Review

Heidens genot klinkt als een dorpsorkest uit India

Het was een heerlijke avond van heidens genot. We waren getuige van de geboorte van Apollo, vier dagdelen uit het leven van Brahma en een maagdenoffer aan Yarillo. Op het programma van het Concertgebouworkest onder leiding van Michael Tilson Thomas stonden vrijdag 'Apollon Musagète' en de Sacre du Printemps' van Igor Stravinsky en 'Aïon' van Giacinto Scelsi (1915-1982).

De avond werd geopend met het kamerballet 'Apollon Musagéte' dat Stravinsky schreef voor een sponsor van de grootste bibliotheek ter wereld, de Library of Congress. Het was bedoeld voor een besloten avond in een kleine zaal in de bibliotheek. Die avond werd er ook gedanst op de 'Pavane pour une infante défunte' van Ravel en op muziek van Jean Joseph Cassanéa de Mondonville, een Franse componist van muziek in de style galant uit het begin van de 18de eeuw. Het werk van Stravinsky past wat stijl betreft perfect in dit rijtje. Het is elegante muziek in een soort pre-Mozartstijl met nadruk op melodische formules.

Hierna maakte Apollo, de Griekse god van de wijsheid, plaats voor Brahma. Het stuk van Scelsi heet weliswaar 'Aïon', wat voor oude Grieken de personificatie was van de eeuwigheid, maar het gaat om één dag uit het leven van Brahma, een dag die overigens negentigduizend mensjaren duurt. Volgens Scelsi zijn de meeste verklarende inleidingen bij een stuk muziek onbevredigend. ,,Wat moeten de luisteraars met al die technische begrippen en die historische kennis'', vraagt hij zich af in zijn essay 'Sinn der Musik', om vervolgens vier nieuwe begrippen te introduceren die wel bruikbaar zouden zijn. Michael Tilson Thomas omzeilde dat probleem door tijdens zijn korte introductie van het werk gewoon voor te zingen waar het de componist eigenlijk om ging. 'Aïon' draait om het onderzoeken van de ruimte rondom één toon. Het kent geen melodieën, alleen maar enkele losse tonen. Het is een stuk van grote passen maar weinig beweging en heel veel klankkleuren. De instrumentatie deed het meest denken aan een dorpsorkest uit India met veel schetterend koper. Tilson Thomas benadrukte dat het werk spirituele bedoelingen heeft, en daarmee past het perfect in deze postmoderne tijd van New Age.

Na de pauze volgde de godheid Yarillo, voor wie een maagd zich in de 'Sacre du Printemps' letterlijk dooddanst. Dat werk heeft inmiddels geen introductie meer nodig.

De gemeenschappelijke noemer van de avond zat niet zozeer in de composities maar in het orkest. De stukken lijken te zijn gekozen op basis van de kwaliteiten van het orkest. Het ging om de prachtige klankkleuren die het Concertgebouworkest kan maken en de technische perfectie waarmee de musici samenspelen, zoals vrijdagavond weer bleek.

Wil zo'n avond een succes zijn, dan moet het publiek zich overgeven aan de gedachte van muziek als pure klank, aan muziek met de mooiste kleuren en opwindende ritmes. Omdat Tilson Thomas tijdens het slotapplaus drie keer de trappen op en af moest, lijkt dat wel gelukt te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden