Heimwee in het hotel

Vanwege Poetry International zit ik deze dagen in een Rotterdams viersterrenhotel. Ooit woonde ik eventjes in deze stad, om de laatste twee jaar van mijn middelbare schooltijd af te maken, maar wat ik er nu van zie ziet er heel anders uit. Amerikaanser en indrukwekkender met al die wolkenkrabbers, maar ook levendiger en alledaagser met al die winkelende wandelaars op de Lijnbaan. Komt natuurlijk doordat ik als puber Rotterdam voornamelijk vanuit het schoollokaal leerde kennen, vanachter hoge vensters, met een leven op afstand, waar ik nog niet echt aan deelnam. Zo’n verblijf in een hotel is aan mij wel besteed. Ik voel me er altijd een beetje wereldreiziger, al is het slechts zeventig kilometer weg van mijn eigen huis. Elke dag keurig opgemaakte bedden, een waterkoker of koffie of thee in te zetten, blinkende badkamerarmaturen, zonder aanslag van oude leidingen of vieze afvoerputjes met onbestemde dotten haar. De ideale wereld voor mensen met een beetje geld. Wat moet ik eigenlijk thuis met al die stapels boeken, die vleugel, stoffig na twee dagen, die ijskast met producten tegen hun vergankelijkheidsdatum aan? Dit hotel is een klein paradijsje, eeuwig schoon, eeuwig opgeschud, eeuwig onpersoonlijk. Op het bureautje ligt een tijdschrift met tips om uit te gaan dat je nooit ergens anders zult aantreffen en waar je je niet op kunt abonneren. Ligt er ook ergens een bijbel in mijn kamer om me te midden van al deze comfortabele overdaad nederig en vol bezinning te houden? Ik trek alle aanwezige laatjes en deurtjes open, maar ach nee, uit de tijd zeker. Wel briefpapier, een folder om cadeaubonnen te bestellen, een kartonnetje om aan de klink te hangen ten teken dat je kamer bezet is. En het roomservicemenu: coquilles op een bedje van wilde spinazie begeleid met een espresso sabayon, op de graat gebakken tarbotine met hollandaisesaus. Opeens moet ik aan mijn grootouders denken, Jan Johannes Schouten en Flipsje Hop, als een weermannetje en -vrouwtje tijdloos wonend in hun huisje in De Bilt. Een verblijf in een hotel als dit met coquilles en hollandaisesaus zou ze volstrekt ontregeld hebben, wellicht zou het tot grote achterdocht bij ze hebben geleid: niet voor ons soort mensen! Maar een bijbel hadden ze wel en ze lazen er elke dag een eindje in tot het hele verhaal uit was en ze weer van voor af aan begonnen. Nu is er ineens geen houden meer aan en kan ik alleen nog maar aan die heel oude mensen denken en hun wereldje van weckflessen en de kerkbode. In hun stoutste dromen hebben ze mij hier niet zien zitten, zoals ik mij geen enkele voorstelling kan maken van mijn eigen kleinkinderen op middelbare leeftijd. Zullen ze intergalactisch op weg zijn naar een vakantie-bestemming buiten de aarde of scharrelen ze samen met andere mutanten rond tussen de rokende puinhopen van deze wereld? Of lijken ze gewoon nog sprekend op hun grootouders? En terwijl ik mijzelf in de spiegel bekijk vind ik het opeens een beetje treurig, zo’n middelbare man in z’n eentje in een hotelkamer, die aan z’n voor- en nageslacht moet denken. En die balatum mist, een ongetrouwde oudtante, karnemelkse pap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden