Heimwee naar stadse cultuur

Ze was een vrouw van de wereld, maar ze kwam terecht in Tjalleberd op het Friese platteland. Klagen deed ze nooit.

Frans Dijkstra

Daisy Tekelenburg was nog druk bezig haar leven opnieuw in te richten. In oktober was ze verhuisd naar een kleine flat in Heerenveen, want het grote huis in het dorp Tjalleberd waar ze haar vier kinderen had grootgebracht was een last geworden.

Dat huis was de droom van haar Friese man Jan geweest. Daisy was veel liever in een stadse omgeving gebleven, dichtbij theaters, musea en concertzalen. Jan was een jaar geleden overleden en Daisy dacht erover om terug naar de Randstad te verhuizen. Maar eerst die flat in Heerenveen om haar nieuwe leven op orde te krijgen. Er moesten zoveel spullen de deur uit.

Daisy was een stadsmens. Haar ouders woonden in Zaandam, vijf minuten lopen van het station. Dus ze was zo in Amsterdam met al zijn cultuur. Ze was het vierde kind thuis. Vader was leraar Frans, een echte intellectueel die was gepromoveerd op Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning. Als hij thuiskwam van de Handelsschool waar hij lesgaf, dan dook hij de studeerkamer in.

Moeder had ook in het onderwijs gezeten. Als een van de weinige meisjes van haar generatie (ze was geboren in 1893) was ze naar de hbs gegaan, een jongensschool. Uiteindelijk had ze haar akte Engels gehaald en had zelfs in Engeland les gegeven voordat ze zich helemaal aan het huishouden zou wijden. Ze gaf haar kinderen namen die destijds bijzonder waren: Lilly, Sonja, Iris en Daisy.

Ook Daisy ging naar de hbs, maar daarvan had ze na drie jaar genoeg. Ze ging naar de huishoudschool bij het Vondelpark in Amsterdam om zich goed voor te bereiden op een huwelijk. Met Jan misschien. Ze twijfelde lang.

Ze had Jan ontmoet op de Veluwe, op camping De Rimboe, waar ze met een groepje vriendinnen was geweest. Daisy was vijftien. Jan was vijf jaar ouder en hij was zeeman. Dat zat Daisy niet zo lekker. Hoe zou dat zijn, een huwelijk met een man op de wilde vaart? Jan had ook niets op met cultuur, hij was op techniek gericht, net als zijn vader die lasser was.

De verkering ging aan en uit. Maar op haar 22ste stond ze dan toch in haar witte bruidsjurk naast Jan in zijn beste uniform.

Die bruidsjurk heeft ze haar leven lang bewaard. En ze kon er nog in ook. Ze was er trots op dat ze op haar 78ste maar een kilo zwaarder was dan de 54 kilo bij haar trouwerij.

In de jaren vijftig was Nederland nog niet hersteld van de oorlog en er was woningnood. Jan en Daisy gingen inwonen in het achterhuis van de buurvrouw. Pas na bijna zeven jaar zouden ze een eigen woning krijgen.

Negen maanden na het huwelijk kwam hun eerste kind, Tamara.

De volgende drie kinderen kwamen met een tussenpose van vier jaar. Zo kon ze het moederschap het beste aan. Want ze stond er feitelijk alleen voor. Jan was meestal op zee. In de machinekamer van tankschepen voer hij van hot naar her, reizen van soms wel anderhalf jaar. En als hij dan eens thuiskwam, dan moest hij studeren om hogerop te komen.

Er kwam geen klacht over haar lippen, want ze wist waar ze aan begonnen was. Als ergens moeite mee had, dan hield ze dat voor zichzelf. Ze heeft weleens tegen hem gezegd: ik vind het fijn als je thuiskomt, maar ook als je weggaat. Als ze elkaar weer zagen, dan leek alles nieuw. Alleen de jongste dochter huilde als hij vertrok.

Daisy had haar eigen leven in theaters en concertzalen. Ze reisde hem soms ook achterna. Naar Singapore, Zweden, Curaçao, Hongkong, Marseille en veel meer. Thuis had ze een wereldkaart aan de muur en aan de hand van de scheepvaartberichten die toen nog in de krant stonden, zette ze vlaggetjes waar Jans schip in een haven lag.

Haar kinderen nam ze al jong mee naar het Concertgebouw in Amsterdam. Met hun eerste auto, een Daf, trokken ze naar musea en tentoonstellingen in heel het land.

Ze genoot van het leven, dat straalt ze uit op de vele foto’s in haar familiealbums. Meestal een blije lach, soms wat uitdagend in een badpak, en altijd heel verzorgd, liefst met twee vlechten die een kroontje vormen op haar hoofd.

Toen Jan zijn top bereikte als hoofdwerktuigkundige, veranderde alles. Hij hoefde tijdens zijn verlof niet meer naar de Zeevaartschool in Amsterdam om bij te leren. Nu was het tijd voor zijn droom: een huis in Friesland. Dat vonden ze in Tjalleberd, een gehucht bij Heerenveen: een voormalige dokterswoning met zeeën van ruimte en land. De kinderen vonden het prachtig, vooral Tamara die in Zaandam geplaagd was om haar rode haar dat in Friesland niets uitzonderlijks was. Ze hadden een bootje en ze trokken met vader de natuur in.

Daisy had moeite met het dorpsleven. Ze verstond de mensen niet en er was niets cultureels te beleven in de wijde omtrek. Ze had altijd heimwee en was opgelucht als ze in de auto stapte voor een uitje naar het westen. Ze hield haar abonnement op het Concertgebouworkest.

De school van de kinderen vond ze ook beneden peil. Dat ging ze vertellen op die school en dat maakte haar niet populair. Thuis spijkerde ze zelf de kinderen bij: Franse woordjes, Nederlandse spelling, schoonschrijven en topografie.

Toen Jan op z’n 55ste met pensioen ging, veranderde haar leven opnieuw. Ze had hem nog nooit zo lang thuis gehad en ze hadden maar weinig interesses gemeen. Hij hield van bridge en tennis, zij niet. Zij was dol op lezen in haar uitgebreide boekenverzameling, hij werkte liever in de tuin. Ze mopperden soms op elkaar om kleine, huiselijke dingen zoals die mat onder aan de trap. De een haalde de mat weg, de ander legde hem er weer neer. Maar ze rooiden het met elkaar.

Jan kreeg Parkinson. Anderhalf jaar had hij dat geheim weten te houden voor de buitenwereld. Maar de ziekte sloopte zichtbaar zijn lijf en ook zijn persoonlijkheid. Vooral dat laatste viel Daisy zwaar. Hij was haar Jan niet meer. Zelf had hij ook genoeg van zijn lijden: op het laatste weigerde hij nog te eten. Hij bezweek eind 2008 aan een longontsteking, 81 jaar oud.

Daisy verliet het dorp om alleen opnieuw te beginnen. Maar ze was wel erg moe, zei ze in februari tegen de huisarts. De volgende dag lag ze al in het ziekenhuis wegens ernstige bloedarmoede. Het was een schok want ze had nog nooit in een ziekenhuis gelegen. Ze knapte snel op en was weer vrolijk en vol levenslust. Maar achter die bloedarmoede ging darmkanker schuil. Dat werd op tijd ontdekt en een operatie zou uitkomst bieden. Toen ging het mis. De ene complicatie volgde op de andere. Na een maand werd duidelijk dat Daisy het niet zou overleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden