Heilige boeken

Wie spot met Anne Frank, wordt terecht beschuldigd van blasfemie

Het zat er aan te komen en deze maand is het dan zo ver, het dagboek van Anne Frank staat online. Twee Fransen, parlementariër Isabelle Attard en communicatiewetenschapper Olivier Ertzscheid, hebben 'Het Achterhuis' op hun blogs gezet. Zeventig jaar na de dood van Anne zijn haar auteursrechten volgens hen verlopen. Of dat klopt is de vraag, want zoals u maandag misschien al las in Trouw, overweegt het Anne Frank Fonds (niet te verwarren met de soepeler Anne Frank Stichting) juridische stappen. Volgens hen ligt het auteursrecht bij Anne's vader Otto, die Anne's teksten tot één geheel samensmeedde. Vader Frank (die de rechten overdroeg op dit fonds) stierf in 1980.

Ik zou zulke juridische ruzies hier niet aansnijden, als er niet een andere kwestie achter lag, namelijk de vraag of Anne Frank beschermd moet worden tegen wat je misbruik van haar naam zou kunnen noemen. Dat is namelijk wat het Anne Frank Fonds doet met het geld dat het verdient aan de verkoop van 'Het Achterhuis' . Bestuurslid Yves Kugelmann formuleerde het in The New York Times zo: "Toen ze stierf, was ze een jong meisje van niet eens 16. Wij beschermen haar."

Die taak vervult het fonds met verve. Het weerhield een Singaporees exportbedrijf ervan zich de naam Anne Frank toe te eigenen, net als de Spaanse producent van een spijkerbroek. En toen de Amsterdamse Anne Frank Stichting dagboeken met haar naam erop wilde verkopen, tekende het fonds protest aan. Elk plan 'iets te doen' met Anne Frank, moet aan dit fonds worden voorgelegd. Soms stemt het bestuur toe, maar vaak ook niet.

Verschrikkelijk, vindt Ertzscheid dat. Hij wil très chère Anne (zo spreekt hij haar aan) bevrijden uit de 'donkere grot' waarin zij jarenlang opgesloten zat. "Wie zijn zij, Anne, om zich te verzetten tegen jouw toegang tot het publieke domein?" Het Trouw-commentaar sloot zich woensdag bij zijn ideeën over 'bevrijding' aan.

Het klinkt misschien vreemd, maar ik vind Ertzscheids oproep aan Anne zelf nogal smakeloos. Niet zo smakeloos als een exportbedrijf en een kledingfabricant die zich willen tooien met de naam Anne Frank, maar het komt in de buurt. En die irritatie versterkt mijn sympathie voor het gevecht van het fonds om Anne Franks naam te beschermen tegen sentimentele, commerciële of beledigende pogingen er met haar naam vandoor te gaan.

Natuurlijk kun je je afvragen hoe lang je het verbíeden van Anne Frank-mechandise en wat dies meer zij kunt volhouden - en op welke gronden. Maar dát iemand dat nog probeert, dat er nog een club is die zich druk maakt over Anne Frank-annexatie, stemt mij eerder tevreden dan kwaad. Het is een teken dat zelfs ongelovige Europeanen nog gevoelig kunnen zijn voor blasfemie - voor het schenden van heilige of bijzonder betekenisvolle symbolen.

Daarmee bedoel ik niet dat Anne Frank een heilige was, gelukkig was ze dat niet, maar ik bedoel wél dat ook het 'vrije' Westen symbolen kent die het met meer respect wil behandelen dan andere, dat het (net als veel moslims) geschokt kan worden als zulke symbolen bespot worden, of geannexeerd. Dat zoiets niet altijd grappig is. En dat je dat dan mag zeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden