Heesto san terug in Japan: Haaruitval

Schrijver Detlev van Heest reist kort na de kernramp door Japan, het land waar hij twaalf jaar woonde. In deel 10 heeft familie Zevenzeeën een groter probleem.

In de hal omhelsden we elkaar houterig.

Zevenzeeën keek om de hoek: "Ah!" Hij was oud en mager geworden.

"Het is hier piepklein!" waarschuwde zij.

"Het ziet er prima uit."

"Kijkt u maar rond," zei hij. "Desgewenst geven we u een grote rondleiding!" Twee lederen fauteuils vulden een kamertje.

Ik betrad een nog kleiner kamertje met een tafeltje en vier kussens op de vloermatten. "Meer heeft een mens niet nodig!" Ik zette me op een kussen. "Hoe is het met uw broer en zuster in Fukushima?" vroeg ik hem.

"Goed. Na de beving hoorden we dagen niets van mijn zuster. Telefonisch was ze onbereikbaar. We vreesden het ergste, tot ze op een dag de hoorn opnam. 'Hè? Maakten jullie je ongerust? Over mij?' reageerde ze. Mijn familie is niet gemakkelijk uit te roeien."

"Belieft u bonenlekkernijen van het bloesemseizoen?" Mevrouw Zevenzeeën zette een glazen schaal met zoetigheden op het tafeltje.

"Dat ziet er lekker uit."

Twee in boombladeren gewikkelde platgedrukte ballen hevelde ze op een schotel. "Tast u maar toe. Met uw handen," verduidelijkte ze.

"Eet ik de bladeren ook?"

"Ze zijn eetbaar, maar wij eten ze niet." Hij nam een grote hap uit zijn platgedrukte bal.

"Lekker," zei ik met volle mond. "Waar uw zuster en broer wonen, hoe is het daar met de straling?"

"Eh, een beetje zorgwekkend. Ze wonen vijftig kilometer van de centrale. Maar ze zijn al wat ouder, dus maken ze zich niet zo veel zorgen. Zo denk ik er ook over. Sinds ik de zestig gepasseerd ben, denk ik steeds: dit is mijn laatste jaar."

"Dat denk ik sinds mijn twintigste," zei ik.

Mevrouw Zevenzeeën lachte. "Mijn man denkt dat werkelijk."

"Detlev-san, komt u alstublieft in september weer naar Japan. Dan gaan we naar Miyako-eiland om samen te vissen!"

"Vissen ga ik zeker niet."

"O ja, dat is waar ook," zei hij lachend.

De familie worstelde met een groter probleem dan de radioactieve straling, zo onthulde mevrouw Zevenzeeën toen ik naar hun enige kind informeerde. "Met hem gaat het heel goed. Zijn werk vindt hij niet prettig, maar om zijn huur te kunnen voldoen, moet hij dat kantoorwerk blijven doen. Onlangs is er narigheid geweest met zijn gezondheid."

"Ernstig?"

"Dat is te zeggen. Plotseling werd hij kaal op zijn achterhoofd." Ze drukte op haar achterhoofd. "Hij had het zelf niet gezien."

"Maar hij werd al een beetje kaal," herinnerde ik me. "Uw man verloor zijn haar toch ook vroeg?"

"Dat is een andere vorm van haaruitval," zei ze.

"Mijn haardos is weleens voller geweest." Hij streek over zijn kale bol. Alleen in de buurt van zijn oren voerde een verwaarloosbaar aantal sprietjes een ongelijke strijd tegen de onvermijdelijkheid.

"Onze zoon hebben we aangeraden ermee naar de dokter te gaan," vervolgde ze met een zorgelijk gezicht. "Die stelde vast dat zijn haar uitviel door de zenuwen. Gelukkig lijkt die kale plek nu weer dicht te groeien."

"U hebt uw haar nog," stelde hij vast.

"U hebt nog geen grijs haartje," zei ik tegen haar.

"Een paar, maar nog bijzonder weinig."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden