Column

Heesto san terug in Japan: Nog een kopje thee?

Schrijver Detlev van Heest reist kort na de kernramp door Japan, het land waar hij twaalf jaar woonde. In deel 3 bezoekt hij oude buren.

Van der Meent, asgrauw, kwam zijn huis uit. Hij was niet te vermijden. Ik liep zijn pad op. "Dat is lang geleden."

"Heesto-san!"

"Ik wou door mijn oude buurt lopen. Hoe is het met uw gezondheid?" Hoe heette die verdomde ziekte van hem ook weer in het Japans? "Goed." Hij trok de deur open. "Hier is Heesto-san!" "Ik kom u niet storen."

Mevrouw Van der Meent hield haar haar met beide handen vast. "Ik ben niet gekapt. Komt u binnen." "Ik blijf maar een moment."

Ze zette Japanse thee, schilde een mango en legde de parten in een laagje yoghurt. Haar man praatte over de ramp. "Een kwart van ons land is vernield. Om van de ellende met die kerncentrale maar te zwijgen!" Hij zette de televisie aan. "Het programma van mijn dochter. Die regisseert de uitzending over de vermisten!"

Ik schoof de vrucht en yoghurt naar binnen. "Uw zoon is toch ook regisseur bij NHK?" "Van kanaal vijf! Overmorgen. Tussen acht en tien 's ochtends. Dat is zijn programma!" blafte hij.

"Ik heb een boek geschreven." Hij keek van de tv naar mij en weer naar het toestel. "Een boek over Japan?" "Over deze buurt. U komt er nauwelijks in voor." "O, gelukkig!" reageerde zij giechelend. "Hoeveel bladzijden?"

"Zeshonderd."

"Allemachtig!"

"Over mevrouw Suzuki gaat een hoofdstuk. Over echtpaar Zevenzeeën ook. En over meneer Van Tricht."

Van der Meent gaf me zijn visitekaartje. "Alstublieft!"

"U bent geen rechter meer in de Raad voor de Journalistiek?"

"Ik moest met alles ophouden. Hebt u een visitekaartje?"

"Eh, nee. Ik zal mijn gegevens op een briefje schrijven."

Hij bekeek mijn adres. "Is dit een c?"

"Ja."

"Als ik visitekaartjes voor u laat maken, wat wilt u daarop vermelden?"

"Eh, ik betaal natuurlijk."

"Dat u schrijver bent? U gaat toch ook naar de plaatsen van het onheil? De mensen die u daar ontmoet, moeten weten wie u bent. U schrijft voor een krant?"

"Ik schrijf voor een landelijk dagblad."

"Schrijver? Of liever journalist? Freelance journalist!" Hij begon te schrijven. "Verder? Natuurlijk uw telefoonnummer en e-mailadres," antwoordde hij zelf. "En uw woonadres in Amsterdam. Dat wekt vertrouwen. Zo zullen we het maar doen. Als u deze week komt eten, dan liggen ze hier klaar."

"Wanneer kunt u komen eten?" vroeg zij.

"Eh, woensdag?"

"Woensdag, om vijf uur!" besliste Van der Meent. "Zal ik mijn invloed aanwenden, zodat u in de rampgebieden kunt komen?"

"Erg vriendelijk van u, maar eh, nee, dank u."

"Schrijft u uw stukken bij de Foreign Press Club?"

"Ik moet er niet aan denken. Hoe is het met de Japanse journalisten, hoe berichten die?"

"Die berichten allemaal hetzelfde!" Hij schakelde door naar een ander kanaal.

"Ik probeer met gewone mensen te praten. Ik wil het gewone leven volgen in deze ongewone tijd." Ik keek van hem naar haar. "Hoe is het met meneer Van Tricht?"

"Meneer Van Tricht bevindt zich in een verpleeginrichting, na een hersenbloeding vorig jaar. Nog een kopje thee?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden