Heksen en hooilanden in het dal van de Ruiten Aa

Het spookt in Sellingen. En niet alleen op de Hasseberg, waar heel lang geleden heksje Hasje woonde - toen Westerwolde nog één groot moeras- en veengebied was. Dat je daar net als heksje Hasje nog steeds snipverkouden wordt ('hatsjie, hatsjie'), weet iedereen. Zo is de berg ook aan z'n naam gekomen - eerst Hasjesberg, later Hasseberg. Hoogste punt van Groningen, met 13 (precies: 13!) meter.

Die plek aan de Duitse grens moet je dus mijden, zeker als wandelaar met een slecht geweten. Want je kent toch het verhaal van die rijke koning, die er met een kar vol goud door het moeras reisde? Vanwege diens slechte omgang met zijn onderdanen nam Hasje deze Milosevic van Zuiderwolde vanaf haar heuvel te grazen; met goud en al zakte hij in het moeras. En omdat hij vergat zichzelf aan zijn haren uit de prut te trekken, heeft niemand ooit meer iets van hem gehoord.

Maar in het dorp zelf is ook iets vreemd aan de hand. Zelfs via internet wordt er melding gemaakt van mysterieuze gebeurtenissen. Hele verhandelingen zijn er op het web te lezen over een platte bol, die een groenig licht uitstraalt als hij boven de Brink aan de Torenstraat hangt en langzaam onder het grasveld verdwijnt. In een afgrijselijke kelder, zo wordt beweerd. Niet dat men het zeker weet, maar hoe komt er ineens zoveel mos op de Brink en waar komt dat ondergrondse gerommel in de nacht dan vandaan?

In de Parel van Westerwolde kijken ze er niet vreemd van op. Ze leven er al zo lang met die toverij. Hebben hun eigen Heksenketel in het dorp, een etablissementje dat vol hangt met heksen. Een heksenbeeld aan de Dorpsstraat, waar het ook al niet pluis is. De Sellingers drinken zelfs heksenbitter, snoepen heksenbollen of hasjekoek. En ze hebben een Wievenbrug en een Wievenland. Het oude stratenpatroon van het esdorp lijkt bovendien sprekend op een spinnenweb; zandwegen en paden liepen in het verleden in allerlei richtingen naar het buitengebied - naar de weilanden, essen en heidevelden.

Je kunt Sellingen dus gerust een spookdorp noemen - in de letterlijke zin van het woord dan. De oude brink ligt alleen niet als een spin het midden van het web, maar dat heeft ie nooit gedaan. 'Brink' betekent oorspronkelijk namelijk ook 'rand', en niet -wat je zou denken- 'centrum'. Logisch dat die plek net buiten de dorpskom lag, want dit was een gemeenschapsruimte. Hier kon men zijn koeien en schapen laten grazen. Hier was ook een dobbe, een poel voor het vee maar ook om branden te blussen, drinkwater te putten en de was te doen.

Zelf noemen ze zich in Sellingen trouwens liever een 'groene oase' dan een spookdorp. Honderd jaar geleden voegden ze daaraan toe: 'in een bruine woestijn'. Maar dat was in de tijd dat er overal boekweit werd geteeld - een effectieve maar inspannende en ongezonde bezigheid: greppels graven in het veen, kluiten hakken, veen branden, boekweit zaaien en graan oogsten voor de grutten en de pannenkoeken. Dat was die bruine woestijn, met z'n dikke rookwolken en verstikkende geuren; die is bijgekleurd door een veelvoud aan bos, weiden en akkerland.

Het is nauwelijks meer voor te stellen dat het hier 150 jaar geleden zo'n arme toestand is geweest. Je moet er topografische kaarten uit die tijd op naslaan, vóórdat de grote ontginningen op gang kwamen. Westerwolde onderging een metamorfose. Het kreeg een nieuw gelaat, andere kleuren. Hei werd akkerland, in plaats van boekweit werden er fabrieksaardappelen, granen en suikerbieten verbouwd. Veel oog voor het landschap was er niet. Alsof het om een blokkendoos ging werden wegen en sloten zoveel mogelijk rechtgetrokken, percelen waren grote vierkanten en bij de bouw van boerderijen gold ook al de wet van de liniaal.

Wát er nog kronkelde in Westerwolde, zoals de Ruiten Aa, moest zich nog niet eens zo lang geleden schikken in dat rechtlijnige denken. Deze stroom, die zich helemaal vanuit het zuiden van Drenthe uit het Zwartemeer naar het noorden had geworsteld, moest in de jaren zestig van de vorige eeuw zo nodig worden verdiept en rechtgetrokken. 'Genormaliseerd', om het met een wel heel eufemistische vakterm te zeggen. Zo idioot was de oorspronkelijke dronkemansloop van de rivier toch niet, want Staatsbosbeheer (SBB) heeft ervoor gezorgd dat de Ruiten Aa langzaam weer zijn meanderende gedaante terugkrijgt. Plantensoorten als schapezuring en kattestaart maar ook jonge bomen verschijnen weer langs de oever. De graslanden aan weerszijden van de beek soppen weer lekker op z'n tijd en dat maakt ook een wandeling in dit gebied zo aantrekkelijk.

De route die wij volgen, begint (zoals vele andere) bij informatiecentrum de Noordmee ('mee' of 'mei' betekent laagte in het land, waar het gras 'gemaaid' werd). Meteen de Ruiten Aa oversteken en om het sportterrein heen. Zo koersen we al snel naar het dorp, en naar de brink met de hervormde kerk. Hier zou dat buitenaardse ruimteschip zijn geland, maar de kans op een ontmoeting is nog kleiner dan op een open kerk. En dát is al jammer, want het 14de-eeuwse gebouw heeft een mooi interieur met gewelf- en muurschilderingen en een paar heiligenbeelden, onder andere van St.Christoffel, de schutspatroon van de reizigers. 'Als je St.Christophorus hebt gezien, dan ga je veilig', wordt van hem gezegd.

Over de zanderige Zuid-Esweg gaan we zuidwaarts en via een dagkampeerterrein belanden we uiteindelijk aan het Ruiten-Aa Kanaal. Vroeger diende dit water voor het transport van turf en aardappelen, nu vindt de loze visser er een ideale stek. Het kanaal overstekend bij de Zuidveldsluis zien we rechts het jonge Boerenbos, dat door agrariërs uit de streek is aangelegd als duurzaam bos. Zonder markering heeft dit gebied een zeker verdwaalrisico, maar een klein kompasje doet soms wonderen. En wie het asfalt van de Lauderhokweg houdt, bereikt uiteindelijk ook de Ter Walslageweg en het gehucht Laude.

Vanaf de Tang-Es mogen we zomaar een pad op langs de moestuin van een boerderij, de Meente: ook al zo'n oud woord dat duidt op de verbondenheid met het landschap.

Aan de overkant van de drukke Ter Apelerstraat wandel je een compleet andere wereld binnen. Hier ligt natuurgebied De Poststruiken met een zeldzame pingoruïne: een cirkelvormige laagte uit de laatste ijstijd. Deze 'Pingo van Sellingen' is in echte winters een van de mooiste ijsbanen die men zich kan voorstellen.

De Borgerweg brengt ons bij het bos van Ter Borg. Meteen naar rechts loop je recht op de Ruiten Aa af. Een wonderschoon natuurgebied is dit Ter Borg, favoriet bij wandelaars. Over de heide en door bospartijen komen we bij het oude esgehucht Ter Borg, dat al eeuwen niet groter wilde groeien dan tot drie boerderijen. En een schaapskooi, die al net als de rest van de gebouwen een leven van eeuwen achter de rug heeft maar nog steeds functioneert. De Ruiten Aa is onze metgezel op het laatste stukje naar de Noordmee en de Wijvenbrug. Geen heks te bekennen. En ook geen St.Christoffel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden