Heel hard omhoog

Nederland is plat, maar niet zo plat als iedereen denkt. We hebben dijken, terpen, duinen, zandwallen. En Limburg natuurlijk. Gerwin van der Werf reist naar een aantal plekken in Nederland waar de weg heel even flauwtjes richting hemel wijst. Hij neemt zijn racefiets mee en stelt vragen. Wat is dit voor bult? Wat groeit er, wie wonen er?

GERWIN VAN DER WERF

En hoe hard wordt er gefietst volgens de populaire sport-app Strava, die van iedere meter asfalt die in ons land omhoog loopt een strijdtoneel maakt? En waarom doen we dit eigenlijk?

Met mijn fietsmaat Michiel ben ik op weg naar het Kopje van Bloemendaal. We rijden er met de auto heen, de racefietsen staan lichtjes te schudden op de drager. Michiel is gymnastiekleraar bij mij op school, we hebben nog vakantie. We trainen voor de beklimming van de Stelvio-pas in Italië (2.760 meter), en dat doen wij op het Kopje (45 meter). Er bestaat een wereld waarin zoiets logisch klinkt en helemaal niet raar: de onze. Het Kopje is de beroemdste klim van Holland. Ook dat vinden wij niet vreemd klinken. Halverwege de autorit legt Michiel een bloot been op het dashboard, een beetje zoals Marlène Dietrich met haar been beweegt in 'Der blaue Engel'. Ik verlies bijna de macht over het stuur.

"Kijk", zegt hij. "Geschoren!"

Ik zie een tamelijk wit been met nog vrij veel haar erop. "Met de tondeuse op standje één", voegt hij er aan toe. Ik knik, richt mijn blik weer op de weg. "Het is een begin", zeg ik.

Eenmaal op de fiets komt de koersspanning. Al bij hockeyclub Bloemendaal, zo'n tweehonderd meter voor de voet van het duin, begin ik tempo te maken. Ik weet wat ik doe, ik heb hier vaker gefietst. Vaker dan me lief is eigenlijk. Een eindje voor ons rijdt een man in een bolletjestrui. Met machtige klappen sprinten we hem voorbij op het grote blad. Op het steile stuk in het bos is hij al mijlenver achter ons. Mijn hartslag zit boven de honderdtachtig, ik hijg als een ziek paard. Bij de uitkijktoren zit een groep jongens Pokémon te vangen met hun telefoon. Ze kijken heel even op. Woest stuiterend over klinkers bereik ik het tweede duintje - de tweede klim. Vorig jaar ben ik op deze plek de heg in gereden toen een vorkheftruck achteruit een tuin uit kwam steken. Ik denk altijd aan die heftruck als ik hier rijd. En aan de brievenbus. De oranje brievenbus precies op de top, waar ik altijd aankom als een naar adem happend hoopje ellende. Michiel finisht een paar tellen achter me. Hij zegt niks. Zijn geschoren benen beven van vermoeidheid.

De heuvel

Het Kopje van Bloemendaal ligt verstopt in een villawijk aan de rand van de Kennemerduinen. De hoge dennen houden het licht er weg. In 1907 werd het duin verhoogd, om een uitkijkpunt te maken. Bovenop staat een uitkijktoren, een overgeschilderde Duitse bunker. Een fraai slingerende klinkerweg werd aangelegd met een parkeerplaats op de top. Dat het Kopje bezit zouden worden van ordinaire wielrenners op fietsjes die minder wegen dan de bananen die uit hun koersshirt steken, dat kon de Bloemendaalse elite in 1907 niet bevroeden.

Tot vorig jaar was het Kopje het strijdperk van Niki Terpstra en Thijs Zonneveld, die elkaar op leven en dood bevochten voor de beste tijd op Strava. Ze hebben allebei een tijd rond de twee minuten geklokt. Een gemiddelde van haast veertig kilometer per uur. Dat er geen ongelukken zijn gebeurd, is een wonder. Een andere prominent die hier dikwijls fietst is schrijver Tim Krabbé. In zijn glorietijd klokte hij 2:19 - gemeten van het begin van de klinkers tot aan de brievenbus. Strava is voor hem dertig jaar te laat uitgevonden, want nu is hij zeventig en moet genoegen nemen met 2:35. Goed voor plaats 600 in de ranglijst, een plek die hij moet delen met enkele renners - onder anderen met mij. Misschien is dit waarom wij fietsen: om onze in het dagelijks leven nogal beknotte competitiedrang de ruimte te geven. Om in ieder geval van jezelf te winnen, op het Kopje of de Stelvio, dat komt er minder op aan.

De app

Met Strava worden op de smartphone sportprestaties bijgehouden via GPS-gegevens. Er zijn veel van zulke apps, maar onder fietsers is Strava veruit de meest populaire. Dit succes is mede te danken aan de mogelijkheid om prestaties van anderen te volgen, 'kudo's' te geven, en reacties te plaatsen. Strava is uitgegroeid tot een sociaal medium voor wielrenners. Ook menig beroepsrenner publiceert zijn trainingen en koersen op Strava, zoals Niki Terpstra, Steven Kruijswijk en Robert Gesink.

De route

Wie het Kopje van Bloemendaal wil fietsen en niet in de buurt woont, doet er goed aan het heuveltje op te nemen in een route door het Noord-Hollandse duingebied. Je kunt starten vanaf station Haarlem, via Overveen naar Zandvoort fietsen, om dan de bijzonder fraaie duinroute naar Langevelderslag te nemen, terug via Vogelenzang en Aerdenhout en eindigen met het Kopje.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden