Heimwee naar het CDA van weleer

Als PvdA en CDA er samen de schouders onder zetten, kan een nieuwe sociale orde ontstaan. De marktsamenleving is ontspoord, stellen PvdA'ers René Cuperus en Bert Ummelen vast.

Dit keer klopten de peilingen. Opnieuw is gebleken dat PvdA en VVD geen gelukkig huwelijk vormen. De coalitie van de politieke tegenpolen van het midden begint voor de PvdA een hachelijk avontuur te worden. Ze dreigt zichzelf, meer dan de VVD, kapot te regeren. Zo'n combinatie van campagnevijanden is en blijft moeilijk herkenbaar voor de eigen achterbannen, voor zover er in de huidige politiek nog van eigen achterbannen gesproken kan worden. Dat het CDA op centrum-rechts vervangen lijkt door de VVD is voor de PvdA, voor de sociaal-democratie, geen goed nieuws. Het is slecht nieuws voor het verkommerde politieke midden dat in Nederland, zoals in heel Europa, hevig tegenspel krijgt van populistische flankpartijen ter linker- en rechterzijde.

In Nederland lijken we terecht te komen in een 'tangdemocratie', met sterke non-gouvernementele partijen op de flanken en krimpende bestuurspartijen die elkaar in verkiezingstijd hevig bestrijden om dan noodgedwongen toch weer met elkaar te gaan regeren. 'Eén pot nat.' Dat is niet goed voor de democratie en de keuzevrijheid in de democratie.

Er dreigt een voortgaande erosie van de verschillen tussen de oude middenpartijen, verschillen die in een globaliserende wereld toch al lastig zijn te articuleren. Een End of Ideology-partij als D66 is een uitdrukking van die erosie en kapitaliseert er tegelijk op. Maar een redelijk alternatief voor de brugfunctie in de samenleving die sociaal- en christendemocratie altijd vervulden heeft de partij van Pechtold niet te bieden. Als partij voor white urban professionals only is D66 in feite een flankpartij in het politieke centrum.

Bondgenootschap
De oplossing voor het ongemak in het midden, voor het ontmannen van elkaars programmatische geloofwaardigheid, is het ontwikkelen van alternatieve moderniseringsroutes. Middenpartijen moeten een keus forceren: tussen individualisme en communitarisme. Daarvoor moet een politiek-maatschappelijke coalitie over centrum-links gesmeed worden, met inbegrip van ChristenUnie en SP. Cruciaal daarvoor is een hernieuwd bondgenootschap tussen PvdA en CDA. Jazeker, een heimwee naar het CDA is over ons vaardig geworden. Het vroegere CDA welteverstaan. Dat van de dominees, niet dat van koopman Buma, die louter gefixeerd lijkt op lastenverlaging en een kleinere overheid.

Recente ideologische herbronningsoefeningen laten zien dat het ook helemaal geen gekke gedachte is. Er is overlap genoeg. Ook electoraal is er genoeg verlangen naar postliberalisme. De agenda voor zo'n coalitie: minder markt en meer samenleving, vernieuwing van het maatschappelijk middenveld, vernieuwing van democratische structuren en eerherstel voor gelijkheid en mededogen als maatschappelijke waarden.

Bij alle verschillen vertonen sociaal- en christendemocratie in hun naoorlogse geschiedenis een opmerkelijke verwantschap: op jaren van gezamenlijke op- en uitbouw van de verzorgingsstaat (1945-1980) zijn jaren van gezamenlijke verloochening ervan (1990 tot nu) gevolgd. Waarom zou geen sprake kunnen zijn van toekomstige verwantschap nu de urgente taak wacht inhoud te geven aan een 'sociale participatiesamenleving'?

In Nederland was er altijd een mooie gespannen verhouding tussen dominee en koopman. Die dominee is in de afgelopen decennia vrijwel helemaal verdwenen. CDA en PvdA moeten hem weer terugbrengen, willen ze recht doen aan hun waarden en traditie. Het mag ook een pastoor zijn, als die zich laat inspireren door de nieuwe paus.

Toverspreuk
Het motto van deze tijd - 'markteconomie ja, marktsamenleving nee' - is een toverspreuk. Je kunt niet tegelijk de economische machinerie van een samenleving in de vrijloop zetten en haar sociale en normatieve architectuur bewaren. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid spreekt tegenwoordig dan ook zonder omwegen over Nederland als een 'marktsamenleving'.

Geen onthullender portret van zo'n samenleving dan dat van de Amerikaanse politiek filosoof Michael J. Sandel in zijn boek 'What Money Can't Buy'. Daarin laat hij zien hoezeer in de VS het mentale register van de markt in zo'n beetje alle levenssferen is doorgedrongen. Waar mensen worden gedegradeerd tot homo economicus en het publieke domein tot marktplaats, kan een civil society onmogelijk gedijen - dat is zijn boodschap. De burgerlijke samenleving moet het hebben van vertrouwen en verbondenheid en dat zijn heel andere kwaliteiten dan die de markt veronderstelt en vraagt.

In de eendimensionale wereld van het calculerende, narcistische economisme zouden sociaal- en christendemocratie met hun claims op wat 'van waarde' is een tegenkracht moeten vormen. Nederland staat op een tweesprong. Gaat het verder richting do it yourself society of slaan we af naar een do it together society?

De sociale participatiesamenleving kan een noodzakelijk en vruchtbaar alternatief vormen voor de ontspoorde marktsamenleving. Maar dat lukt alleen als sociaal-democratie en christen-democratie er als 'samenlevingspartijen' hun schouders onder zetten. Zo'n nieuwe maatschappelijke orde bouwen we, kortom, liever met het CDA op dan met de VVD. Het CDA van weleer, welteverstaan.

Verkorte versie van een beschouwing in Socialisme & Democratie, het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Op 17 april organiseert de WBS een bijeenkomst over de verhouding tussen PvdA en CDA. Zie www.wbs.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden