Heerlijk buitengevoel

Fietsen in het land van Maas en Waal is een tocht vol heerlijkheden.

Links, tegen de slootkant, zien we de dotters en de irissen in helder geel. Rechts staan de lila pinksterbloemen, de boterbloemen en de rode klaver in volle glorie in het gras. Het heerlijke buitengevoel krijgt ons in zijn greep. Dan rijden we de dijk op. Daar slaat de extase toe bij het vergezicht. Het dichtstbij liggen de groene uiterwaarden en daarachter glinstert in de zon de zacht kabbelende rivier. Er tuft een plezierjachtje en wat verderop naar rechts wappert het zeil van een boot. In de verte ligt een dorp stil te zijn. Voor het eerst in ons leven werpen we een blik op het Land van Maas en Waal. We kennen het tot dusver alleen van de hit van Boudewijn de Groot uit 1967.

Het is een tocht vol heerlijkheden. Nee, niet lekkernijen, maar landerijen en landgoederen waar een ’heer’ zijn regels mocht stellen en zijn heffingen mocht opleggen. Hij begint aan de rand van het rivierenland, op de zuidoever van de Maas. Megen, nu behorend tot de gemeente Oss, is van de vestingsteden in Nederland een van de kleinste met amper 1700 inwoners. Aan de vesting van weleer herinnert alleen nog de Gevangentoren. Destijds, toen Megen in 1357 stadsrechten kreeg, had het vier torens. Het stratenpatroon in het stadje is nog steeds middeleeuws. Als een van de noordelijkste punten van het Nederland van bezuiden de grote rivieren was het stadje een toevluchtsoord voor katholieken die zich bedreigd voelden door de protestanten. Franciscaner monniken en clarisser nonnen vonden er onderdak.

Via dorpjes als Dieden en Dedem sta je langs de oever van de Maas te wachten om je met Het Heerlijke Veer – een voetveer – te laten overzetten naar een van de oudste steden van Gelderland: de heerlijkheid Batenburg. Al in 327 stond hier een kasteel en daarvoor hadden de Romeinen er een tempel. Van het slot rest alleen nog een ruïne; het is meermalen ingenomen en in brand gestoken. De begroeide brokstukken die er nog staan zijn van de Bronkhorstertoren en de poorttorens.

Zo’n 600 mensen wonen er rondom de oude, hervormde, Sint Victorkerk, die van binnen sterk het stempel draagt van de ’heren’ van deze heerlijkheid de van Bronckhorst-Batenburgs. Er liggen oude grafzerken, er hangen oude rouwborden en het doopvont is 13de-eeuws Romaans. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zaten in de kerk Amsterdamse Joden ondergedoken; tijdens de zondagse diensten gingen de onderduikers even naar de zolder van de kerk. De aanwezigheid van de hervormde kerk geeft aan dat het Land van Maas en Waal frontgebied was tussen protestanten en katholieken. De bevolking van het gebied is, ondanks verwoede pogingen tot bekering, altijd in hoofdzaak katholiek gebleven, maar er was ook een protestantse elite.

Via het Laakse bos gaat het westwaarts de Maas volgend de kant op van Appeltern. Ook deze heerlijkheid heeft een bekendheid die de grootte van het dorp – 800 inwoners – verre te boven gaat. Joan Derk van de Cappellen, die al eind 18de eeuw de democratie in Nederland wilde vestigen en daarmee zowel regenten als Oranjegezinden de gordijnen in joeg, heeft er op het landgoed gewoond. En theoloog Hendrik Berkhof is in Appeltern geboren. En dan zijn er natuurlijk ’de tuinen’. De modeltuinen trekken jaarlijkse tienduizenden bezoekers, maar we laten ze links liggen. Wel staan we even stil bij de buitenkant van het oude stoomgemaal De Tuut. Het is het enige van de 34 stoomgemalen in dit doorgaans laaggelegen gebied dat is bewaard gebleven. In 1967 werd De Tuut – uit 1916-1918 – ingeruild voor het dieselgemaal Bloemers en 17 jaar later kocht een monumentenstichting het totaal vervallen gebouw om het beetje bij beetje op te (kunnen) knappen.

We trekken langs de rand van het dorp de richting op van Horssen, ook alweer een heerlijkheid. Het wat grotere dorp – 1600 inwoners – is gegroepeerd rond drie kerken. Daarvan is die met de oudste papieren, de middeleeuwse sint Bonifatius aan het Kerkpad, sinds 1988 niet meer als godshuis in gebruik. Nu is er na jarenlange leegstand een ’centrum voor persoonlijke groei en bewustwording’ in gevestigd. Toch nog iets spiritueels, gelukkig. We scheren nog even langs het dorpje Altforst en het recreatiegebied De Gouden Ham voor we ons, weer bij Appeltern, ten tweeden male met het veer – nu een groot met ook plaats voor auto’s – laten overzetten.

We zijn weer in Megen en daar is zowaar een fietsbordje dat verwijst naar Oss met zijn treinstation. Want dat, beste ANWB, moet ons nog wel even van het hart: wie via het spoor naar Megen wil – en niet de fietsen op de drager van de auto laadt – zoekt zich in Oss gek naar een goeie route. Langs de Megensebaan mag je niet met de fiets rijden en via de bedrijventerreinen loop je uiteindelijk vast. Niet iedereen is, zoals wij, bereid een halve kilometer door de berm van de autoweg te ploegen. Dus ANWB, aan de slag met een fietsroute tussen Oss en Megen!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden