Heimwee naar hagelslag en stroopwafels

Foto: Daphne Plomp Beeld
Foto: Daphne Plomp

Tien jaar geleden vond een Somalische volksverhuizing van Nederland naar Engeland plaats. Rond de 8000 Somaliërs, met een gloednieuw Nederlands paspoort, vestigden zich in korte tijd in Leicester

'Ik voelde me echt ongelooflijk bedonderd', zegt Halima (23 jaar). De derdejaarsstudente psychologie en sociologie aan de universiteit van Nottingham dacht tien jaar geleden op vakantie naar familie in Leicester te gaan. "Ik vroeg na een paar weken steeds: wanneer gaan we naar huis? Totdat mijn moeder met mij naar scholen wilde gaan kijken en de rest van onze spullen uit Den Haag werden gebracht", zegt Halima, ook na tien jaar Leicester nog met vloeiend Haags accent. "Ik spreek hier met vriendinnen een mixje van Engels, Somalisch en Nederlands."

"Mijn buurmeisje in Tilburg heeft nog maandenlang op ons oude adres aangebeld. Die was ervan overtuigd dat ik na de vakantie terug zou komen. Ik heb nooit fatsoenlijk afscheid genomen", zegt Shukri (22).

Ze vertrokken soms overhaast, of zelfs stiekem, zonder de kinderen in te lichten. De eerste generatie Somalische vluchtelingen, die in de eerste oorlogsjaren het Afrikaanse land ontvluchtte, was na tien jaar Nederland best goed geïntegreerd, dronk koffie bij de buren, was gek op stroopwafels en had leren fietsen. Maar dat lieten ze achter, omdat in Leicester alles beter zou zijn, zo hadden ze gehoord. Voor henzelf op het gebied van werk, voor hun kinderen in het onderwijs.

Ze verruilden hun - naar eigen zeggen - vaak aardige, behulpzame, autochtone Nederlandse buren voor zwarte wijken in Leicester. Het lijkt hier wel een getto, zo was vaak hun eerste reactie bij aankomst in 'het beloofde land'. Maar uiteindelijk zijn ook de slechtere woningen weggestreept tegen een overdosis voordelen. Zoals het wonen tussen de Somaliërs en het behoud van de eigen culturele en religieuze identiteit.

Veel jongeren waren minder snel gewend, zegt stadsgeograaf Ilse van Liempt van de Universiteit van Utrecht, gespecialiseerd op het gebied van migratie, mobiliteit en asiel. "Ouders verhuisden mede voor een betere toekomst voor hun kinderen. Dat levert thuis toch extra spanning op. Kinderen voelen de druk dat ze moeten presteren. En dat terwijl ze het moeilijk hebben met een nieuwe taal, in een nieuwe omgeving in een soms veel grotere stad dan ze in Nederland gewend waren. In Nederland bewogen ze zich soms in gemengde vriendengroepen, nu kregen ze te maken met etnische scheiding. Ze voelden zich soms in een hoekje geduwd."

"Bij ons op school hebben ze een witte kantine, een zwarte en een Indiase. Niet officieel, maar iedereen noemt het zo", zegt Samsa (17), die in 2006 van Tilburg naar Leicester verhuisde. "Ik vind het echt jammer dat groepen hier niet of nauwelijks mixen. Dat je elkaar niet leert kennen. Zo krijg je racisme en discriminatie."

Van Liempt interviewde in 2003 en 2004 veel Somalische vluchtelingen voor een promotieonderzoek naar de rol van mensensmokkelaars bij migratieprocessen. "Veel van die geïnterviewden waren soms zomaar ineens doorgetrokken naar Engeland." Van Liempt kreeg een Europese beurs voor een postdoc onderzoek vanuit de University of Sussex naar dat nieuwe, specifieke migratieproces van die Somalische groep. Het onderzoek ging ook over participatie, integratie en segregatie en de discussie daarover in het Engelse en Nederlandse debat.

Van Liempt noemt haar derde en (voorlopig) laatste artikel over de Somalische groep 'de transnationale triangel': Hoe ziet de transnationale oriëntatie eruit van migranten die banden hebben met drie landen: Somalië, Nederland en Engeland? En wat is dan 'thuis'?

Waar Somalië voor de eerste generatie vluchtelingen 'thuis' is, is Nederland dat vaak voor hun kinderen, stelt Van Liempt. Ze sprak in Engeland met jongeren die in de zomervakantie zes weken in Somalië doorbrachten. "Die voelden zich daar totaal niet thuis; ze werden door Somaliërs als toeristen gezien. Ze gingen naar Somalië voor koranlessen, om de taal te leren, hun familie te leren kennen, terug naar hun roots. Maar de meesten vonden het moeilijk wennen in een Afrikaans land - arm, warm, vies, kakkerlakken en geen internet."

Nederlands-Somalische jongeren zijn zeer actief met het inzamelen van geld voor goede doelen in Somalië, ze zijn politiek zeer betrokken en volgen het nieuws over de oorlog op de voet. Maar dat betekent nog niet dat ze er willen wonen, zegt Van Liempt. 'Thuis' is Nederland, waar ze nostalgische gevoelens voor koesteren: goed, groen, gezellig, veilig. "Ik zou weer terug willen naar Nederland", zegt Halima (23). "Maar wel het vroegere Nederland, van toen ik vertrok in 2000", voegt ze er snel aan toe. Ook het Nederlandse nieuws wordt in Leicester gevreten, Somalische jongeren hebben het vaak over de 'islamofobe Wilders'.

De nostalgische gevoelens van hun ouders betreffen vooral Somalië, beide generaties verlangen naar iets wat niet meer is, stelt Van Liempt. "Alsof de klok is stil blijven staan. Maar de sfeer in Nederland is veranderd, Somalië is verwoest door de oorlog. Voor beide generaties geldt dat ze soms terugverlangen, maar dat het de vraag is of ze ook echt teruggaan, of dat ze er ooit nog zouden kunnen wennen."

Er is dus een groot verschil tussen de generaties en hun band met Nederland. De ouders zijn Nederland dankbaar voor de veilige eerste opvang en het verkregen paspoort, voor de tweede generatie werd Nederland 'thuis'. Toch, zo stelt Van Liempt, is Nederland van beide generaties een onderdeel van de identiteit gaan vormen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat ze onderling nog vaak Nederlands spreken, het haast gecultiveerde verlangen naar hagelslag en stroopwafels, het volgen van 'GTST' via de schotel, het vieren van Koninginnedag en de oranje gekleurde straten tijdens het WK voetbal.

Van Liempt: "Nederlandse-Somaliërs in Engeland noemen elkaar vaak cheeseheads, kaaskoppen. Daar onderscheiden ze zich graag mee, bijvoorbeeld ten opzichte van de fish&chips Somaliërs. Dat levert dan ook wel weer spanningen op met Somaliërs die rechtstreeks uit Afrika kwamen die dat gekoketteer met Nederland helemaal niks vinden: 'Jullie zijn geen 100 procent Somaliërs'. Ze worden Euro-trash genoemd, met veel te losse normen en waarden."

in korte tijd in Leicester. Ze wilden meer ruimte voor hun culturele en religieuze identiteit en zagen er

meer kansen op de arbeidsmarkt.


'Als moslima moet je je in Nederland continu verdedigen'

Ze had het eigenlijk goed in Nederland, zegt ze. Halima Ibrahim, die met haar man in 1998 in Nederland aankwam en via Olst in Tilburg belandde, werkte als intermediair voor het consultatiebureau. Toch gaf ze in 2006 gehoor aan de lokroep uit Leicester. "Onze oudste dochter Sahra ging een boerka dragen. Dat gaf ons, bij een groeiende islamofobie in Nederland, een onveilig gevoel."

"Ik heb thuis niks gepusht, maar de beslissing naar Engeland te verhuizen misschien wel wat beïnvloed", zegt Sahra (24 jaar) lachend. Ze deed een hbo-opleiding bestuurskunde in Den Bosch. "Ik vond het moeilijk mijn geloof te praktiseren. In Nederland ging er geen dag voorbij dat ik mijn keuzes moest verklaren; als moslima moet je je continu verdedigen. Toen ik op vakantie in Engeland was, zag ik dat het anders kon. Het onderwijs en de huizen hebben hier misschien niet dezelfde kwaliteit, maar je wordt hier als moslim wel sociaal geaccepteerd en kunt je geloof vrij beleven. Dat maakt me gelukkig."

Samsa (17) was destijds niet zo heel blij met de actie van haar zus: "Mijn vader bleef het eerste jaar nog in Tilburg wonen, dus we mochten eventueel nog terug, zo was ons beloofd. Volgend schooljaar ga ik hier rechten studeren, misschien ga ik na die studie terug naar Nederland. Maar ik wil niet elke keer opnieuw beginnen. Het gras lijkt altijd groener bij de buren."

"Onze vader was in Somalië wiskundeleraar", zegt Sahra. "In veertien jaar in Nederland kwam hij niet verder dan klassenassistent. Hij telde niet mee. Hier heeft hij een korte opleiding gedaan en kan nu weer opklimmen."

"Als je ambitie hebt, zijn hier alle opties weer open. Ik wil net als mijn vader ook het onderwijs in."

De oudste zus draagt een shuka, een lang, traditioneel, vormloos gewaad, Samsa draagt hippe kleding en een fleurige hoofddoek. Veel jongeren die in Nederland 'redelijk vrij' opgroeiden, klagen over de sociale controle, de groepsdruk in de Somalische buurten in Leicester.

"Die sociale controle is hier inderdaad veel groter", zegt Sahra. "Dat heeft zo zijn voor- en nadelen. Het nieuws gaat snel als iemand ziek is, of een kindje is geboren. Maar als je iets uithaalt wat niet zo goed is, kan het nadelig zijn. En als je in St. Matthews zonder hoofddoek over straat gaat, word je daar op aangesproken."

"Maar als je daar afstand van wilt nemen, kan dat best, hoor", zegt Samsa lachend. Ook in Nederland doen jonge moslimmeiden hun hoofddoek pas weer op als ze in de buurt van huis komen. "Dan moet je bepaalde wijken ontwijken. In principe kan niemand je dwingen een hoofddoek op te doen. Maar het is waar: hier in Engeland is religie heel zichtbaar. In Nederland zat ons geloof vooral in onze harten", aldus Samsa.

De verhuizingen hebben in veel gezinnen voor spanningen gezorgd, weet moeder Halima. "Ouders zijn verhuisd omdat ze hier betere kansen voor hun kinderen zagen, ze hebben nu heel hoge verwachtingen. Hun kinderen hebben moeite met die druk. En heimwee naar Nederland; ze vechten voor hun rechten."

"Ik mis mijn fiets, zelfs in mijn boerka fietste ik overal naartoe", zegt Sahra. "Ik zou bijna een moord doen voor roze koeken", zegt Samsa. "Ik hou nog van Nederland", zegt hun moeder Halima.

'In Engeland kon ik als jurist wel meteen een baan vinden'

Dahir Hassan Abdi (57) was advocaat in Somalië, moest appels plukken in Tiel, maar is nu weer juridisch adviseur. "Een week nadat ik in 1998 mijn Nederlandse paspoort kreeg, was ik al in Engeland. Ik hou van Holland, maar het was niet het land van mijn toekomst."

Abdi wilde in Nederland zijn oude professie als strafrechtadvocaat weer oppikken. "Ik ging naar de Radboud Universiteit: twee jaar NT2, Nederlands als tweede taal, dan nog twee jaar rechten. En dat ondanks de vijftien jaar ervaring, ook als juridisch adviseur van de Verenigde Naties. Bij dat intakegesprek kreeg ik een advies mee: 'Meneer, u bent al over de veertig. Als u over vier jaar klaar bent: wie zit er dan nog op u te wachten?'"En dus ging hij jam maken, appels plukken. Tot hij zijn paspoort had.

In Leicester was zijn eerste sollicitatie bij een advocatenbureau al raak. "Jurist met immigratie als specialiteit. Ik deed een cursus om me op dat gebied te bekwamen. In de jaren erna heb ik veel Somalische klanten geholpen. Dat gaf een enorme boost, ik kreeg mijn zelfvertrouwen en waardigheid terug."

"Mijn vrouw had binnen twee maanden een winkeltje. In Nederland was dat niet gelukt, door alle certificaten en vergunningen die je nodig had. Maar ze komt uit een familie van handelaren, zakenmensen. Hier vraagt niemand om diploma's om een winkel te beginnen. Als je maar belasting betaalt."

Dahir Abdi en zijn vrouw Halima Warsame vertrokken niet alleen voor hun eigen carrièremogelijkheden naar Engeland, benadrukt hij. "Ik herinner me een gesprekje van mijn dochter van 5 jaar, in 1997 met maatschappelijk werk. Ze vroegen of er thuis sprake van geweld was, of haar vader weleens tegen haar schreeuwde? Het voelde alsof mijn kind werd getraind tegen het gezag van haar ouders in opstand te komen. Ik vond dat zo respectloos, vernederend."

"Onze kinderen waren 15, 13 en 11 jaar, de twee in Tiel geboren kinderen 6 en 4 jaar, toen ze naar Leicester verhuisden. In Nederland worden allochtone leerlingen niet uitgedaagd. Overal krijgen ze te horen: 'taalachterstand, maximaal havo'. De oudste drie zitten hier in Engeland nu op de universiteit. Natuurlijk was het begin moeilijk. Voor de oudsten was het de tweede grote verhuizing: weer een nieuwe omgeving en taal, weer opnieuw vriendjes en vriendinnetjes maken. Maar het zijn kinderen: ze waren binnen een jaar gewend."

Dahir Abdi is nu adviseur in gecompliceerde asielzaken. "De sfeer in Engeland in zo'n asielprocedure is heel anders dan in Nederland. Daar heerst achterdocht over elk vluchtverhaal, probeert de IND getraumatiseerde vluchtelingen te betrappen op een leugentje, om ze vervolgens weg te kunnen sturen. Hier is de overheid behulpzaam. Ze beseffen dat vluchtelingen toch niet terugkunnen, naar de voortdurende oorlog in Somalië."

"Hier in Engeland ligt mijn toekomst. Althans, nog tien jaar. Dan is de jongste van de universiteit af en kan ik naar Somalië. Ik heb er de slechtste jaren meegemaakt, van 1990 tot 1994. De doden lagen op straat; ik ken de geur van oorlog. Alle stammen zijn slachtoffer, alle stammen zijn dader."

"Ooit moeten we met een schone lei gezamenlijk opnieuw durven beginnen. Er is twintig jaar oorlog in Somalië. Er is nu een generatie Somaliërs die niet weet hoe vrede eruitziet. Die moeten we gaan uitleggen dat je problemen niet kunt oplossen met wapens, maar met woorden."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden