'Helaas, het kluitje is bij de E5 verboden' Roy, vader van Dani

Hard slaat de regen neer op de scrum. Rotterdam-Zuid, Varkenoord, de amateurs. Een jaar of tien zijn de jongens die, de armen om elkaar heen, rond de coach staan. De E5 van SC Feyenoord is niet in opleiding voor het grote Feyenoord, wel vormt het team traditiegetrouw een kring van onverzettelijkheid. Binnenin, op haar hurken, zit Anita. Gebruind, oorbel, haar lang in de nek. Ingespannen luisteren de spelers naar haar uitgebreide instructies. Ook zijn er aansporingen dat er gebikkeld moet worden.

'... dus wat gaan we doen?'

'Ik heb het koud.'

'Wat gaan we doen?'

'Ehm... bikkelen?'

'Ik zeg: wat gaan we doen?'

'Bikkelen!'

Die ene die zo enthousiast riep. Dat was Dani.

Op een half veld staan ze opgesteld. Dani staat rechts achterin. Papa's diepliggende jagersblik heeft hij nog niet, wel al diens oren. Huppelsprongetjes op de plaats, hoog op zijn achterpoten. Wanneer begint het nou?

Anita stelt de zeven spelers op als een kerstboom. Keeper, drie verdedigers, twee middenvelders en één spits. Elk krijgt een takenpakket mee. Dani moet achterin blijven, zijn mannetje dekken en de bal afpakken.

Roy ziet toe. Met de andere papa's en mama's heeft hij zich teruggetrokken in wat ze hier de skybox noemen: het afdakje van het oude trainershonk. Hij bemoeit zich niet met de E5. Hij is hier voor Dani.

Als je het Roy vraagt, zijn Dani en zijn vriendjes wat jong voor posities en taken. De bal, daar moet je tegenaan schoppen en er dan met zijn allen achteraan hollen. In een kluitje. Helaas: het kluitje is verboden. Je zou het andersom verwachten, zegt Roy, maar bij zijn afdeling van Feyenoord, waar pupillen worden opgeleid tot profvoetballer, doen ze juist niet aan posities, taken en al die dingen die bij een volwassen voetballer horen. Ja, ze doen een scrum. Verder valt iedereen aan en verdedigt iedereen mee. Daar leer je voetballen van.

Dani wacht in de regen. Rond zijn voeten spat het rubbergranulaat omhoog. Vanaf de zijlijn klinkt nog een allerlaatste instructie voor hem en Tyrell.

'Hun spits is snel. Eén naar hem toe, de ander erachter.'

Ze knikken. Vlak na het fluitsignaal volgt meteen nog een commando.

'Dani! Mannetje!'

Tyrell en keeper Joey nemen onmiddellijk een voorbeeld aan Anita. Ze wijzen naar Dani, zeggen wat hij allemaal moet doen en niet moet doen.

'Hee! Mannetje.'

Dani doet wat ze zeggen. Daar komt de bal.

'Dani erop!'

Dat deed hij al, maar oké.

'Dani erop!'

Terwijl de voorhoede van Feyenoord toekijkt hoe een speler van de tegenpartij door de linies breekt, ontneemt Dani hem met een sliding feilloos de bal. Die werkt hij niet over de zijlijn, maar controleert hem rustig. De bal onder zijn voet is bijna niet te zien, zwart uitgeslagen als hij is van de korrels tussen de versleten kunstgrasvezels. Hij heeft nu alle ruimte voor een lange dribbel langs de zijlijn, maar nee. Hij slingert de bowlingbal richting de voorhoede. Weg is weg. Het Engelse spel levert hem een complimentje op vanaf de zijlijn.

Slidings maken, dat is zijn favoriete actie. Hij is gek op glijden. De bal afpakken, doelpunten voorkomen. Hij kan niets leukers bedenken.

Na weer een kundige blocktackle van Dani en een vuurpijl naar voren wordt in de achterhoede het overleg hervat. Tyrell en Joey wijzen bazig. Jij daar staan en jij daar. Geen probleem voor Dani. Met een sprongetje neemt hij zijn plekkie rechtsachter weer in. En wacht.

Best leuk, verdedigen. Tot dit jaar stond hij in de spits. Stiekem vond hij dat nóg leuker. Dan stond hij 'ergens achter', zoals hij het uitdrukt, en dan liep hij 'er zo tussendoor' en dan ging hij 'in een keer zo er doorheen' en dan schoot hij 'zo in de hoek'. Als gedesintegreerde materie door een muur. Hij scoorde die eerste jaren zoveel doelpunten dat hij ze maar eens ging bijhouden in een schriftje. Die van zijn vader hield hij daarin al langer bij.

Roy had al afscheid genomen van profvoetbal, met een hattrick in de Kuip. Hij speelde inmiddels bij de veteranen. 's Middags, op de bank voor de samenvattingen uit de Bundesliga, vroeg hij of Dani bij hem kwam zitten.

'Pap', zei Dani alleen.

'Ja Daan.'

'Weet je wel dat ik nu meer doelpunten heb dan jij?'

Nu is hij niet meer zo met die doelpunten bezig. Bij de veteranen heeft papa er dit jaar al 92 in liggen. Bijna net zoveel als zijn monsterscore van honderd doelpunten in de Primera Division. Dani staat op veertien.

Advies vraagt hij zijn vader niet. Een enkele keer, zoals vanmorgen in de auto, spoort Roy hem wel aan de bal niet zomaar naar voren schieten. En dat hij, ook als verdediger, best eens naar voren mag gaan en doelpunten mag scoren.

Driftig schudt Dani dan het hoofd.

'Pap, we moeten tegen de koploper. Ik moet achterin blijven.'

Zwijgzaam draaide Roy zijn hoge wagen het terrein van Varkenoord op. Das Phantom. Niemand zo dicht op het geheim als Dani. Zijn vader fluistert de afmakers van Feyenoord 1 in: Guidetti, Fernandez. Over hoe je je verstopt op het veld, hoe je, raadselachtig, uit iemands rug wegloopt. Dani ziet het papa zelf voordoen, elke zaterdagmiddag, bij de veteranen. Dan ziet hij hem 'gewoon' door alles heen dribbelen, 'zo' door die mensen heen. Alsof zíj de spoken zijn.

Damp stijgt op van de rubberen mat: het is opgehouden met regenen, de zon breekt door. Hoekschop voor Feyenoord. Dani kijkt vragend naar Anita. Ze knikt. Voor deze keer heeft hij toestemming om naar voren te gaan. Maar nu wil Tyrell ook. Hij doet een stapje naar voren. Anita gebaart: nee, nee. 'Blijven jij.'

Eigenlijk zouden alle veertien spelers op het veld bij die corner moeten zijn, vindt Roy. Wij Hollanders willen doelpunten maken. Doelpunten voorkomen? Ook. Maar verdedigen begint met aanvallen. En aanvallen met verdedigen. In voetbal doen we alles samen. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.

'Jongens, elke bal tegen het netje aan'
Pierre, vader van Sydney
In een kleedkamer in het Brabantse Prinsenbeek zit Pierre op zijn knieën. Hij strikt de veters van nummer 17 rugnummer in Pierre's glorieuze jaren bij Fenerbahçe. De opstelling. Belangrijke pot zo. Wie staat wissel?

Nummer 17 speelt niet best, de laatste weken. Pierre komt overeind. Een blik nog op het knappe gezicht onder hem. Waar is Syd de laatste tijd met zijn gedachten? Misschien, denkt Pierre wel eens, is dat lelieblanke huidje van hem wel zijn zegen. Twee seizoenen geleden had hij een bruin spitsje. Sterk, motorisch al goed, maakte veel doelpunten. Zeiden ze: je kunt wel zien wie de zoon van Van Hooijdonk is. Ze pakten hem keihard aan. Laatst, in Roosendaal, stapten weer een paar van die grote bekken op Pierre af.

'Wie is jouw zoon?'

Zei Pierre: 'Die bruine daar.'

Stonden ze te kijken, en te kijken, maar heel Beek Vooruit is blank.

'Wie dan?'

'Moet je goed kijken', zei Pierre.

Als Pierre boven de kledinghaakjes uittorent en de 22 magneetjes op zijn coachbord in orde brengt, valt het op de banken stil. Het team staat in een opstelling met twee spitsen. Niet met drie. Ze zeggen dat het systeem met drie spitsen het beste is om te leren voetballen. Die logische, Hollandse veldbezetting helpt ze hun plek te vinden op het grote veld. Het geeft ze een rol, betekenis. Nou, aan deze leer heeft Pierre dus een broertje dood. Alleen als je met drie spitsen speelt, krijg je blijkbaar het etiket: goede trainer. Maar dacht je dat de spelers van Oranje voortdurend bezig zijn met hoe ze staan? Er zijn meerdere wegen naar Rome. Bovendien heeft Pierre er niet de buitenspelers voor.

'Kee, jongens. Zeelandia Middelburg. Hoef niets te vertellen, staan laatste. Geen overwinning nog, maar nu een goeie keeper, minder doelpunten tegen. Wij scoren niet supermakkelijk, dus elke bal: tegen het netje aan. De opstelling.'

Pierre staat voor zijn dug-out.

'Syd! Komen. Komen, nu. Weg. Weg!'

Nederlandse spelers krijgen veel aangereikt. Onze fijnmazige amateurcompetitie met de tienduizenden gediplomeerde trainers en welwillende vrijwilligers voor elk team is uniek in de wereld. In Schotland voetballen ze op school. In Turkije op straat. De Schot voetbalt op kracht, de Turk op techniek. De Hollander? Op tactiek. Druk zetten, doorjagen, knijpen, kantelen of inzakken: de spelers van de D1 weten wat ze moeten doen. Ook een aanvaller als Syd weet in principe wanneer hij in de bal moet komen of juist moet wegblijven. Alleen, geeft Pierre toe, hij weet nog niet altijd hoe. Ook op de training probeert hij hem daarbij te helpen. Maar nu moet er eerst worden gewonnen.

'Syd, binnendoor! Niet altijd naar de achterlijn.'

Pierre zegt voor en coacht na. Pierre is niet alleen een vader. Hij is een gediplomeerde trainer. Ook is hij oud-prof. Dat zijn drie dimensies. Drie werelden, die niet altijd samenvallen. Soms ziet hij dingen en dan weet hij het al. Alles gaat bijvoorbeeld over rechts, via Martje. Geen middenvelder die het spel naar links verlegt, richting Sydney. Die staat erbij en kijkt ernaar. Het veld is zo groot, het spel is zo ver weg. Wat kan Pierre doen? Wat kan Syd doen? De bal halen? Deed Pierre vroeger wel. Ook bij Celtic. Kwam hij uit de dekking, vragend om de bal. Een-tweetje doen met deze meevoetballende spits? Moet je net die Schotten hebben. Ben je daar boven de 1.90 meter, heb je geen voortanden meer. Wenkbrauwen drie keer opengebarsten, jukbeen gebroken, dat werk. Want het enige dat je daar mag doen, is koppen. Maar Pierke wilde voetballen. Kwam de bal opeisen. Hadden ze problemen mee, in het begin.

'In the box!'

Vroeg hij hem weer in de voeten.

'Get the fuck in the box!'

Pierre, om zich heen kijkend: 'Box?'

In de zestien moest hij zijn. Zodra ze over de middenlijn zijn, slingeren ze hem erin. Ging hij er toch eens in staan. Bleken die doorgekopte stuiterballen toch lastig te verdedigen. Hij wist: er zijn meerdere wegen naar Rome.

Na een gemiste mogelijkheid sloft Sydney ontheemd voorbij. Pierre werpt een blik op de bank, keert zich dan weer naar die speler die er vandaag niet aan te pas komt. Wisselgebaar. Het handje van papa wordt slapjes beantwoord. Syd ploft neer op de bank, lurkt aan een bidon, klaagt over het hobbelige veld. Dan, vreemd opgewekt, over de gemiste kans: 'Die had ik moeten maken.'

Jongens van twaalf stellen hoge eisen aan zichzelf, zeggen ze. Tegelijk spiegelen ze zich nog aan vaders en andere onbereikbare idolen. Die kloof.

Pierre was bij de D'tjes geen supertalent. Na twee jaar werd hij van de opleiding van NAC gestuurd. Te houterig. Vijf jaar later brak hij alsnog door. Op wilskracht. Misschien, denkt hij, is hij daarom soms streng voor Syd. Misschien niet terecht altijd, maar Pierre verwacht gewoon net iets meer.

Hij weet dat je sommige dingen kunt veranderen. Zo is Sydney Koning-Bal-Is-Uit. Herkent Pierre, hij was er ook zo een. Maar toch. O laat maar, bal gaat uit, stoppen met rennen dus. Dat werk. Op de training laat Pierre het spel dan expres doorgaan. Gaan de handen van Syd weer de lucht in: 'Zuiver uit! En jij laat doorgaan!'

'Inderdaad', zegt Pierre dan. 'Want jij hebt dat gezien en wandelt alweer.'

Pierre wijst, en roept. Elke counter van Zeelandia kan fataal zijn. Blijven er genoeg man achter de bal? Is het anti-voetbalproces in orde? Daar traint hij dit jaar zijn spelers vooral op. Aanvallen met drie spitsen, dat komt later wel, vindt hij. Aanvallen is degraderen.

En aanvaller Sydney? Wat leert hij? Op de bank of desolaat op links? Is voor hem degradatie misschien het beste? Zodat hij op een lager niveau meer balcontact heeft en zich zo beter ontwikkelt? Nee, vindt Pierre. Volgend jaar wordt de D1 de C2. Dan spelen ze weer in de hoofdklasse. Daar staat Syd tegen knoesten van verdedigers. Dan valt er helemaal niks meer te ontwikkelen.

Zeelandia dringt aan. Nog tien minuten. Dan is Beek uit de gevarenzone.

Pierre kijkt achterom.

'Syd, warmlopen. Jekkie aan.'

'Maar het is bloedheet!'

'Aan.'

Sydney rekt en strekt halfslachtig. Had er niet meer op gerekend dat hij er nog in zou komen. Rozig van de zon neemt hij zijn afgelegen positie op links weer in. Daar staat hij aan de basis van zomaar een vloeiende combinatie. Over de grond gaat het, strak en in de voeten. Van Sydney naar Janik naar Danny naar Martje: Beek Vooruit blijft in de hoofdklasse.

'Hij mag wat vaker in de zestien komen'
Erwin, vader van Len
De elf van landelijke hoofdklasser RKSV Nuenen 1 lopen zich warm. Roze schoenen, zwarte haarbandjes. Allemaal zijn ze opgeleid tot beroepsvoetballer, geeneen van hen verdiende ooit een profcontract. De kleinste, nummer 13, gaat iets voor de anderen uit. Hij gebaart, de troep temporiseert. Hij is naar de kapper geweest, ziet Erwin. Soort hanenkam. Len moet nog stappen vanavond. Aan zijn voeten: witte Nikes. Erwin schudt het hoofd.

De speler van de eenentwintigste eeuw is bezig met zichzelf. Met zijn unieke tatoeages, unieke schoenen en unieke haarbandjes. Len heeft daar niet zo'n last van, denkt Erwin. Len kent zijn grenzen. Hij gaat straks die witte schoentjes van hem alsnog omwisselen voor zijn ouwe, gore Adidasjes. Daarop heeft hij 'LK13' laten zetten. 'Koeman13' paste niet.

Eén ding kenmerkt Lens generatie, zegt Erwin. Keuzestress. Ze willen alles. Ze willen hun overgeërfde talenten tot bloei brengen, schitterend verzorgde atleten zijn, profvoetballer worden én tot diep in de avond zuipen en vrouwen versieren. En dat dan allemaal exploiteren op Facebook en Twitter. Niet Len. Len weet hoe het werkt in voetbal. Erwin heeft hem dat nooit hoeven uitleggen. Nooit miste hij een training, al een dag van te voren legde hij zijn spullen klaar. Erwin had dat ook, dat consciëntieuze. Wil je doorbreken, maken die dingen het verschil. Doorbreken is kunnen, willen maar vooral: doen.

Na twee jaar op de tribune staat Len vandaag voor het eerst in de basis. Zolang als hij hier al mee bezig is. Waar was het allemaal goed voor? Linksbuiten ging hij worden. Van het eerste elftal van PSV. Natuurlijk kwam er elk jaar concurrentie bij. Dat wist je. Ze waren langer, sterker en sneller. Len werd uitgeleend aan Helmond Sport. Daar scheurde hij zijn kruisband af, een half jaar later nog een keer. Tegen de tijd dat hij weer kon spelen, was Jong Helmond Sport opgeheven. PSV hoefde hem toen ook niet meer. Kwaad dat-ie was! Het afgeven, het doorzetten. Laatst stuurde Erwin hem een sms'je.

'Positief blijven, met jouw karakter komt het goed.'

Nuenen legt haar wil op aan Venray, ziet Erwin goedkeurend. Holland op zijn best. 4-3-3, punt naar voren, alle posities bezet, buitenspelers aanspeelbaar. Het spel speelt zich volledig af op het veld van wat Len noemt: de Duitsers. Behoedzaam steekt de controlerende middenvelder de middenlijn over. Driftige kleine pasjes, borst vooruit: loopje van zijn vader. Op twintig meter van het doel houdt hij druk, wacht op de tweede bal. Die komt niet. Op zijn voorvoeten, iets door de knieën, houdt hij de tegenstoot op. Draait zijn kont erin, ontfutselt zijn grotere tegenstander de bal, schermt de bal af. Erwin glundert. Deed hij ook zo. Camoufleren moet je. Zij zijn groot, maar ik ben klein.

Erwin heeft één klein ontwikkelpuntje voor Len. Hij maakt veel meters en verovert veel ballen. Goed. Maar hij mag best wat vaker in de zestien komen. Len scoort nogal makkelijk. Moet hij vaker doen. Deed Erwin zelf vroeger ook. Erwin was overal. Hij was een diesel, al zegt hij het zelf. Nog steeds, op zondag in het eerste van Acht. En ja, ook toen, tegen Rusland, in de EK-finale van 1988, waarin hij de levensgevaarlijke Litovchenko geen moment in het spel liet komen en daarbij ook nog de energie vond om de paal naast doelman Dasajev te raken.

Len kent de aansporing van zijn vader. Neemt het ook ter harte. Maar ja. Papa kan wel vinden dat hij zo goed is in diepgaan, maar hijzelf gáát helemaal niet graag diep. Er lopen al genoeg spelers voor de bal. Hij wil liever anderen beter laten voetballen. Bovendien rekent de trainer erop dat hij de balans bewaakt. En die is de baas. Eens, zegt Erwin. De trainer is de baas. Jammer is het wel. Len heeft wel degelijk die drang naar voren, vindt hij.

Ter hoogte van de dug-out van Venray, op zo'n dertig meter van waar Erwin staat, rolt de bal over de zijlijn. Als Len komt aangehold om hem snel te pakken, tikt de coach van Venray hem weg achter zijn standbeen. Len hapt naar adem. Erwin spitst de oren.

'Doe normaal man.'

De man weert hem af.

'Blijf van me af man.'

Als Len de bal te pakken heeft en wil ingooien, merkt hij dat de man nog vlak achter hem staat. Hij kan het niet laten, hij drukt de bal vol in zijn snufferd. Erwin doet alsof zijn neus bloedt. Een buikige toeschouwer verderop knipoogt.

'Is dat jouw zoon, Erwin? Hè, hè, hè.'

Ook op het veld is de streek niet onopgemerkt gebleven. Bij een kopduel krijgt Len een smerig knietje in zijn zij. Hij stort ter aarde, krimpt ineen, geniet. Wordt het toch nog een knokpartij. Wordt Len altijd opgefokt van. Denkt dan niet meer aan zijn knie. Knokpartijen voetballen, lekker.

Nuenen laat zich meeslepen naar een twijfelachtig niveau. Woordenwisselingen, opstootjes. Vraag Len welke tv-beelden hem op het netvlies staan. Hij antwoordt: de knokpartijen. Groepsfase WK 1994, Nederland-Engeland, 2-0. Balverlies rond de middenlijn, gevaarlijk omschakelmoment, opgemerkt door de linkshalf. Dat gestrekte been, vol in de zij van Parker.

Erwin lacht sullig. Ja, we kunnen gemeen zijn als Duitsers. Ook Len kan voetballen op resultaat. Neem nog even Erwin. Was niet van het doortrapte soort. Tijdens geruchten over een overgang naar Ajax werd hij uitgefloten, en kreeg hij doodsbedreigingen per post. Op het veld rilde hij van de zenuwen. Hij gaf over in het gras. Pas bij KV Mechelen wist hij zich te wapenen. Hij ging uitdelen. Zelfs Lothar Matthäus scheet zeven kleuren stront als hij naderde.

Kort voor het eindsignaal herpakt Nuenen zich. Ze gaan op jacht naar het vijfde doelpunt. Oranje zou hier zakelijker in zijn, denkt Erwin, Oranje zou zijn ingezakt. Rond de middenlijn kapt Len iemand soeverein uit, zet aan, passt op de rechtsbuiten. Op de rand zestien neemt de spits de voorzet in een keer vol op zijn roze schoentjes en veegt en passant het losgekomen plakhaar onder zijn haarbandje: briljant Nuenen heeft de Duitsers diep de degradatiezone in gedrukt.

Als Len de catacomben inloopt, in gedachten verzonken, waaiert vanaf de tribune Brabants bier over hem heen. Of is het speeksel uit Venray?

'Hee, matennaaier! Je bent net als je vader jij!'

Jeroen Siebelink schrijft boeken over jeugdvoetbal. Voor de KNVB maakte hij de reeks 'Allemaal Uitblinkers': handboeken en dvd-boxes voor coaches en trainers van mini-, F-, E- en D-pupillen. Eerder verscheen 'De Voetbalbelofte', over veertien jonge voetbaltalenten. Binnenkort verschijnt van zijn hand 'Pupil' waarin beroemde voetbalvaders kijken naar hun kind op het voetbalveld'.

Pupil van Oranje
Internationals kijken naar hun zonen op het voetbalveld

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden