Hekelaar van brave burgerman

Met Claude Chabrol stierf een grondlegger van een nieuwe golf van Franse cineasten. Ze zijn nu historie geworden.

Chabrol deed graag luchtig over zijn werk. „Je kunt in 24 uur leren om filmregisseur te worden”, zei hij bijvoorbeeld. In zijn geval zit daar een kern van waarheid in. Zonder dat hij enige opleiding in die richting had gehad of enige andere artistieke vorming, werden zijn eerste films al gelauwerd.

Ook daar deed hij luchtig over. „De critici schreven dat ik tegelijkertijd Balzac, Beethoven en Velázquez was”, zei hij spottend. Voor hem was het allemaal ’gewoon’ film.

Met zijn eerste film, ’Le Beau Serge’ in 1958, won hij de grote prijs van het festival van Locarno. Die film viel zo ongeveer samen met het begin van een beweging van jonge Franse regisseurs die de filmwereld op haar kop zou zetten. De filmers van de Nouvelle Vague (Nieuwe Golf) zetten zich af tegen de gelikte cinema met romantische helden. De nieuwe regisseurs, zoals François Truffaut, Éric Rohmer, Agnès Varda, Jean Eustache en Jean-Luc Godard wilden het werkelijke leven in beeld brengen, vooral dat van hun eigen generatie. Bovendien stelden ze zichzelf voorop, zij waren de ’auteurs’ die het laatste woord moesten hebben en niet producenten of studio’s.

Claude Chabrol was wel een buitenbeentje in die beweging. Want hij verpakte zijn filmverhalen vaak als thriller. Vooral in zijn beginjaren als filmer nam hij een voorbeeld aan Alfred Hitchcock. Net als bij die grote Brit speelden zijn verhalen zich af in milieus van de middenklasse, een wereld die Chabrol van huis uit kende. „Anders had ik dat niet gedurfd”, zei hij. Hij keek achter de façade van de brave burgerman om de schijnheiligheid en het geweld dat daar schuil ging, te ontdekken.

„Burgerlijke mensen zijn altijd vermakelijk en ze kunnen ook heel kwaadaardig zijn, dus dat is prachtig.”

Net als Hitchcock verscheen hij ook weleens als zichzelf in zijn films. Hij hield van zulke grappen.

Claude Chabrol was de zoon van een apotheker in Parijs die verwachtte dat Claude in zijn voetsporen zou treden. Maar de jongen had andere ideeën. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had het gezin in de landelijke regio Limousin gewoond en daar had Claude met een vriendje een provisorisch bioscoopje gebouwd. Daar wilde hij verder mee toen ze weer terug waren in Parijs.

Maar zijn moeder voelde daar niets voor: de filmwereld zat vol homoseksuelen, dacht ze. Zijn vader, wiens broer een keten van bioscopen had, steunde zijn moeder. Claude voegde zich naar hun wensen. „Ik was jong en ik had geen geld’’, zei hij later. Hij ging letteren studeren aan de Sorbonne. Het leek erop dat hij ergens leraar zou moeten worden en dat trok hem niet aan. „Dus begon ik een wild leven van drank en rokkenjagen.”

Op z’n 22ste ontmoette hij een meisje met wie hij binnen twee maanden trouwde. Ze had ook heel veel geld, genoeg om een film te maken. Maar Chabrol deed niets. „Zeven jaar lang heb ik vrijwel niets gedaan dan lezen, schilderen en naar muziek luisteren.” Hij schreef wel eens voor het filmblad Cahiers du Cinéma, maar dat stelde weinig voor, zei hij zelf.

Hij had ook weleens een filmscript geschreven, maar dat werd afgekeurd door de regisseur. Toen hij van zijn grootmoeder een flink bedrag erfde, ging hij zijn eigen script maar verfilmen. Dat werd ’Le Beau Serge’. De film speelde in hetzelfde dorp waar hij zijn bioscoopje had. Zijn vrouw, de eerste van de drie echtgenoten die hij heeft gehad, trad op als producer.

Daarmee begon een leven als zeer productief regisseur. Er staan ruim zeventig producties op zijn naam. Vorig jaar kwam zijn laatste film uit, ’Bellamy’. Hij kreeg vorig jaar ook nog zijn zoveelste prijs, de Gouden Camera van de Berlinale.

Chabrol was de eerste om toe te geven dat hij ook een tijdje rommel heeft gemaakt om aan geld te komen voor betere films. Maar hij wist terug te keren als serieus regisseur. In 1991 waagde hij zich voor het eerst aan een Franse klassieker, ’Madame Bovary’ naar de roman van Gustave Flaubert. Hij bewerkte ook verhalen van Guy de Maupassant voor film en televisie.

Nu is Chabrol zelf een klassieker geworden. De Franse president Sarkozy vergeleek hem gisteren met twee grootheden uit de Franse literatuur, Rabelais en Balzac. Chabrol zelf zou daar om gegrinnikt hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden