Heelmeester Beenhakker in Mexico: passie is de basis van topsport

Aan de Calle del Torro in het rijke zuiden van Mexico-Stad scanderen bont uitgedoste cheergirls de naam America. Voetbal in Mexico is spektakel, ook al gaat het om een simpel trainingspartijtje. Het gejoel van het blote-billen-ballet wordt af en toe overstemd door hard gebrulde instructies van de trainer. Voor de rest zwerft deze lange, schijnbaar wat onverschillig voortsjokkende slungel als in gedachten verzonken over het veld.

Laat maar sjouwen, geen beweging die ontsnapt aan het oog van de havik die Leo Beenhakker heet. Sinds vorig jaar juli traint Nederlands meest internationale oefenmeester America, de grootste en rijkste club van Mexico. In een vloek en een zucht bracht hij het in het slop geraakte 'speeltje' van de schatrijke mediabaron Emilio Azcárraga terug naar de top van de Mexicaanse Liga.

Wie bovenaan in de Liga speelt, kan het zich permitteren een wedstrijdje te verliezen. Zo ook America. Maar veel Mexicanen bekruipt terstond de twijfel. Het is een van de redenen waarom Beenhakker naar eigen zeggen al vier dagen achtereen wordt belaagd door een meute Mexicaanse journalisten, die hem blijft bestoken met vragen over het meest recente verlies van America tegen Santos. De met 2-0 verloren wedstrijd is ook het gespreksthema van het vragenuurtje na afloop van de training. Don Leo trekt alle registers van de retorica open. Tien minuten lang toont hij zich een meester in het niets zeggen. Elke beginnende politicus zou zo bij hem in de leer kunnen.

Grote leugen

Later, op een bankje in de schaduw van de bomen voor het clubgebouw van America, laat de kettingrokende Nederlandse topcoach met een gekwelde zucht weten dat hij soms geen andere keus heeft dan wat diplomatiek geschipper. “Er zijn nu eenmaal dingen in het voetbal die je binnenskamers moet houden. Of je nu in Zwitserland, Spanje of Nederland werkt, overal en altijd moet je even diplomatiek zijn.

Hier ligt dat nog weer anders, domweg omdat het niveau van de Mexicaanse voetbalpers nul is. Nul. Iedereen die hier niets te doen heeft, koop een recordertje en noemt zich sportjournalist. Tachtig procent van wat je zegt, komt op een vertekende manier in de krant.''

De in Rotterdam-Zuid geboren trainer zwerft al zesentwintig jaar over de wereld. Hij werkte onder meer vijf jaar bij Ajax, vertoefde zeven jaar in Spanje en was twee maal interim-bondscoach van het Nederlands Elftal. Hij heeft weinig trek om over het verleden te praten. “Ik haat levensverhalen. Teruggaan in het verleden is één grote leugen. Simpelweg, omdat je je alleen maar de leuke dingen herinnert. Dat is maar goed ook. Het menselijk brein is zo goed geprepareerd dat het in staat is de vervelende dingen weg te douwen. Een natuurlijk beschermingsproces. Stel, dat je een leven lang alle nare herinneringen met je mee moet sjouwen.”

Vorig jaar vertrok hij na een kort en financieel waarschijnlijk niet onaantrekkelijk verblijf in Saoedi-Arabië naar Mexico-Stad om er America uit het slop te halen. De club presteerde de afgelopen vier jaar weinig tot niets. De situatie waarin hij de verlopen club aantrof, vergelijkt hij met die van het achteruitgeholde PSV. Beenhakker moest op zoek naar een voetbalconcept dat niet alleen regelmatig overwinningen zou geven, maar dat tevens het publiek zou aanspreken. “Wij zijn met beide bezig. Wij spelen vanaf het begin bovenaan in de Liga. In vergelijking tot vorig jaar trekken wij tweehonderd procent meer publiek. Wij zitten gemiddeld op tachtigduizend mensen per week”.

Schoon schip

Beenhakker (53), open en recht door zee, soms quasi onverschillig achteroverhangend, gekweld zuchtend als iets hem niet aanstaat, houdt niet van zachte heelmeesters. Zowel technisch als organisatorisch maakte hij bij America radicaal schoon schip. “Dat is hard en vervelend voor de betrokken mensen, maar het is de enige manier. Als je vier jaar lang niets hebt gepresteerd, kun je twee dingen doen: of je vervangt de verantwoordelijke mensen of je probeert ze te veranderen. Nou, dat laatste kun je wel vergeten. Die mensen zitten in een bepaald patroon. Dat lukt niet meer. Daarom hebben wij de interne staf en een deel van het elftal vervangen. Tot datzelfde inzicht zijn ze nu ook bij PSV gekomen.”

De nieuwe coach van America stelde een vrijwel geheel nieuw elftal samen. Geld was geen probleem. Azcárraga behoort tot een van de rijkste lieden ter wereld. Hoe rijk de club is, zegt Beenhakker niet te interesseren. “Als ik wat nodig heb, trek ik aan de bel en krijg ik alles wat nodig is voor de verbetering van de kwaliteit van het elftal.”

Pedagoog

Beenhakker heeft zich gedurende zijn lange carriére laten kennen als de grote pedagoog als er twintig individuen tot een groep moesten worden gesmeed. In aanleg noemt hij elke speler een egoïst. “Hij zoekt in eerste instantie het beste voor zichzelf. Dat verschijnsel steekt met name de kop op als het met een ploeg slecht gaat. Dan krijg je van die zieke situaties als bij PSV. Het eerste waar je dus voor moet zorgen, is dat de spelers met elkaar en voor elkaar spelen en daarna pas voor zichzelf. Dat hoeft niet te betekenen dat het individu zijn persoonlijkheid moet opgeven. Nee, hij moet alleen leren om op het juiste moment zijn kwaliteiten in dienst te stellen van de rest van de groep. Dat is de basis, waar je ook werkt.” Bijna aanmatigend stelt hij vast: “Wat dat betreft, kan ik zeggen dat ik zoiets meestal voor elkaar krijg, ook hier bij America.”

Beenhakker wil in eerste instantie niets weten van mogelijke verschillen in houding en mentaliteit tussen Mexicaanse en Europese voetballers “Je hebt hier jongens die altijd willen werken en je hebt van die luie flikkers. Maar die heb je in Nederland ook. Ik zie weinig verschillen. Voetbal is universeel. Iedereen wil altijd maar weer etiketjes plakken. Dan denk ik: Jongens, lul nou toch eens op.” Enig doorvragen leert dat er wel degelijk verschil bestaat, ook al gaat het om nuances. Neem Kalusha bijvoorbeeld. Volgens Beenhakker een speler die door zijn ervaring in Europa gewend is om wat collectiever te spelen. “In Europa spelen wij meer in dienst van de groep, socialer. Hier speelt men in het algemeen gezegd wat individualistischer.”

Temperamentvol

De Nederlandse topcoach werkte drie jaar bij het Spaanse Zaragoza en vier jaar bij Real Madrid. Wat hem in het Zuideuropese en Latijns-Amerikaanse voetbal aanspreekt, is de emotie. “Ik houd van mensen die temperamentvol zijn. Dat vind ik belangrijk. Passie is de basis van topsport. Die vind je in deze landen meer dan in het koude Noorden. Iedereen speelt hier met zijn hart. Dat levert in het veld ook wel nadelen op. Maar tja, ik zit toch liever in een situatie waarin ik spelers moet afremmen dan aanmoedigen.”

Voor het systeem van de Mexicaanse Liga heeft Beenhakker geen goed woord over. Sterker, hij zegt er zelfs geen lor van te begrijpen. Voor hem is het normaal dat de ploeg die aan het eind van het seizoen bovenaan in de competitie staat kampioen is. Niets van dat alles in Mexico. “Hier maakt het geen reet uit of je na achtendertig wedstrijden als eerste of achtste eindigt. Want vervolgens ga je met de eerste acht play-off wedstrijden spelen, een soort nacompetitie, met dit verschijnsel dat het om eenmalige wedstrijden gaat. Dat is een knock-out systeem dat nergens op slaat. Waanzin.”

Hij steekt een nieuwe sigaret op, kijkt ongelukkig om zich heen en verzucht: “Ik kan natuurlijk wel tegen dat systeem aanschoppen, en binnenskamers doe ik dat ook wel, maar ik ben hier ook maar een gastarbeider.”

Half februari stonden elf van de negentien trainers in de Mexicaanse Liga op straat. Beenhakker kan er zich niet druk over maken. Hij vergelijkt de situatie met die in de Bundesliga, waar er volgens hem per jaar soms nog meer uitvliegen. “Het is gewoon des voetbals”, al voegt hij toe dat hij het niet gezond acht als een club vaak van trainer wisselt. “Ik vind dat je in de voetballerij continuïteit moet nastreven.”

Tijger

Beenhakker woont in Cuernavaca, tachtig kilometer ten zuiden van de vierentwintig miljoen inwoners tellende metropool Mexico-Stad. Cuernavaca, de stad van de eeuwige lente, is vanwege haar milde klimaat de favoriete woon- weekendbestemming voor politici, zakenlieden, kunstenaars, filmsterren en iedereen die wenst te ontsnappen aan de heksenketel, die Mexico-Stad is. Ook Beenhakker zijn broodheer, Emilio Azcàrraga, alias De Tijger, eigenaar van het tv-station Televisa, heeft er een optrekje.

Wie in Mexco wil ontsnappen aan de schaduw van Azcárraga kan maar het beste in het donker gaan zitten. Gemiddeld negentig procent van alle Mexicaanse tv-toestellen is elke avond afgestemd op een van de honderdzeventig televisiestations van Televisa. Het grootste Spaanstalige mediabedrijf ter wereld, met aanzienlijke belangen in de Noordamerikaanse mediamarkt, zendt zijn programma's in tweeënvijftig landen uit. Azcárraga is er vaak van beschuldigd dat hij Televisa tot spreekbuis heeft gemaakt van de PRI, de partij die het in Mexico al vijfenzestig jaar aaneen voor het zeggen heeft. Afgezien van de niet geheel 'schoon' verlopen verkiezingen van vorig jaar slaagde de PRI erin haar macht te consolideren, niet in de laatste plaats door direkte steun van Televisa, zoals het weekblad Processo in een analyse van de verkiezingen betoogde.

Beenhakker ontkent dat er geen restricties zijn gesteld aan zijn omgang met de pers. “Ik ben helemaal vrij. De sponsor, Televisa, onderkent dat het voetbal van iedereen is. Dat zij de rechten hebben om de wedstrijd exclusief uit te zenden, dat is normaal.” De aantijging dat Azcárraga nauw gelieerd zou zijn aan de vaak corrupt genoemde PRI doet Beenhakker af als geruchten. “Men zegt en ze zeggen. Iets houdt mij pas bezig als het concreet is. Het zijn van die Privé-en Storyverhalen.” Korzelig voegt hij toe dat het niet meteen in het negatieve moet worden getrokken, mocht zijn sponsor wel banden met de PRI hebben. “Misschien heeft de directie van de NOS wel VVD gestemd. So what? So what? Mag Ajax niet in een shirtje van ABN Amro lopen, omdat die bank misschien iets met het vroegere Zuid-Afrika heeft gehad? Ik zie dat verband niet zo. Ik vind dat zulke mierenneukerij.”

Het is in ieder geval geen gerucht dat Don Leo vorig jaar reeds is gevraagd om aan het eind van het seizoen voor twee jaar bij te tekenen. De coach wil daarmee nog even wachten. “Kijk, America is een fantastische club om bij te werken. Iedereen is vriendelijk, aardig en beleefd. Maar je leert een club pas echt kennen als het drie weken lang slecht gaat. Daarom wil ik nog even wachten.” Een andere reden om voorlopig niet bij te tekenen, heeft te maken met de twijfel of hij het werk in het van luchtverontreiniging altijd hoestende en rochelende Mexico-Stad nog wel twee jaar moet doen. “Het werk kost mij hier meer kracht dan normaal. Door de combinatie van hoogte, warmte en luchtvervuiling voel ik mij niet elke dag op en top fit. En dat heb ik nog nooit gehad.”

Resoluut

Enkele maanden voor zijn vertrek naar Mexico liet hij in een vraaggesprek met Elsevier weten dat “hij nog eenmaal een echt kunstje wilde doen, mits zich de juiste ploeg aandient.” Op de vraag of dat kunstje America betreft, zegt hij resoluut: “Nee, dat kunstje houdt in dat ik nog een keer met een goede ploeg Europees voetbal wil spelen.” Met welke ploeg? Feyenoord wellicht, zijn oude ideaal? Aarzelend: “Nou goed, vooruit dan . . . Ik zou best nog wel eens bij Feyenoord willen werken. Maar wat ik zou willen, is geen obsessie voor mij.”

Leo Beenhakker steekt een nieuwe sigaret op, zucht diep en noemt de conclusie dat zijn verblijf in Mexico wellicht een tussenstation is totale onzin. “Dat zou het andere uiterste zijn. Ik heb geen tussenstations. Overal waar ik werk, werk ik met heel mijn ziel en zaligheid. Een tussenstation suggereert zoiets van: Ik ga het hier even kalm aan doen. Dat bestaat niet in het voetbal.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden