Klein verslag

Heimwee naar een nat en donker Moabit

'Een boekje woelt herinneringen op, ook aan die koude donkere dagen.Beeld Wim Boevink

Vergeeft u mij dat ik me vandaag overlever aan een golfje van nostalgie; buiten regent het onafgebroken en het licht is mistroostig. Ik heb nog een wandeling gemaakt onder een roffelende paraplu en de stad lag erbij als een natte kat; beledigd en van zijn laatste waardigheid ontdaan.

Thuis is er het lamplicht boven de tafel en dat schitterend geïllustreerde boekje waarover ik hier gisteren berichtte: 'Moabit' van de thrillerschrijver - of liever: Krimi-auteur - Volker Kutscher.

En hier begint mijn nostalgie.

Want ik heb jaren in Moabit gewoond, de Berlijnse wijk ten noorden van de rivier de Spree en van het stadspark van de Tiergarten. Ik woonde in het goede deel ervan. Op stand, zoals het heet.

Moabit is als arbeiderswijk opgekomen in de negentiende eeuw, nadat het moerassig land in de achttiende eeuw was toegewezen aan uit het Franse Orange gevluchte Hugenoten. Die noemden hun toevluchtsoord heel oudtestamentisch Terre de Moab, eigenlijk een weinig gelukkige landstreek ten oosten van de Dode Zee.

De rechter van Moabit

Als arbeiderswijk groeide Moabit mee met opkomende industrieën van Borsig, Siemens en AEG en er vormde zich een proletariaat waar het regelmatig onrustig was. Misschien dat men daarom ter plaatse een grote strafgevangenis bouwde en die later, in 1906, vastmaakte aan een Kriminalgericht, een rechtbank - een protserig Pruisisch bouwwerk uit de keizertijd, met geen ander doel dan te imponeren.

Volker Kutscher laat zijn geschiedenis ook hier, althans in die gevangenis, beginnen, met luid dichtvallende stalen deuren, een geschiedenis gesitueerd in de even illustere en harde jaren twintig.

Wie stond hier in Moabit niet voor de rechter? De schoenmaker Wilhelm Voigt, alias de Hauptmann von Köpenick, Rosa Luxemburg (Karl Liebknecht had om de hoek zijn advocatenpraktijk), de schrijver Arthur Schnitzler (wegens onzedelijkheid), de schilder Georg Grosz (wegens belediging).

Later natuurlijk leden van de RAF, hun advocaten Klaus Croissant en Horst Mahler werkten in de straat waar ik woonde, en zelf heb ik er de processen gevolgd tegen DDR-Stasichef Mielke en DDR-partijleider Honecker.

Natte donkerte

Aan het einde van mijn straat stroomde de Spree; een oude ijzeren brug met joekels van klinknagels en grote lantaarns , die mijn oeverzijde verbond met die van het S-bahnstation Bellevue, aan de rand van de Tiergarten, waar zich ook het presidentieel paleis bevindt. Het werd in die dagen nog bewoond door Richard von Weizsäcker, wiens dochter boven mij woonde, zodat je hem wel eens privé in het trappenhuis kon tegenkomen.

Ik koester de wandelingen door het park, de fietstochten naar de Rijksdag, de metroritten naar Friedrichstraße of Zoologischer Garten, en het taart eten op zondagmiddag bij Konditorei Buchwald, het ouderwets burgerlijke koffiehuis bij de Berenbrug, waar serveersters witte schorten droegen boven hun zwarte jurken.

De beren op de brug waren van gips, ze vervingen de bronzen beren van voor de oorlog - die waren omgesmolten voor de oorlogsindustrie. Nog veel meer zou te berichten zijn, losgewoelde herinneringen door een boekje en door de natte donkerte buiten: ook die kon in Berlijn weken duren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden