrikaans Nationaal Congres op. Mandela werd met zijn felle redevoeringen een legendarische advocaat. Drinken deed hij zelden, en hij ging dagelijks naar de sportschool om te boksen - dé sport om het zwarte bewustzijn te versterken.

Hoewel Mandela aanvankelijk niets moest hebben van het communisme, kwam hij tot de overtuiging dat de strijd alleen kon worden gewonnen als communisten, nationalisten en Indiërs de handen ineensloegen. Het beroemde Vrijheidshandvest namen ze in 1956 aan, waarna 156 leiders werden gearresteerd wegens hoogverraad. De rechtszaak zou vijf jaar duren en tot de vrijspraak veel van Mandela's tijd opslokken.

In die tijd, nadat hij was gescheiden van zijn eerste vrouw, ontmoette hij de zestien jaar jongere Winnie bij een bushalte, het was liefde op het eerste gezicht. Van een meisje dat alleen modetijdschriften las, groeide Winnie uit tot militant lid van de ANC-vrouwenbond. "I've married trouble", zei Mandela, waarin hij later gelijk zou krijgen. Maar hij genoot van het glamourkoppel dat ze vormden.

Tegelijkertijd wist hij dat de apartheidsregering harder zou worden. Hij besloot onder te duiken. Ondergronds werd hij de belangrijkste zegsman van het ANC, en kreeg hij bovendien de opdracht om de gewapende vleugel MK op te richten. Hij las alles over oorlog, van Clausewitz tot Mao, en was opgewonden als een kind toen hij voor het eerst een amateurbom in het zand zag afgaan.

De romantiek van het ondergrondse leven beviel hem wel, vooral zijn bezoeken aan een boerderij in Rivonia, bij Johannesburg, waar de ANC-top elkaar heimelijk ontmoette. Mandela vermomde zich het liefst als chauffeur. In augustus 1962 werd hij gearresteerd, net als tientallen andere ANC-kopstukken. Bij de opening van de historische Rivonia-rechtszaak, waarbij hij en andere ANC-leiders werden beschuldigd van het voorbereiden van een guerrilla-oorlog, kwam Mandela binnen in een kostuum van luipaardvel. Blakend van zelfvertrouwen hield hij een vier uur lange toespraak, waarin hij het gebruik van geweld in deze 'strijd voor het recht om te leven' verdedigde. Hij eindigde met zijn beroemde slotzin: "Het is een ideaal waarvoor ik hoop te leven, maar indien nodig... is het een ideaal waarvoor ik bereid ben te sterven." De ANC-leiders kregen levenslang in plaats van de doodstraf. Hun opluchting was zo groot dat het wel een vrijspraak leek.

Toch zou hun opsluiting de verzetsorganisatie jarenlang lamleggen. Lichamelijk was het leven op Robbeneiland zwaar, vooral door het werk in de kalksteengroeve waar Mandela door de felle zon zijn gezichtsvermogen gedeeltelijk verloor. Maar geestelijk lieten ze zich niet knakken. Met name Mandela bleef ijveren voor goed voedsel, kranten, een tennisbaan, warm water en een eigen tuintje. Ze lazen veel, studeerden en deden spelletjes, al wilde bijna niemand met Mandela schaken omdat hij drie dagen over een potje deed. "Ik overwoog voorzichtig alle gevolgen van een zet, ook in de politiek", zei hij later.

Begin jaren tachtig werd het voor het blanke bewind steeds duidelijker, dat Mandela hun grootste probleem was; wereldwijd zongen popgroepen 'Free Nelson Mandela', en er werden economische sancties tegen Zuid-Afrika afgekondigd. In een poging Mandela onschadelijk te maken, bood president Botha hem in 1985 de vrijheid aan, 'in ruil voor het afzweren van geweld als politiek instrument'. Mandela trapte er niet in en de strijd werd steeds grimmiger. Het ANC besloot het land onregeerbaar te maken en de townships rond Johannesburg kwamen op de rand van anarchie. Vooral Winnie werd een berucht en radicaal volksleidster, die de townshipjeugd aanspoorde 'verraders' levend te verbranden. De noodtoestand werd uitgeroepen, en de politie arresteerde 25.000 mensen in zes maanden.

Op dat moment, in 1986, besloot Mandela tot een nieuwe benadering. "De meest ontmoedigende momenten, zijn precies de juiste tijd om een initiatief te nemen", zei hij later over de belangrijkste beslissing van zijn leven: geheime besprekingen te beginnen met het apartheidsbewind. Hij belde de baas van de gevangenissen en zei dat hij toenmalig president Botha wilde spreken, en vertelde het ANC niets over zijn plan. In de jaren die volgden, had hij vele lange gesprekken met het hoofd van de geheime dienst. De regering vreesde het ergste toen Mandela met vocht in zijn longen in het ziekenhuis belandde. Zoals de Sunday Times schreef: "Het enige dat erger is dan een vrije Mandela, is een dode Mandela."

Op 5 juli 1989 werd hij ineens ontvangen door Botha, maar van vrijlating was nog geen sprake. Dat gebeurde pas een half jaar later, toen Botha was opgevolgd door F.W. de Klerk. Door de val van de Berlijnse Muur leek het communistische gevaar, en daarmee het ANC, een stuk minder bedreigend; dat gaf De Klerk de mogelijkheid om te handelen. Op 2 februari 1990 hief De Klerk onverwacht het verbod op het ANC op, en liet hij Mandela en de andere ANC-leiders onvoorwaardelijk vrij.

Het leidde tot een van de meest historische momenten uit de vorige eeuw, toen Mandela op 11 februari 1990 door de poort van de gevangenis stapte, bekeken door miljoenen televisiekijkers in de wereld. Na meer dan tienduizend dagen in de cel, stapte hij een nieuwe, hectische wereld binnen. Hij schrok zich rot. "Pas toen ik de menigte zag, realiseerde ik me dat ik niet goed genoeg had nagedacht over de gebeurtenissen van die dag", zei hij later. Maar hij paste zich snel aan, en ging meteen hard aan het werk. "Ik heb 27 jaar om in te halen", reageerde hij op adviezen van vrienden en artsen om het rustig aan te doen.

Hij kreeg het moeilijk. De regering probeerde verdeeldheid te zaaien, en het ANC werd geteisterd door slechte organisatie en onderling wantrouwen. Ook thuis heersten spanningen. Zijn kinderen vonden hem afstandelijk, en met Winnie ging het volledig mis. Nadat ze in 1992 wegens medeplichtigheid aan de moord op het jongetje Stompie Seipei werd veroordeeld tot voorwaardelijke celstraf, gingen ze uit elkaar. Mandela was depressief en diep gekwetst. "Ik was de eenzaamste man", zei hij tegen de rechter bij wie hij een echtscheiding aanvroeg.

Midden in deze dramatische privé-tijd begonnen de onderhandelingen over de nieuwe grondwet. Op Mandela's neiging het goede in ieder mens te zien, was er een uitzondering: hij had een bloedhekel aan De Klerk, met wie hij in 1993 de Nobelprijs voor de vrede won. Hij was er van overtuigd dat een Derde Macht probeerde de besprekingen te verhinderen door een bloedige oorlog tussen zwarten aan te wakkeren, waarbij duizenden doden vielen.

De moord op de populaire ANC-leider Chris Hani werd het keerpunt. Het was hét moment voor Mandela om eisen te stellen, en verkiezingen door te drukken. Als 75-jarige, een leeftijd waarop de meeste leiders in de wereld eindelijk rustig een boek kunnen lezen, werd hij de eerste zwarte president van Zuid-Afrika in de eerste niet-raciale verkiezingen. "We werden uit het bos gehaald, uit de gevangenissen en het ondergrondse leven in het buitenland, om thuis te komen en het roer over te nemen", zei Mandela later over de zware taak van de ANC-verzetsorganisatie om ineens te gaan regeren.

Mandela zelf wijdde zich vooral aan zijn belangrijkste taak: de verzoening tussen blank en zwart. In zijn vergiffenis van zijn vroegere vijanden ging hij ver. Hij dronk thee met de weduwe van de invoerder van apartheid, Verwoerd, ging naar Afrikaner kerken en naar de finale van het WK rugby. Na de eerste honderd dagen van zijn bewind was er geen blanke te vinden die een slecht woord voor hem overhad.

De dagelijkse leiding over Zuid-Afrika liet hij over aan vicepresident Thabo Mbeki. Hij hield ervan zichzelf af te schilderen als een ceremonieel staatshoofd. Tegelijkertijd kon hij hard uithalen over de 'geldverspilling en inefficiëntie' binnen zijn eigen ANC. Tijdens een partijcongres in 1997 bekritiseerde hij zwarten vanwege corruptie en vriendjespolitiek en verweet hij de blanken niet te willen delen in de welvaart. Kranten noemden het een 'deprimerende tirade', van een man die zichtbaar teleurgesteld was in de trage vooruitgang van het land.

Zijn gezicht, altijd vrolijk in gezelschap, kon als hij alleen was ineens uitgeput lijken; zijn glimlach veranderde dan in een grimmige uitdrukking. Het was moeilijk tot zijn kern door te dringen. Door zijn jarenlange opsluiting liet hij zelden zijn emoties zien. "Ik heb geen vrienden", zei hij ooit. Pas nadat hij verliefd werd op Graça Machel, de weduwe van de vroegere Mozambikaanse president, werd hij meer ontspannen. Ze trouwden op zijn tachtigste verjaardag in 1998, met gasten als Stevie Wonder en Michael Jackson.

Van zijn rol op het wereldtoneel genoot Mandela; hij belde presidenten alsof er geen bureaucratieën bestonden. Maar afgezien van zijn doorbraak in de Lockerbie-impasse, hadden andere bemiddelingspogingen, zoals in Congo en Burundi, weinig succes. Zoetjesaan kwam er wat kritiek op 's werelds lievelingsopa. Op zijn zeer minimale kritiek op leeftijdsgenoot en eeuwige alleenheerser van buurland Zimbabwe Robert Mugabe bijvoorbeeld.

Na de zeer gewelddadig verlopen Zimbabwaanse verkiezingen van 2008 kon Mandela slechts spreken van een 'tragisch falen van leiderschap'. Geen strenge veroordeling door de grondlegger van de Zuid-Afrikaanse democratie, die zelf na één termijn van vijf jaar vrijwillig aftrad als president.

Tegen het eind van zijn leven voelde hij dan ook de behoefte zichzelf minder heroïsch af te schilderen. Het boek 'In gesprek met mijzelf' uit 2010 over Zuid-Afrika's ex-president, samengesteld door een team van archivarissen en redacteuren op basis van een schat aan notities, brieven, geluidsopnamen en nooit gepubliceerd materiaal, toont een Mandela met zwaktes die bovendien helemaal geen president wil worden. "Mijn inauguratie werd me opgedrongen (door het ANC - red.)."

In een brief uit 1970 naar zijn vrouw Winnie: "Als ik terugblik op sommige van mijn vroegere geschriften en toespraken - ik walg van de geleerddoenerij, gekunsteldheid en gebrek aan originaliteit die eruit spreken." Over zijn doctoraalexamen rechten, dat hij in de gevangenis aflegde: "Uitslag: voor alle zes vakken gezakt." Hij vroeg zich in het boek af of het voor een persoon gerechtvaardigd is om zijn familie te verwaarlozen om te vechten voor de kansen van anderen. "Het heeft me gedurende mijn hele politieke leven gestoord dat ik niet bij mijn gezin kon zijn."

Dit soort anekdotes moest deze biografie minder heroïsch maken dan 'Lange weg naar de vrijheid', Mandela's succesvolle autobiografie uit 1995. "Een kwestie waarover ik me in de gevangenis grote zorgen maakte, was het valse beeld van mij dat ongewild aan de buitenwereld werd voorgeschoteld: dat van een heilige. Ik was nooit een heilige, zelfs niet een die volgens de aardse definitie als een zondaar blijft streven naar het heilige."

Dat zijn opvolgers Mbeki en Zuma worden bekritiseerd in binnen- en buitenland, moet hem zorgen hebben gebaard, net als de corruptie- en seksschandalen, de arrogantie van de macht, zelfverrijking onder ANC'ers, het falende beleid op het gebied van aids, waar hij een zoon aan verloor. Openlijk bleef hij loyaal aan het ANC, maar achter de schermen barstte Mandela in zijn laatste actieve jaren regelmatig in woede uit.

Mandela's 'Lange weg naar de vrijheid' is nu beëindigd. Zijn geliefde land heeft nog een hele lange weg te gaan. Mandela's levensloop leest als een sprookje; de gevangene, jarenlang opgesloten in een donkere kelder, die vrijkwam om zijn volk te redden uit handen van schurken. De tragiek is dat zonder zijn morele voorbeeld, zonder de Madiba-magie, 'het Zuid-Afrikaanse wonder' langzaam begint te veranderen in een heel 'gewoon' Afrikaans land.

'Mensen kan worden geleerd om lief te hebben'
"Ik wist altijd dat er diep in elk menselijk hart genade en goedheid was. Niemand is geboren met haat tegen een ander vanwege de kleur van diens huid... mensen moeten leren te haten, en als ze kunnen leren te haten, dan kan hen ook worden geleerd lief te hebben. Zelfs in de grimmigste tijden in de gevangenis, toen mijn kameraden en ik tot onze grenzen werden gedreven, zag ik soms een glimpje humaniteit in een van de bewakers, misschien maar een seconde, maar lang genoeg om me gerust te stellen en gaande te houden. De goedheid van de mens is een vlam die kan worden verborgen, maar nooit gedoofd."

(Nelson Mandela in zijn autobiografie 'De lange weg naar vrijheid')

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden