Column

Heesto san terug in Japan: 'Epicentrum bij u!'

Schrijver Detlev van Heest reist kort na de kernramp door Japan, het land waar hij twaalf jaar woonde. In deel 16 schuift en schokt de bodem.

Mijn onderkomen in Sendai houdt het midden tussen een legbatterijhok en een doodskist. Het is 80 centimeter hoog, 90 breed en 180 lang. Zuurstof krijg ik als ik het gat in mijn 'capsule' niet met het acrylgordijn afsluit. In mijn hok is het alleen uit te houden als ik me van al mijn kleding ontdoe en roerloos op het dekbed lig. Naast, boven, voor en achter me zijn 47 van deze hokken. Dit was de enige vacante slaapplaats in de, met haar 1,1 miljoen inwoners, grootste stad van het catastrofegebied.

Vlak voor mijn vertrek vanmiddag uit Fukushima las ik een e-mail uit Nederland. Een biologe waarschuwde me in Fukushima geen vers plaatselijk voedsel tot me te nemen. Daarin zou ruimschoots voldoende radioactieve cesium zitten om mijn lichaam te 'verwoesten'.

Gedurende mijn verblijf in Koriyama en Bandai-Atami had ik reeds naar hartelust vers plaatselijk voedsel verteerd, nadat ik een uit Koriyama stammende filmster voor de televisie hoorde verklaren dat hij niets anders eten wou dan verse groente uit zijn geliefde provincie Fukushima. Onderwijl zwaaide de filmster met een zak komkommers. De zak komkommers overtuigde me.

Ik vroeg me vandaag af hoe mijn collega Cees (spreek uit als Sees, zoals in cesium) Nooteboom een reis door dit gebied zou vereeuwigen. Ik zag hem voor me: uit zijn riksja zou hij in het weggevaagde havengebied van Sendai dat ene kerseboompje ontdekken dat in weerwil van de elementen overeind was gebleven en de even prille als tere bloesem die zich in de oksel van de onderste, deerlijk gekwetste tak schuw aan hem openbaarde, zonder dat iemand anders dan Cees in dat hellelandschap vermocht te bevatten welk een wrange schoonheid gedijt op het slagveld van het lot. Grootse, Nobelprijswaardige literatuur zou het opleveren.

Helaas heb ik geen oog voor dat soort dingen. Mijn woordenschat is te klein, mijn verbeelding te beperkt en mijn ego te lang gegijzeld door mijn zelftwijfel.

Sendai ligt ruim 120 kilometer ten noorden van de kerncentrale Fukushima nr. 1. De wind waait dezer dagen naar het noorden. Een vriend van Heiland wachtte me hier bij het busstation op. De man, Smart geheten, boog en gaf me een mondkapje. Smart droeg er zelf ook een.

Op dit moment schuift en schokt de bodem. Er wordt gegild. Ik verlaat mijn doodskist, trek de stekkers van twee omgevallen lampen uit het stopcontact. Opeens besef ik dat ik in mijn blote kont tussen tientallen geschokte kerels op de been probeer te blijven. Ik mompel een verontschuldiging.

Mijn zaktelefoon gaat.

"Heesto san!" Het is Van der Meent, de nieuwskoning uit Nieuwloofwijk. "Bent u in veiligheid?! Zeven komma vier! Epicentrum bij u!"

Smart gaf me dus een mondkapje: "Tegen de radioactiviteit." Ik wou eigenlijk over de dodelijk saaie avond met Smart schrijven, maar ik ben te zeer in de ban van mijn gewaarwordingen. Drie kwartier na de beving is de grond nog niet bedaard, alsof er een grommend ongetemd beest uit een capsule onder me probeert te breken. (Ik vrees dat er toch een kleine Cees Nooteboom in mij schuilt.)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden