Heimelijk dromen van theatersterren

Toneelacteurs waren volleerde poseurs. In de serie van Trouw over iconische beelden uit de geschiedenis van de Nederlandse fotografie vandaag aandacht voor de portretten van de podiumbespelers die gretig aftrek vonden bij het publiek.

Actrice Sarah Bernhardt was goed twintig, toen ze poseerde voor de camera van de Fransman Félix Nadar. Ze leunde op een neppilaar, had een enorme fluwelen doek om haar lichaam geslagen. Een voor die tijd flink stuk van haar decolleté en een deel van de schouder bleven onbedekt. Bernhardt met haar korte zwarte krullen keek met haar donkere ogen enigszins langs de fotograaf. Haar blik was op zijn minst dromerig te noemen.

Het portret, tegenwoordig onderdeel van de collectie van het Musée d'Orsay in Parijs, is meer dan 150 jaar oud, maar heeft in die tijd niets van zijn kracht verloren. In een oogopslag wordt duidelijk waarom ze ook wel "de goddelijke Sarah" werd genoemd en uiteindelijk furore zou maken op podia in de hele wereld. Mysterieuze blik en mythevorming rond haar persoon (Bernhardt deed daar van harte aan mee) maakten haar tot een wereldster.

De foto die Nadar van haar maakte is een voor die jaren redelijk atypisch acteursportret. Toneelspelers brachten hun teksten op gedragen toon en schuwden het grote gebaar allerminst. Bernhardt overtrof daarin haast alle anderen. Niemand kon bijvoorbeeld zo dramatisch sterven als zij. Wie naar een stuk met Bernhardt ging, kwam eigenlijk meer voor haar dan voor het stuk. En als de toeschouwer er al niet zo over dacht, dan deed de actrice dat zelf wel.

Foto's van beroemdheden gingen ook in de negentiende eeuw grif over de toonbank. Bernhardt, een Française met een Joods-Nederlandse moeder, behoorde tot de categorie van mondiale toppers. Maar ook op nationaal niveau waren plaatjes van vermaarde personen populair. Ze werden, soms per stuk en soms per serie, vooral verkocht bij fotografen. Al voor de fotografie bestond er een soortgelijke traditie met prenten. Los en in albums, al dan niet vergezeld van korte biografische schetsen, vonden ze hun weg naar klanten. Het kon dan gaan om portretten van historische figuren of van beroemdheden van dat moment.

In de roman 'Eline Vere' (1889) van Louis Couperus valt terug te lezen hoe het in die jaren zo ongeveer toe kon gaan. Het titelpersonage van dat boek, een jongedame uit een gegoed Haags milieu, wordt verliefd op operazanger Theo Fabrice. In eerste instantie is het een liefde op afstand, waarbij foto's een belangrijke rol spelen. "Zij zou zich een album aanschaffen, voor verschillende soorten portretten van hem, Fabrice. Het zou een klein heiligdom harer liefde zijn, waarin zij over de beeltenis van haar afgod zou kunnen dwepen, en waarvan niemand het bestaan zou gissen. Een heimelijk genoegen overglansde haar gelaat bij het voornemen en bij de gedachte, dat zij zooveel te verbergen had voor het oog van anderen; zij kreeg iets zeer belangwekkends voor zich zelve en zij gevoelde een leegte in haar ziel al meer en meer vullen met de schatten van haar passie."

Het blijft niet bij plannen. Het album komt er en wordt Eline's persoonlijke schat, opgeborgen in een lade van haar schrijftafel. "Heimelijk glimlachend haalde zij er een album uit, een cadeau aan zichzelve, en ontsloot het... Het bevat enkele portretten van Fabrice, in verschillende kostumes, en die zij reeds eenigen tijd met veel tact, maar steeds met een kloppend hart gekocht had, nu eens in dezen, dan eens in genen winkel, nooit er voor terugkomende in denzelfden, steeds bevreesd, dat de winkelier iets van haar gedachten raden zou."

Fotograferen in de matig verlichte theaters leverde in die jaren problemen op. Wie goede foto's wilde hebben, moest de gang maken naar de studio's van professionele fotografen. De van oorsprong Duitse fotograaf Albert Greiner hield er de nodige klandizie aan over. Zijn zaken zaten op de Nieuwendijk in Amsterdam, dichtbij het Nes waar de meeste podia waren gevestigd. Greiner maakte daar heel veel portretten, vooral ook van gewone burgers. Om die te verlevendigen beschikte hij over de nodige attributen. Zo kon hij kiezen uit tientallen stoelen.

De fotograaf had gevoel voor compositie, voor het neerzetten van zijn onderwerp.

Mensen uit de toneelwereld brachten behalve kostuums, pruiken en aanplakbaarden hun talent en gevoel voor expressie mee. Dan kon echt iets fraais ontstaan.

Een van de acteurs die zich door Greiner liet vastleggen was Louis Bouwmeester. Die was groot geworden in de wereld van variété, vaudeville en volkstoneel, maar werd in 1879 - hij liep al tegen de veertig - geëngageerd door Het Nederlandsch Toneel, opgericht door en bestemd voor welgestelde, kunstminnende, intellectuele burgers. Daar hadden ze goed gezien dat de acteur meer in zijn mars had.

Bouwmeesters glansrol werd die van de Joodse woekeraar Shylock in de komedie 'De koopman van Venetië'. Hij schitterde voor het eerst in die rol in 1880. De pers schreef lovende recensies: "Gekromd in zijn vuile kaftan, met diepliggende, koortsige ogen en wraakzuchtig hijgende mond, de baard als van een bok recht naar voren stekend, met het mes geklauwd in de krampende handen, zo kwam telkens weer Shylock op zijn slachtoffer af om hem het hart uit het lijf te kerven." Bouwmeester riep met zijn doorleefde vertolking van de Joodse woekeraar niet alleen afschuw, maar ook medeleven op met het tragische personage.

Het was niet alleen een doorbraak voor Bouwmeester. De uitvoering van 'De koopman van Venetië' zorgde er ook voor dat het repertoire van Shakespeare definitief een plek kreeg op de Nederlandse podia. Het Nederlandsch Toneel brak nadrukkelijk en succesvol met de traditie om het seizoen te openen met iets lichts en leutigs.

Bouwmeester bleef de rol van Shylock altijd spelen, in totaal zo'n tweeduizend keer. Hij zou er zelfs mee te zien zijn in Brussel, Berlijn, Parijs, Wenen, Londen en Shakespeare's Stratford-upon-Avon. Bouwmeester hield ook daar vast aan het Nederlands. Acteurs die de taal van het land in kwestie wel machtig waren stonden hem terzijde. Het geeft aan hoe imponerend Bouwmeesters vertolking voor de toeschouwers in die tijd moet zijn geweest.

Iets van die fascinatie wordt zichtbaar op Greiners foto van Bouwmeester als Shylock. Een Pierre Bokma (twee keer winnaar van de naar Bouwmeester genoemde toneelprijs Louis d'Or) zou het subtieler aanpakken, maar zelfs 125 jaar na dato is voorstelbaar hoe de acteur een zaal in zijn greep hield.

Mede dankzij Greiner waren de toeschouwers naar binnen gelokt of hielden ze na afloop een blijvend aandenken.

s l u i t e r t i j d

v a n d a g u e r r e o t y p i e n a a r f o t o g r a f i e

1 8 8 5

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden