Heimwee naar het perronkaartje van vroeger

De NS willen speciale passagekaartjes om van de ene naar de andere kant van het station te komen. Zo kun je de ov-poortjes passeren. Vroeger had je perronkaartjes.

Voor een generatie die soms gedachteloos een vliegtuig instapt, is het nauwelijks voorstelbaar hoe groot de aantrekkingskracht van een simpel treinstation in de negentiende eeuw was. Iets van het ontzag voor de nieuwe manier van reizen is terug te zien in de imponeerarchitectuur die eromheen ontstond. Toen Antwerpen eind negentiende eeuw een nieuw station nodig had, bouwde de stad tien jaar (van 1895 tot 1905) aan een ware spoorwegkathedraal. Verwezenlijking van het ontwerp van Pierre Cuypers voor het indrukwekkende station van Amsterdam vijftien jaar eerder had maar net iets korter geduurd. Het nieuwe gebouw was overduidelijk familie van het eveneens door Cuypers gebouwde Rijksmuseum aan de zuidkant van de stad. Daar werd het verleden gekoesterd. Het nieuwe CS vierde de toekomst: reizen over rails.

Stations en treinen waren een bezienswaardigheid. Reizen was nog geen terloopse bezigheid, maar een hele onderneming. Bovendien nam een negentiende-eeuwer met zijn romantische inborst niet zomaar even afscheid. Daar werd, als het even kon, de tijd voor genomen.

Aanvankelijk had iedereen vrij toegang tot de stations. Alleen bij speciale gelegenheden werd entree geheven. Zo werden voor de opening van het Centraal Station in Amsterdam in 1889 14.000 kaartjes verkocht à 2,5 cent per stuk.

Dat werd ook de prijs toen twee jaar later het perronkaartje werd ingevoerd. De maatregel bezorgde de spoorwegmaatschappijen extra inkomsten. Het hield zakkenrollend en ander gespuis weg. Het voorkwam bovendien gevaarlijke toestanden door al te grote drukte of onoplettend spelende kinderen bij binnenkomende en wegrijdende treinen. Bij het in- en uitgaan van stations werden reizigers en bezoekers gecontroleerd. Gedurende de Eerste Wereldoorlog (Nederland bleef neutraal) werd de prijs verdubbeld. Voortaan kostte entree tot het station een stuiver. Een kleine vijftig jaar later was dat het dubbele. Daarna gingen lonen en prijzen snel omhoog. Het perronkaartje bleef niet achter. In 1963 moest plotseling geen 10 maar 20 cent betaald worden. Drie jaar later werd dat al 25 cent.

In die jaren dachten de Nederlandse Spoorwegen al na over veranderingen. Op het Centraal Station in Hilversum ging een restauratie open die ook voor mensen vanuit de stad vrij toegankelijk was. Vanuit die restauratie konden mensen ook nog eens zonder controle het perron op lopen. Een woordvoerder van de NS liet bij die gelegenheid doorschemeren dat dit wel eens de toekomst kon worden: "Wij zouden graag zien dat de barrière tussen de stad en de spoorweg wordt opgeheven, onder meer door mogelijke afschaffing van het perronkaartje." Dat het bedrijf ook veel personeelskosten kon besparen door op een andere wijze te gaan werken, werd er niet bij verteld. Wel dat er verschillende toekomstscenario's denkbaar waren: alleen nog controle in de trein, geen controle bij binnenkomst maar wel bij het verlaten van het station of hekken die automatisch open en dicht konden.

Zoals in 1956 al een einde kwam aan de derde klasse in de treinen, zo kondigden de NS in 1967 daadwerkelijk de afschaffing van het perronkaartje aan. Op alle driehonderd stations werd de ingangscontrole afgeschaft, op 260 daarvan ook de uitgangscontrole. Met name in grote steden wilde het bedrijf voorkomen dat de perrons 'een verlengstuk van de openbare weg' werden. Maar in de jaren daarna werden ook op die plekken de stations voor iedereen toegankelijk.

Stad en spoorweg kwamen inderdaad nader tot elkaar. De aankomst- en vertrekplaatsen van treinen waren niet langer een eiland in de stad. Tegelijk waren de nadelen van stations zonder perronkaartjes ook snel duidelijk. Zwervers zochten de warmte op van de gebouwen en soms de vrijgevigheid van de reiziger. Het toenemende drugsprobleem werd ook een probleem van de NS. Sommige stations waren al gauw vergeven van de junks en de handelaren. In de loop van de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam daar nog de toename van het aantal zwartrijders bij. Er ontstond stilaan heimwee naar dat ouderwetse perronkaartje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden