Héél langzaam verovert het Rupsje Nederland.

Hij ligt bij de Hema, hangt in het museum, en is gast van de Kinderboekenweek.

Wie kent 'Rupsje Nooitgenoeg' niet? Op een warme zondagmorgen komt hij uit zijn eitje gekropen. Elke dag eet hij zijn buikje vol. Op maandag vreet hij zich dwars door een appel heen, op dinsdag door twee peren, op woensdag door drie pruimen, op donderdag door vier aardbeien en op vrijdag door vijf sinaasappels.

Op zaterdag gaan alle remmen los en werkt hij tien lekkernijen weg, van een stuk chocoladetaart tot een meloen. Die vreetbui wordt afgestraft met buikpijn. Maar de volgende dag is de inmiddels flink uitgedijde rups weer beter en bouwt hij een huisje voor zichzelf: een cocon. Daarin blijft hij twee weken zitten, knabbelt zich dan een weg naar buiten en komt te voorschijn, als een prachtige vlinder.

Dit is een notendop het verhaal van Rupsje Nooitgenoeg van de schrijver Eric Carle, waarmee al miljoenen kinderen zijn opgegroeid. Sinds de verschijning in 1969 staat 'The Very Hungry Caterpillar' jaar in jaar uit hoog op de lijst van favoriete peuter- en kleuterboeken. Wereldwijd zijn er meer dan 20 miljoen exemplaren van dit prentenboek verkocht, dat in meer dan 30 talen werd uitgebracht. In Nederland verscheen de rups 35 jaar geleden op het toneel en sindsdien is hij nooit meer weggeweest. Er verschenen al meer dan 40 drukken van het boek. Om dat te vieren en ook omdat Carle dit jaar 75 is geworden, zijn er allerlei activiteiten georganiseerd in en rond de Kinderboekenweek.

Ook de Hema haakt in op de populariteit van het rupsje en gaat -geïnspireerd door het succes van de Jip en Janneke-artikelen- zijn assortiment uitbreiden met houten speelgoed, puzzels, spelletjes en andere spullen voor kinderen met daarop illustraties van Carle. De schrijver en de Hema hebben volgens een woordvoerster van het warenhuis een paar dingen gemeen: ,,We kiezen allebei voor helderheid en eenvoud. Ook het gegeven dat Carle's boeken wel educatief maar nooit belerend zijn, past goed in de Hema-formule.''

Wat maakt de boeken van Carle en in het bijzonder zijn geesteskind Rupsje Nooitgenoeg zo populair? Waarom krijgen kleine kinderen er nooit genoeg van telkens weer hun vingertjes in de gaten te steken die de vreetgrage rups achterlaat in allerlei vruchten? Waarom spreken Carle's wat onbeholpen collage-achtige illustraties al decennia tot de verbeelding? Hens Gottmer van de gelijknamige uitgeverij die Carle's boek in 1971 in Nederland introduceerde en Carle ook persoonlijk kent, vat het antwoord op deze vragen kort en bondig samen. Volgens haar is het de 'eenvoud' die kleuters en peuters zo aanspreekt. ,,Daardoor verveelt het nooit, en dat geldt in feite voor alle boeken van Carle.''

Daarnaast zijn er uiteraard ook de nodige zware theorieën losgelaten op het werk van Carle. Zo is Rupsje Nooitgenoeg wel gezien als kritiek op het kapitalisme: altijd meer willen hebben en nooit tevreden zijn. Volgens een andere theorie is het verhaal van de harige rups die verandert in een prachtige vlinder een metafoor: ook uit het lelijke kan iets moois voortkomen. En oud-PvdA-politicus Ad Melkert, die volgens zijn politieke tegenstanders bij onderhandelingen nooit van ophouden wist, dankt zelfs zijn bijnaam aan de rups.

Carle heeft meer dan 70 kinderboeken geschreven en geïllustreerd en hij is nog steeds actief. Al zijn boeken maakte hij volgens de collagetechniek. Eerst beschildert hij grote vellen papier met acrylverf, waaruit hij vervolgens vormen snijdt of scheurt. Die plakt hij aan elkaar tot een illustratie. Gottmer: ,,Deze scheur- en plaktechniek is voor kinderen heel herkenbaar. Die maken ook van gekleurde papiertjes een collage, waarin je dan een olifant herkent of een ander beest.''

Dat zijn boeken nooit vervelen komt volgens Gottmer ook doordat de schrijver zelf altijd een beetje kind is gebleven. ,,Daardoor weet hij wat kinderen graag willen lezen en zien. Bovendien voelt hij zich sterk met de natuur verbonden. De natuur en de beestjes spelen altijd een rol in zijn boeken, wat kinderen ook aanspreekt.'' In al zijn boeken zitten educatieve elementen verborgen, zonder dat ze belerend overkomen. Via Rupsje Nooitgenoeg leren kleuters de dagen van de week uit het hoofd, leren ze tellen, vruchten herkennen en benoemen en het begrip groter en kleiner onderscheiden.

Eric Carle werd in 1929 geboren in Syracuse (New York) als kind van een Duits echtpaar. Toen hij zes jaar was, keerde het gezin terug naar Duitsland. Deze verhuizing maakte diepe indruk op Eric, die niet kon wennen aan het strenge Duitse schoolklimaat, waarin geen ruimte was voor creativiteit en waar lijfstraffen nog heel gewoon waren. Een groot verschil met Amerika waar Eric's juf zijn moeder had uitgenodigd om te vertellen dat hij een groot talent voor tekenen had. Op 16-jarige leeftijd werd Eric Carle toegelaten tot de kunstacademie van Stutgart, waar hij in 1950 afstudeerde. Twee jaar later vertrok hij naar New York, waar hij als grafisch ontwerper aan de slag ging bij de New York Times. In diezelfde periode trouwde hij en kreeg hij een zoon en dochter. Van 1956 tot 1963 werkte Carle bij een reclamebureau. Na zijn echtscheiding ging hij als freelancer aan de slag, eerst nog vooral als ontwerper van reclames, gaandeweg meer als illustrator en auteur van prentenboeken. In 1967 verscheen het prentenboek Brown Bear, Brown Bear, What do you See?, dat in Nederland verscheen als Beertje Bruin, wat zie je daar? Twee jaar later begon Carle's carrière als kinderboekenmaker pas echt met Rupsje Nooitgenoeg.

Carle is rijk geworden van het schrijven van kinderboeken, maar volgens Hens Gottmer leeft hij daar niet naar. ,,Het is een zeer bescheiden mens die de opbrengsten van zijn boeken in een museum heeft gestoken dat gewijd is aan kinderboekenillustraties.'' Het Eric Carle Museum of Picture Book Art werd twee jaar geleden geopend in Carle's woonplaats Massachusetts. De vaste collectie bevat, naast het werk van Carle, prentenboekkunst uit alle delen van de wereld. In het museum bevinden zich ook een kindertheater en een bibliotheek.

De schrijver komt zelf niet naar Nederland vanwege de festiviteiten rond het 35-jarige 'bestaan' van Rupsje Nooitgenoeg en zijn eigen 75ste verjaardag. Hij heeft er geen behoefte aan om nadrukkelijk in de belangstelling te staan. Maar de Nederlandse kinderen hadden wel recht op een speciale traktatie, vond hij. Ter gelegenheid van de 50ste kinderboekenweek maakte hij een prentenboekje met een nieuwe hoofdfiguur: Vader Zeepaard. Ivo de Wijs vertaalde de tekst en zette die ook op rijm, zodat kinderen Vader Zeepaard ook kunnen zingen. Dit vanwege het thema van de kinderboekenweek dat dit jubileumjaar is gewijd aan (feest)muziek. Vader Zeepaard gaat over vissoorten als het zeepaardje, de vroedmeestervis, naaldvis en tilapia, die de gewoonte hebben om hun eitjes bij vadervis te droppen, die daarmee automatisch de zorg krijgt voor het kroost.

Vader Zeepaard ziet opeens Meneer Tilapia - en vlug vraagt hij: 'Grote vriend, hoe gaat het?' maar zijn vriend zegt niks terug. Dat zit zo: Meneer Tilapia heeft eitjes in z'n bek.

En dus heeft Meneer Tilapia geen trek in een gesprek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden